Foekje en Fanny
Ik heb zojuist de NOS-documentaire over Foekje Dillema zitten kijken. Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik nog nooit van Foekje uit Burum gehoord had. Dat ze zo goed kon sprinten al helemaal niet en ook niet dat ze als favoriet voor Europees goud in 1950 ‘kaltgestellt’ zou zijn via een test op haar vrouwelijkheid, en zeker niet dat Jan Blankers hier achter zou zitten als hoofdtrainer. Of was het de KNAU, waar Jan hoofdtrainer was. Er gaat een wereld voor me open. Mijn klomp breekt.
In één keer valt Fanny Blankers-Koen van haar voetstuk als hét boegbeeld van Neerlands atletiek. Altijd in prestatie volledig onbesproken zoals Sjoukje Dijkstra, Ada Kok, Ard Schenk of Anton Geesink. Nu niet meer. Niet dat Fanny geen goede sportvrouw zou zijn. Ze lijkt ineens veel minder een supervedette. Er was immers iemand die sneller zou zijn geweest dan Fanny. Dat was het gevoel dat ik aan de documentaire overhield. Fanny ging met de eer strijken (drie maal goud), terwijl Foekje bij haar ouders thuis in Burum zat, zogenaamd ‘geen vrouw’ te zijn. Het lijkt van de categorie: de Hollanders die de Friezen te slim af zijn.
Het oordeel over de vrouwelijkheid van Foekje werd gisteren gegeven door de forensische wetenschap. Foekje was gewoon vrouw en had dus gewoon moeten starten. Punt.
Er is een website over haar. Een posthuum eerbetoon aan een groot sportvrouw.










