Dienen en Deugen

René Weijers

Bestuurders en topmanagers staan dagelijks in het brandpunt van de maatschappelijke aandacht. De verwachtingen over hun functioneren zijn terecht hooggespannen. Vaak is die aandacht niet positief en domineren de incidenten in de berichtgeving: dwalen, falen en schandalen voeren de boventoon. De vraag is of dit recht doet aan de pluriforme werkelijkheid van bestuur en topmanagement.

Dienen en Deugen bekijkt bestuurders daarom vanuit een andere invalshoek: wanneer gaat het goed en waarom gaat het goed? Veel topbestuurders weten met hun organisatie waarde te creëren. Ze leveren een bijdrage die er toe doet. Het blijkt dat goede topbestuurders niet alleen bekwaam zijn, maar ook deugdzaam. Zij dienen door effectief om te gaan met complexiteit en deugen door tegelijkertijd te varen op een moreel kompas.

Bestuurlijke vraagstukken over strategie, leiderschap en verandering zijn dermate complex dat ze alléén met gestapelde intelligentie niet klein te krijgen zijn. Slimheid kan zelfs ontaarden in bedrog en fraude. Daarom is er ook een ander bestuurlijk repertoire noodzakelijk. Daarin voorziet het perspectief van klassieke en alledaagse deugden met een appèl op wijsheid, moed, matigheid en rechtvaardigheid. De verbinding tussen ‘weten’ en ‘geweten’ blijkt cruciaal. Deugden zijn een bron van zin en betekenis.

Bestuurlijke opgaven zijn doorgaans geen enkelvoudige puzzels die zich met een simpele redenering laten oplossen. Vaker gaat het om dilemma’s, paradoxen en ‘venijnige’ kwesties. Bekwame bestuurders kunnen omgaan met dit verbonden vlechtwerk van soorten problemen. Ze weten een begaanbaar pad te vinden in een complexe en onvoorspelbare werkelijkheid. Daarvoor zijn overzicht, inzicht en timing belangrijke kwaliteiten. Bestuurders die dit kunnen, positioneren zichzelf niet als een traditionele held of een solistische redder in de nood met uitzonderlijke kwaliteiten. Eerder getuigen ze van respect voor de inzichten en opvattingen van anderen en gaan daar actief naar op zoek.

In dit boek staan tien openhartige ontmoetingen met bestuurders centraal. In combinatie met een literatuurstudie en de jarenlange ervaring van de auteur als bestuursadviseur, bieden de gesprekken een intrigerend kijkje achter de schermen van topbestuur.

Een promotieonderzoek stond aan de basis van dit boek. Dienen en Deugen biedt stof tot nadenken aan de bestuurstafel. Boeiend materiaal voor bestuurders, directeuren, commissarissen en toezichthouders. En zeker een aanrader voor professionals onderweg naar de top.

De ‘O’ van ‘Ontdekking’

Hans Redert en Jack Kruf

Zou het niet mooi zijn dat je als bestuurder, manager, medewerker ook in de gelegenheid zou zijn, in de modus mág staan, om gewoon te ontdekken hoe iets zit. Hoe bijvoorbeeld burgers tegen een vraagstuk aankijken, hoe zij zich voelen, hoe verbanden gelegd kunnen worden, wat de kern van het probleem is, de kwestie die voorligt, hoe leden van jouw team of college aankijken tegen een voorliggend plan of project, in alle openheid en eerlijkheid.

En dit alles uiteraard zonder door anderen een mogelijke onwetendheid te worden toegedicht (“Wist jij dat niet?”). O ja, dat is de achilleshiel voor ons bestuurders en managers. Wij kennen onszelf, dat vooral, maar hebben in de vele jaren van publieke dienst in het hart van het lokaal bestuur ervaren, dat deze eigenschap voor velen een dingetje is.

© Esto No Es Arte, serie: Muokkaa, Tipografía en 3D. De ‘O’ als reddingsboei.

De ‘O’ van ‘Ontdekking’ mag wat ons betreft opnieuw op de borden als les 1 in het openbaar bestuur. Het willen weten. Nieuwsgierig mogen zijn, met open vizier kunnen kijken. Veilig, en altijd met een boei nabij. Dat zou mooi zijn. De ‘Ontdekking’ die daarmee zelf de reddingsboei voor goed bestuur wordt.

Een warm pleidooi van de Heren van Oranje voor de ‘Ontdekking’. Zij beschouwen dit als logisch onderdeel van het binnen het resilience-perspectief geroemde inclusieve denken en handelen. Toch komen wij het maar zelden tegen in de dagdagelijkse praktijk van politiek, bestuur en management.

Het begrip inclusief denken en handelen wordt door het internationale netwerk van resilient cities als basisfilosofie geduid om een stap te zetten in de kwaliteit van openbaar bestuur. Het wordt alom geroemd als dé weg voorwaarts. Het wordt beschreven als prioritise broad consultation to create a sense of shared ownership in decision making.

Ontdekken hoort daar volgens ons zeer bij, en is daarvan zelfs een kernonderdeel. Er valt nog zoveel te ontdekken! Dus? De paden op en de lanen in, denken wij. Ontdekken dus.

Afbeelding boven: Wikipedia.

Afbeelding in artikel: Esto No Es Arte, serie: Muokkaa, Tipografía en 3D

Signalement ‘Gezag herwinnen’

Jack Kruf

Het gezag van de overheid is noodzakelijk voor de aanpak van urgente vraagstukken en langlopende beleidsopgaven. Dit gezag staat echter onder druk. In het signalement Gezag herwinnen adviseert de Raad voor het Openbaar Bestuur daarom te investeren in de bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid van de overheid en presenteert een agenda voor het herwinnen van gezag. De ondertitel maakt duidelijk wat de voorliggende kwestie is: Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur.

Afkalving gezagswaardigheid van het openbaar bestuur

“De Raad constateert dat de bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokken­heid – en daarmee de gezagswaardigheid – van het openbaar bestuur op sommige gebieden onder druk staat. Dit komt volgens de Raad doordat er binnen de overheid op bepaalde terreinen vier tekorten zijn ontstaan. De Raad heeft het hierbij over het tekort van de macht, het cognitief tekort, het moreel tekort en het maatschappelijk tekort.”

Gezag herwinnen

“De crises waarmee dit hoofdstuk begon (vluchtelingencrisis, klimaatcrisis, stikstofcrisis, woningcrisis, jeugdzorgcrisis en ga zo maar door), hebben zoals eerder gezegd twee zaken gemeen.

    • Ten eerste zijn ze ontstaan doordat de overheid in de betreffende dossiers haar verantwoordelijkheid niet tijdig heeft genomen. De overheid wilde het om wat voor reden dan ook ‘niet voor het zeggen hebben’ en heeft problemen laten woekeren tot de humanitaire, ecologische of rechtsstatelijke ondergren­ zen in zicht kwamen. De problemen zijn in veel gevallen door de overheid zelf gecreëerd of in ieder geval bestendigd.
    • De tweede gemene deler betreft de aanpak van de problemen. Als de over­heid overstag is gegaan en zij iets wil gaan doen aan de ontstane situatie, gezag herwinnen – signalement van de raad voor het openbaar bestuur stuit zij op veel verzet bij burgers. Er rest dan niets anders dan ‘de crisis’ uit te roepen. Waar de overheid het wel voor het zeggen wil hebben, kan zij niet rekenen op voldoende ‘vrijwillige acceptatie’.”

Het signalement is een onderdeel van een breder palette van rapporten, essays en debatten in het kader van de door de raad uitgeroepen Maand van het Gezag (november 2022).

Op zoek naar handvatten

Het signalement is lezenswaardig. Concrete handvatten en op te volgen acties zullen evenwel uitdagend zijn. De materie is te complex om de kwestie van gezag zomaar op te kunnen lossen. Zeker, omdat de overheid uit diverse lagen bestaat (politieke partijen, volksvertegenwoordiging, dagelijks bestuur, management en verbonden partijen). Bovendien is en werkt zij gesegmenteerd en in silo’s. De burger is zoekende.

Dé overheid bestaat eigenlijk niet. Zij heeft in de dagdagelijkse praktijk honderden gezichten en loketten. Bovendien wisselt er dagelijks in Nederland wel ergens een volksvertegenwoordiger, bestuurder of manager van stoel. Het politieke krachtenveld en daarmee de samenstelling van bestuur is permanent in beweging. Die kortetermijnrotaties en de noodzaak van lange lijnen in strategie, beleid en implementatie lijken met elkaar in strijd. Dit alles leidt tot lage effectiviteit van de overheid zelve.

Europese gemeentesecretarissen concludeerden in 2005 (UDITE en PRIMO Europe te Kopenhagen) dat ca. 4% van het overheidsbeleid tot uitvoering én effect komt. 

Op zoek in het ecosysteem

Is de overheid niet zelf onderdeel van het grotere ecosysteem en is zij in feite veel kleiner dan dat zij zichzelf nu in het signalement beschouwt? Zij lijkt door haar handelen, of beter niet-handelen, inzake maatschappelijke vraagstukken ook de veroorzaker van de voorliggende crises.

Het gezag van de overheid bij haar burgers lijkt absoluut verdwenen door met name het laakbaar handelen van politiek, bestuur en management. De organisatiekracht van de overheid, om vraagstukken daadwerkelijk aan te pakken, is op vele dossiers toch echt veel te laag. Elke vorm van gezag van de overheid bij specifiek getroffen groepen van burgers of soms zelfs hele gebieden in de samenleving lijkt volledig te zijn verdampt.

Zelfreflectie

Hoe komt dit eigenlijk, dat die kracht zo laag is? Deze zelfreflectie dient in mijn ogen te worden toegevoegd aan dit voorliggende signalement. Het kan daarmee tot de kern komen. Wellicht gebeurt dit in de debatten en essays met de praktijk, die gaan volgen. Het voorliggende signalement is een openingszet naar verdere verdieping, analyse, debat en naar ik hoop echte verandering.

Het signalement is een rijke schakering van studies en invalshoeken. Het stukje geschiedenis van waar wij vandaan komen met gezag is verhelderend. Het kan de start zijn van een oprechte zoektocht naar hoe wij  functioneren met elkaar en daarmee een krachtige impuls geven aan hoe wij als de wiedeweerga onszelf gaan verbeteren. De grootte en zwaarte van de vraagstukken die voorliggen, vragen hierom. De noodzaak om te veranderen is groot. Laten we de tijd nemen om dit te doen. De maand van het gezag kan zomaar eens verworden tot het jaar van het gezag.

Regeren is vooruitzien

In het signalement ontbreekt in mijn overtuiging de aandacht voor hoe bestuurders en managers ex ante zijn omgegaan (en nog steeds omgaan) met voorliggende degelijke en wijze adviezen, gezaghebbende verkenningen, uiterste zekerheden, goed uitgewerkte scenario’s, scherpe haalbaarheidsstudies, wetenschappelijke studies en analyses van publieke risico’s (zijnde mogelijke afwijkingen of schades aan gestelde waarden).

Het is naar mijn overtuiging de ontbrekende schakel in het signalement. Immers die aandacht, zorg en prudentie is de kern van goed bestuur. Wij weten dat: ‘regeren is vooruitzien’. Het is deze inclusieve set van eigenschappen die elke bestuurder zou moeten hebben. Zij wordt niet expliciet aangeraakt. Het land snakt naar gezag. Zonder gezag gaan wij de bietenbrug op.

Lees hier ROB: Signalement Gezag herwinnen: Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur

Climate Book

We still have time to change the world. From Greta Thunberg, the world’s leading climate activist, comes the essential handbook for making it happen. It is published by Allen Lane, Penguin Random House.

You might think it’s an impossible task: secure a safe future for life on Earth, at a scale and speed never seen, against all the odds. There is hope – but only if we listen to the science before it’s too late.

In The Climate Book, Greta Thunberg has gathered the wisdom of over one hundred experts – geophysicists, oceanographers and meteorologists; engineers, economists and mathematicians; historians, philosophers and indigenous leaders – to equip us all with the knowledge we need to combat climate disaster.

The crisis cannot be addressed, she writes, without talking about ‘morality, justice, shame, responsibility and guilt’

Alongside them, she shares her own stories of demonstrating and uncovering greenwashing around the world, revealing how much we have been kept in the dark. This is one of our biggest challenges, she shows, but also our greatest source of hope. Once we are given the full picture, how can we not act? And if a schoolchild’s strike could ignite a global protest, what could we do collectively if we tried?

We are alive at the most decisive time in the history of humanity. Together, we can do the seemingly impossible. But it has to be us, and it has to be now.

“One phrase from entomologist Dave Goulson seems to summarise all 464 pages: “It is not quite too late.” Emphasis on the quite.”

The last quote is from the Professor of Biology at University of Sussex, specializing in bee ecology, in the essay The Climate Book, created by Greta Thunberg review – an angry call for action by  for the Guardian.

My Word

This matrix links the internal and external drive to that of the language domain, often used in communication within the world of politics and government. Of course it is also applicable to the world of the private and business as well as the personal domain. Our words used often share a light behind the scenes. This diagram brings drives and words together.

Bron: De Graaf en Kunst (2009). Design My Word (2020) ©Jack Kruf

The maximum of both worlds is want, and if the external drive is higher than the internal one must is used, vice versa that is may. If both are low then can is used. In the middle of the matrix the word dare is positioned, to cross over or break through the boundaries from a quadrant. The matrix is often used in communication, co-creation and design sessions within groups.

The spoken language can tell us a lot about the internal drive of those who use the word in relation to the need to act. Many present policy plans use the word must. The context here is the need for change, innovation, development, transition and transformation related for example to climate, energy, water, cyber, circular, social care, finance, resilience, ecosystem protection. Migrate to want would give a lot of power. Is this possible mayby seduction and education?

My word can be considered as indicator where I am in the diagramFrom there navigation can start.

Bibliography

Graaf, A. de en Kunst, K (2009) Einstein en de kunst van het zeilen: Praktijkboek over leiderschap en communicatie. Amsterdam: Uitgeverij SWP. link

Value creation

© Jack Kruf (2018) Value creation [fine art print, 1/1, sold]. Breda: Private collection.

Establishing public values is a key process in society. This is most of the time driven by non-profit organisations (orange). It is about the art of clear navigation between the system world (black) and the living world (white). Investment power (grey) is crucial, a starting point for good public governance and the creation of values.

Wind of change

© Jack Kruf (2022) Wind of Change [fine art print]. Breda.

The wind of change can just start at one place on the chess board. It from there can influence the course and level playing field of the complete canvas of society. The chess board as a metaphor of society. The spade is formally associated with spear, leaf and shovel. We need all three.

All systemic changes started like this, with just one idea or one action at one place. This thought empowers hope for a better world. Hope is intrinsic and is about direct personal involvement (Cornel West) and “Hope is the thing with feathers” (Emily Dickinson). True change starts always somewhere.

In present times, from today on, we need change more than ever, because the direction in which we walk is not right one. UN Secretary General António Guterres even talked about hell, on the 27th (!) climate top. It is good to know “we all can make a difference”, as Obama stated several days ago.

We need all to turn the tide of loss and injustice (among others) and to keep democracy and our natural ecosystems alive and kicking. We need the spade more than ever against upcoming autocracy, populism, racism, fascism, greed and the world of denial and fake. The spade it is. A personal expression.

Op weg naar een volledig circulaire economie

Jack Kruf | BNG Bank, 08-11-2021

Begin 2021 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving de eerste Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER 2021) gepubliceerd. Het rapport schetst de voortgang van de transitie naar een circulaire economie in Nederland. Erevoorzitter van PRIMO Europe – Jack Kruf –  heeft deze omvangrijke maar zeer informatieve rapportage samengevat op majeure risico’s, zoals zij door de auteurs zijn verwoord.

De Nederlandse regering wil in 2050 een volledig circulaire economie hebben bereikt. Monitoring van de voortgang van deze transitie is gewenst. Het rapport ICER 2021 is een belangrijke mijlpaal in dit proces. Het toont de interventies die de overheid in Nederland heeft gedaan om de transitie naar een circulaire economie op gang te brengen en te versnellen, alsmede de acties van maatschappelijke partijen.

Interventies en acties vormen samen de transitie-indicatoren, die een beeld geven van de mate waarin en de manier waarop bedrijven, consumenten en overheden voorsorteren op een circulaire economie. In dit rapport, dat onder supervisie van dr. Frank J. Dietz* van het Planbureau voor de Leefomgeving tot stand is gekomen, zijn deze beschreven. In hoofdstuk 4 is de voortgang aan de hand van een achttal sleutelprocessen (pagina 134) behandeld:

    • Ondernemerschap (experimenteren en opschalen van innovaties)
    • Kennisontwikkeling
    • Kennisuitwisseling
    • Richting geven aan het zoekproces (doelen en oplossingen)
    • Creatie van markten
    • Mobilisatie van middelen
    • Doorbreking van weerstand (legitimiteit en veranderdruk op gevestigd systeem)
    • Coördinatie van bundel van veranderprocessen in transitie

pblBron: Integrale Circulaire Economie Rapportage 2021, Planbureau voor de Leefomgeving

Hoofdboodschappen

De hoofdboodschap is dat de transitie naar een circulaire economie daadwerkelijk is gestart maar tegelijk ook nog slechts aan het begin staat. Het blijkt dat wij aan het begin staan en dat veel op ‘vrijwillige basis’ en met ‘soft controls’ verloopt.

Transitie
De transitie naar een circulaire economie staat bij veel maatschappelijke partijen op de agenda. De voortgang van de transitie is onder andere zichtbaar in het toenemende aantal ‘circulaire’ bedrijven, wetenschappelijke publicaties, opleidingen die aandacht besteden aan circulaire vraagstukken en financiële middelen die via ondersteunende instrumenten van de Rijksoverheid zijn gebruikt voor circulaire activiteiten.

Aanvangsfase
Ondanks de voortgang, bevindt de transitie zich nog in een aanvangsfase. Het aandeel circulaire bedrijven in Nederland is met zo’n 6 procent nog beperkt. Hiernaast functioneert het merendeel van de huidige economie nog volgens lineaire principes. Van de implementatie van circulair ontwerp of circulaire businessmodellen is nog nauwelijks sprake.De grootste milieuwinst verwacht men van ‘narrowing the loop’ en ‘slowing the loop’

Narrowing the loop
Zonder aanvullende acties blijft recycling de dominante richting in de transitie naar een circulaire economie. Recycling is onmisbaar in een circulaire economie. De grootste milieuwinst wordt echter verwacht van strategieën die zich richten op het verminderen van het totale grondstoffengebruik (narrowing the loop) en het verlengen van de levensduur van producten en onderdelen (slowing the loop). Deze strategieën krijgen tot op heden nauwelijks aandacht.

Andere spelregels

De transitie naar een circulaire economie gaat niet alleen over nieuwe technologieën, maar ook over andere spelregels (instituties), ander gedrag, nieuwe producten, diensten, kennis en alternatieve businessmodellen. Deze elementen krijgen nog weinig aandacht. De opschaling van circulaire activiteiten kent diverse belemmeringen.

Inspanningen

Het realiseren van de transitie is een belangrijk doel van het kabinetsbeleid. Dit vergt inspanningen van overheden, producenten, consumenten, ngo’s, wetenschappers en bestuurders. Een transitie is immers niet door enkel de overheid te sturen en te realiseren.

Risico’s

Vanuit het oogpunt van publiek risicomanagement (PRIMO) is een analyse van de belangrijkste risico’s van inhoud, proces en uitwerking dus een logische stap. De definitie van risico is hier ‘een mogelijke afwijking, respectievelijk schade van het beoogde doel’. Met name worden genoemd:

    • Leveringsrisico, zijnde het risico om niet te kunnen beschikken over een grondstof voor een economie of een bedrijf. Beperkte beschikbaarheid van kritieke materialen betekent een risico voor de economie en de levensstandaard in importerende landen.
    • Het risico op prijsvolatiliteit.
    • Indien de sortering, reparatie of het recyclen van deze producten niet op een veilige manier gebeurt, is het risico op ernstige vervuiling en gezondheidsschade hoog.
    • Financiers zien een risicoverhoging ten opzichte van het traditionele verkoopmodel, door bestaande accountingregels die product-als-een-dienst-bedrijven belemmeren als hun omvangrijke activa op de balans (bijvoorbeeld de wasmachines die worden verhuurd) staan en trage cashflow (huuropbrengst) veroorzaken. Deze bedrijven scoren slecht op kredietwaardigheid (solvabiliteit) binnen de huidige rekenmethode. Ze hebben relatief veel producten als werkvoorraad nodig, wat een relatief grote initiële investering vergt. De resulterende langere terugverdientijd wordt in de regel als risico verhogend gekwalificeerd door kredietverstrekkers.
    • Vergunningverleners en handhavers gebruiken echter routines bij het inschatten van risico’s om zo op een efficiënte manier aanvragen af te handelen. Deze routines zijn veelal risicomijdend, zelfs als wetten en normen ruimte voor verandering of experimenten bieden. Bovendien durven vergunningverleners uit angst voor juridische consequenties vaak niet af te wijken van een strikte interpretatie van wetten en regels. Nieuwe circulaire productieprocessen kunnen hierdoor worden gehinderd.
    • Risicoverkenning in relatie met energietransitie is van belang, omdat zij nauw verbonden is met circulaire economie. De energietransitie in Nederland leidt naar verwachting tot nieuwe leveringsrisico’s. De energietransitie vergt namelijk een niet eerder vertoonde versnelling van de jaarlijkse productiegroei van veel grondstoffen, hetgeen tot leveringsrisico’s leidt. Anderzijds is de koppeling van de verbranding van afval met de energievoorziening zoals warmtenetten is een risico voor de transitie naar een circulaire economie. Daarin wordt thans fors geïnvesteerd. Deze koppeling herbergt een risico op een ‘lock in’. De energievoorziening wordt dan namelijk afhankelijk van het verbranden van voldoende afval waardoor een prikkel ontstaat om voldoende afval te kunnen verbranden in plaats van afval te beperken en nuttige materialen daarin via recycling een volgend leven te geven.
    • De verschuiving van de verwerking van afval uit hoge-inkomenslanden naar lagelonenlanden met lagere milieustandaarden vergroot het risico op het ontstaan van pollution havens. Omdat de exportketens van afval niet transparant zijn, is er geen duidelijk beeld van hoe het geëxporteerde afval daadwerkelijk verwerkt wordt, of wat daarbij het risico op negatieve milieueffecten is en welk waardeverlies dit met zich meebrengt.
    • (Verdere) negatieve effecten kunnen optreden in het verleggen van productieketens, vooral bij armste deel van de wereldbevolking met het risico op sociale misstanden en op schendingen van arbeidsrechten (onder meer kinderarbeid). Ook lokale milieueffecten kunnen groot zijn.
    • Een duurzaamheidskader is nodig. Welke stof is duurzaam onder welk criterium van productie of als onderdeel van een product. Er is hier tevens het risico op overexploitatie, waardoor de voorraad aan biogrondstoffen niet kan worden hersteld en het risico op uitputting ontstaat. Dit vergt dat de biogrondstoffen op een duurzame manier worden geteeld, de bodemvruchtbaarheid op peil blijft en de nutriëntenkringlopen worden gesloten. Het Nederlandse bedrijfsleven zet stappen, maar nog lang niet alle risico’s zijn aangepakt.
    • De verspreiding van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) wordt nog onvoldoende beheerst en brengt onvoorziene risico’s met zich mee. Bij hergebruik en recycling kunnen ZZS vrijkomen of zich ophopen in producten. Dat kunnen ook verboden stoffen zijn die nog in oudere producten verwerkt zitten. Ook kunnen nieuwe risico’s ontstaan door toepassing van nieuwe stofcombinaties. Dit vraagt om meer kennis over de daaraan verbonden risico’s.
    • De afhankelijkheid van de import van kritieke metalen vormt een risico voor de Nederlandse economie en de levensstandaard. Bij de winning van een aantal kritieke materialen zijn enkele landen dominant, waardoor het risico bestaat op monopolistisch gedrag.

Governance

Op pagina 198 wordt het woord governance voor het eerst opgevoerd: ‘Om in de volgende fase van de transitie afspraken te maken over te bereiken doelen en te ondernemen acties, is een duidelijke rolverdeling van belang tussen de verschillende betrokken partijen. Het scheppen van meer helderheid over de verantwoordelijkheden van de verschillende stakeholders en het gesprek hierover is dan ook een belangrijk onderdeel van de versterking van de governance van de transitie naar een circulaire economie.’

Een integrale risicoanalyse op het realiseren van een circulaire economie ontbreekt, maar de beschreven bouwstenen geven een eerste duiding. Het wordt een spannend proces, dat gezien de gestelde doelen meer systemische ingrepen van met name de overheid doet verwachten. Bestuurders en publieke leiders doen er wijs aan om dit rapport te lezen en de grote waarde ervan te laten doordringen in de te nemen besluiten. Immers, ‘regeren is vooruitzien’. Een waardevol rapport en qua integraliteit en vooral transdisciplinariteit de eerste in zijn soort. Vakwerk.

Hoe nu verder?

Het concept circulaire economie is zo omvangrijk en het eigenaarschap van de omwenteling of transitie zo gefragmenteerd dat lethargie op individueel organisatieniveau op de loer ligt. Caspar Boendermaker, Frank Dietz, Bob Hoogenboom, Jack Kruf, Hans Krul, Bart van der Linden, Leen Paape en Peter Robertson staken de koppen bij elkaar in juni 2021. Een bewust samengestelde groep met kennis vanuit public management, financiën c.q. investering, corporate management en wetenschap.

Het was elkaar ontmoeten met een open agenda, waarbij wij ons hebben laten leiden door het statement in het ICER-rapport (pagina 198) inzake besturing:’Om in de volgende fase van de transitie afspraken te maken over te bereiken doelen en te ondernemen acties, is een duidelijke rolverdeling van belang tussen de verschillende betrokken partijen. Het scheppen van meer helderheid over de verantwoordelijkheden van de verschillende stakeholders en het gesprek hierover is dan ook een belangrijk onderdeel van de versterking van de governance van de transitie naar een circulaire economie.’

Grote vraag naar kennis en onderwijs op circulair gebied

Vanuit de voorliggende opgaven, hun aard en complexiteit werd al snel kraakhelder in de groep dat de vraag naar kennis en onderwijs op circulair gebied erg groot is. Ook kwam naar voren dat de kennis op dit moment versnipperd is en het onderwijsaanbod zich nog in een beginfase bevindt. Daarnaast werd duidelijk dat de transitie een chefsache is voor veruit de meeste van de betrokken organisaties, omdat er tal van nieuwe koppelingen tussen strategie, management, verdienmodellen én uitvoering ontworpen én geïmplementeerd moeten worden – vaak tegelijkertijd.

Vernieuwingsimpuls

Het is niet zomaar ‘wat anders inkopen’ concludeerden wij. Ook nieuwe vormen van samenwerking zullen het werk moeten doen, met vaak ook andere partners. Er zal daarbij een toenemende behoefte ontstaan aan senior adviseurs, regisseurs en programmamanagers. Die trend in vraag is nu al waarneembaar. Het bestaande onderwijsaanbod op het gebied van complexiteits-, risico-, resilience en scenariodenken vraagt daarbij om een forse vernieuwingsimpuls. De traditionele lijnen van nu zullen niet volstaan, zo was de overtuiging in de genoemde groep.

Gerichte onderwijsprogramma’s

Een logische, direct volgende stap is inzetten op kennis- en onderwijsinfrastructuur. Gerichte onderwijsprogramma’s liggen dus voor de hand. Programma’s die over de grenzen van de huidige instellingen en branches heen werken en daarbij nieuwe verbindingen tot stand brengen. Nieuwe allianties, verdienmodellen, wet- en regelreving, vormen van publiek-private samenwerking, maar ook van politiek bedrijven, colleges en integraal sturen zullen voor succes noodzakelijk zijn. Dus er zal veel aandacht moeten komen hoe inhoud en besturing met elkaar opnieuw verbonden kunnen worden.

Samen naar school

Samen naar school – altijd al een sterk concept in mijn ogen – biedt hier en nu zeker grote kansen circulaire economie. Immers samen ontdekken, samen leren, samen afzien en samen oplossingen vinden. Het is een must. De circulaire economie moet de oude economie nu eenmaal vervangen, zulks voor Moeder Aarde, voor ons en onze kinderen. Is het niet Nelson Mandela die ons wederom de weg wijst: ‘Education is the most powerful weapon which you can use to change the world.’

Gedreven door maatschappelijke impact

Iedere organisatie kan op haar eigen wijze bijdrage aan de gewenste vernieuwingsimpuls en het samen naar school gaan. BNG Bank wil samen met haar klanten ontdekken en oplossingen vinden om de bekostigings- en financieringsmogelijkheden van circulaire bouw- en renovatieprojecten te verbeteren.Wij willen met ons commitment aan de Sustainable Development Goals met onze klanten werken aan de switch naar (meer) circulair en biobased bouwen. Horen waar hun vragen liggen, om zo bij te dragen aan ontwikkeling en versterking van deze opgave.

Lees hier het volledige rapport ICER 2021*Dr. Frank J. Dietz gaf in oktober 2018 de 1e Professor Oldeman Lezing Duurzame Ontwikkeling en Circulaire Economie.

Quadruple Helix

Jack Kruf

Was het niet James Watson die ontdekte dat ons DNA in een dubbele spiraal ‘door het leven’ gaat. Spiraal in het Grieks betekent έλιξ, helix.

Een helix kan in de wereld van publieke sturing ook uit vier spiralen bestaan, op een veel hoger niveau dan dat van ons DNA. Het bestaat in de hoofden van  politici, bestuurders managers en strategen. Het is een metafoor voor optimale samenwerking tussen families van organisaties, zijnde overheid, wetenschap, onderwijs en bedrijfsleven.

© Jack Kruf (2019). Quadruple Helix [Hahnemühle certified fine art print, limited edition]. Breda: CINETONE.
Een quadruple samenwerking kan tot meerwaarde leiden in de sociale en economische ontwikkeling van steden en regio’s, zo is de gedachte. De talloze verbindingen tussen die organisaties vormen de spiralen en zorgen voor de stevigheid en samenhang. Je hebt elkaar immers nodig – op  alle niveaus en vanuit diverse geledingen – om tot succes te komen.
De organisaties in deze specifieke regio op het gebied van economische samenwerking (hét voorliggende thema in deze regio) zijn weergegeven als vlakken op een schaakbord, het canvas van gebied. Het zijn projecties van hun invloed, afgeleid van een dwarsdoorsnede (transect). De betrokkene zijn ingekleurd: overheid (blauw), bedrijfsleven (geel), onderwijs (rood) en wetenschap (groen). Wit zijn de organisaties (in dit geval 7 van de 64), die zich niet hebben gemeld voor deze samenwerking, maar een eigen koers varen.

De Grondwet en ‘oud en nieuw’

Jack Kruf

Het lijkt nog ver tot aan oud en nieuw. Maar toch, het eerste bestuurlijk overleg op het gemeentehuis van Fort Auvergne heeft inmiddels plaatsgevonden. De afgelopen maanden is er goed gesproken met de bewoners van de stad. Burgemeesters en wethouders weten immers: “regeren is vooruitzien”.

Het college heeft er de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815 er nog eens op nagelezen. Het besluit van dit innemend en helder denkend bestuur heeft besloten dat er géén vuurwerk mag worden afgestoken in de nacht van Oud en Nieuw 2022/2023.

Er zijn, aldus het college, meerdere artikelen die een dergelijk verbod rechtvaardigen, maar het is vooral de overweging dat het borgen van schone lucht prioriteit heeft. Het bestuur is van mening dat bovendien de gezondheid van de inwoners van de stad op de eerste plaats komt en dat milieuvervuiling op grote schaal te allen tijde voorkomen dient te worden. Zij beroept zich daarbij op met name de volgende artikelen in de Grondwet:

Artikel 21 “De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.”

Artikel 22, lid 1 “De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.”

Het college verwacht een goed samenzijn van de bewoners rond middernacht. Het besluit krijgt bijval van het overgrote deel van de bevolking. Zoals een inwoner het verwoordt: “Eindelijk kunnen we weer schoon en veilig de straat op met Oud en Nieuw. Ik verwacht een geweldig samenzijn met veel zang en dans. Zoals het ooit was. Weer ruimte voor echte ontmoeting. Dat is wat ik zeg: krachtig leiderschap van onze bestuurders.” Hij verzucht: “De sterrenhemel … wat een vooruitzicht.”

Over een waakhond

Op 8 april 2019 werd het boek ‘Oproep van een waakhond’ van Prof. Mr. Pieter van Vollenhoven, geschreven als voorzitter van de Stichting Maatschappij en Veiligheid (SMV) uitgebracht. In de zomer van 2018 schreef de heer Van Vollenhoven een brief ‘Een kritische waakhond voor de veiligheid?’ en zond deze naar een groep personen in Nederland met het verzoek hierop te reageren.

In deze brief uit de auteur zijn zorgen over het zich niet houden aan de veiligheidsregels (het ‘gesjoemel’) en het niet in praktijk brengen van aanbevelingen, waarschuwingen en adviezen op het gebied van veiligheid. Een kritische waakhond is zijns inziens nodig om hierover te waken.

In zijn boek stelt prof mr. Pieter van Vollenhoven voor dat er een onafhankelijke en deskundige Nationale Veiligheidsinspectie komt, waarin de veiligheidstaken van de bestaande Inspecties worden ondergebracht. Net als de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) zou deze Veiligheidsinspectie op uniforme wijze voor alle sectoren werken en zich uitsluitend richten op het lering trekken en het verbeteren van de veiligheid. Met als belangrijk verschil natuurlijk dat de OVV pas een onderzoek start na een voorval of ramp en de NVI gericht is op het voorkomen daarvan.

Een aantal van de personen die de brief hebben ontvangen, om precies te zijn 45, hebben een reactie geschreven. De reacties overziend worden de veiligheidszorgen gedeeld, het principe van een waakhond onderschreven, maar ten aanzien van het optuigen van een zoveelste nieuwe organisatie zijn de reacties terughoudend. Hoe wel is de vraag die blijft staan.

Mijn reactie van 23 november 2018, geschreven als bestuurder en directeur van het netwerk van PRIMO Europe, respectievelijk PRIMO Nederland – en zoals opgenomen in het extra gepubliceerde boek met alle formele reacties – wordt hierbij integraal gedeeld:

“Hooggeleerde heer Van Vollenhoven,

Public Risk Management Organisation (PRIMO) heeft met grote belangstelling kennisgenomen van uw brief met betrekking tot “Een kritische waakhond voor de Veiligheid”. Wij stellen het op prijs een korte reactie te mogen geven als organisatie die het managen van publieke risico’s in haar missie heeft: ‘We care about good governance”. Zij is opgericht als vereniging Europees in Straatsburg in 2005 en in Nederland te Den Haag in 2006.

Wij herkennen de analyse die u geeft zeer. Elke zin in uw pleidooi is raak. U schrijft onomwonden en gaat naar het hart van wat goed bestuur zou behoren te zijn. De door u bepleite waakhond zou qua rol reeds belegd moeten zijn, dachten wij in ons democratisch bestel bij Tweede Kamer, Provinciale Staten, Gemeenteraad en Algemeen Bestuur van Waterschappen. Zij immers hebben een controlerende taak. Het zou ook onderdeel dienen uit te maken van de handel en wandel van elk publieke leider, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Punt is dat bezien vanuit veiligheid de wereld er gefragmenteerd en gesegmenteerd uitziet. De hele keten van veiligheid is uitgerekt, uitgestrekt en geparcelleerd. U verwoordt dit treffend. Het integraal verbeteren op veiligheid werkt niet.

Als de samenleving kan worden beschouwd als een ecosysteem en veiligheid als integrale waarde ervan, dan zou de waakhond symbool kunnen staan voor het eigenaarschap van veiligheid en daarbij de gedaante aan kunnen nemen van die van rentmeester, van hoeder. Een systeem kan alleen groeien, in dit geval in de ontwikkeling en de borging van veiligheid, indien zij leert van haar fouten, dit door deze te zien als een onderdeel van groei, te erkennen en te adresseren. Alle principes van de high reliability organisation gelden hier, denken wij.

Wij onderschrijven uw analyse en pleidooi voor acteren van harte. Wij willen nog iets toevoegen. Een waakhond is met name effectief, indien de eindverantwoordelijkheid ook integraal en onafhankelijk van de deelbelangen kan worden belegd én democratisch kan worden verankerd. Wil de overheid betrouwbaar zijn, dan dienen bevoegdheden, geld en middelen aanwezig te zijn om verbeteringen in het systeem te kunnen doorvoeren en zelfs af te dwingen. Het spreekwoordelijke Geen geld, geen Zwitsers geldt te allen tijde, ook hier.

De door u bepleitte waakhond zou volgens ons de gedaante aan kunnen of misschien wel moeten nemen van rentmeester (van de veiligheid), dit in de vorm van een eindverantwoordelijk bestuurder/manager in het land, die met democratisch gezag kan en mag opereren, zeker in het doorvoeren en afdwingen van systemische verbeteringen.

Hoogachtend,

Ir. J.P. (Jack) Kruf, President/Directeur”

Thorbecke re-invented

Jack Kruf

Het is een interessant fenomeen: de samenwerking tussen de verschillende overheidslagen. Of beter de zoektocht ernaar. Of zelfs het op punten ontbreken ervan. Dan is er Thorbecke met zijn ideeën hierover. Deze staatsman was modern in zijn denken, om natuurwetenschappen en bestuurskunde als haast eenzelfde wetenschap te beschouwen. Was hij zijn tijd vooruit? Of verkondigde hij wat zijn tijdgenoten op het gebied van ecologie en natuur ook al verkondigden of verkondigd hadden. Was hij er toevallig op zo’n moment in de geschiedenis waarin een bijzondere vooruitgang der natuurlijke wetenschappen werd geboekt? In elk geval dacht hij na over de organische aanpak van de samenleving en haar bestuur als dé weg naar resilience.

Thorbecke ontleende zijn structuur van rijk, provincie en gemeente aan die van de natuur. Lagen, zoals elk ecosysteem vele lagen heeft en daarbij de basis vormt van de eigen resilience, het vermogen om verstoringen het hoofd te bieden en terug te veren naar het evenwicht.

Johann Heinrich Neuman (1852) Johan Rudolph Thorbecke [oil on canvas]. Amsterdam: Rijksmuseum.
Heeft Thorbecke destijds niet al het recept uitgevonden en daarmee de basis gelegd voor het snelgroeiende resilience paradigma? Thorbecke was tijdgenoot van de grote systeemdenkers Alexander von Humboldt en Charles Darwin. Hij moet haast door hen geïnspireerd zijn geweest bij het ontwerpen van ‘zijn’ architectuur voor bestuurlijk Nederland. Hij heeft immers kernelementen van ecosystemen overgenomen in zijn onderliggende filosofie. Je zou het ‘Huis van Thorbecke’ ook kunnen beschouwen als een tijdloze visie op het systeem van het openbaar bestuur.

Multi-level governance

Eén van de probleempunten in de samenwerking tussen de overheidslagen – dit is algemeen gedacht – lijkt te zijn dat beleid hoofdzakelijk top-down wordt ontwikkeld en uitgerold naar lagere echelons in het ecosysteem overheid. Er zijn genoeg voorbeelden waarin de effectiviteit van een dergelijke werkwijze gering is te noemen is of soms averechts werkt. Op Europees niveau is enkele jaren geleden in dialoog met Public Risk Management Organisation (PRIMO) en de Europese vereniging van gemeentesecretarissen (UDITE) geconcludeerd dat dit fenomeen van top-down werken een matig tot geringe implementeerbaarheid van beleid liet zien.

Slechts 12% van de bestuurlijke beleidsplannen komt tot uitvoering. En daarvan is 25% effectief. Een rendement van 3%. Zo schatten 210 Europese gemeentesecretarissen in op een conferentie in 2005 bijeen te Kopenhagen.

Het fenomeen van ‘naar beneden duwen’, zoals een Portugese collega het ooit noemde, van taken in financieel krappe tijden doet zich in bijna alle Europese landen voor. Naar beneden en met minder geld. Het frappante is dat overal in Europa door de politiek bij decentraliseren het argument van lagere uitvoeringskosten als argument wordt aangevoerd. Thorbecke had bedacht dat het verkeer beide richtingen op moest gaan, dus ook bottom-up, omdat elk werkend systeem staat of valt met terugkoppeling. Een essentieel element van elk systeem. Zonder terugkoppeling valt elk systeem om.

Luisteren

Vooral de dialoog moet te allen tijde open blijven tussen de bestuurslagen. Het lijkt beter niet constant elkaar slechts de overtuigingen te schetsen maar oog te hebben voor waar het om gaat en de dialoog te starten. Hiervoor zal de centrale overheid open moeten staan en echt luisteren naar provincies en gemeenten.

Deze verbetering begint volgens Ere-Stadssecretaris van Ieper Jan Breyne in elk geval bij een betere koppeling tussen politiek en burger, lees het kabinet, de decentrale overheden, de samenleving en de burgers:

“Maar politici hebben wel als opdracht om te luisteren naar de medeburger, naar wat hem bezighoudt en drijft en om hieraan te verhelpen, niet via hand-en-spandienst, maar via regels en beschikkingen, die het leven beter maken. Het maakt weinig verschil uit of men nu premier is of lokaal raadslid. De basisregels blijven dezelfde.”

Het organische Huis van Thorbecke

In Nederland hebben we voor de organische samenwerking tussen de verschillende overheden een prachtig bestuurssysteem ontwikkeld. Thorbecke was de man die uiteindelijk het voor elkaar kreeg de nieuwe nationale sturing – overigens in navolging van een brede Europese verandering- te baseren op een organische samenwerking van de diverse overheidslagen. Er wordt vaak gemopperd over het Huis van Thorbecke als een oubollig en gedateerd systeem.

Maar misschien is het toch eens goed in het perspectief van de voorliggende veranderingen, dit systeem op haar intentie nogmaals door onze handen te laten gaan. Het af te stoffen en haar principes opnieuw bloot te leggen. En wellicht om opnieuw te beseffen wat we aan de rijke filosofie van Thorbecke kunnen hebben om onze problemen van nu op te lossen.

Professor Auke van der Woud, hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, verwoordt het in zijn boek ‘Een nieuwe wereld’ – in hoofdstuk 9 ‘Systematisch bestuur’, p. 163, we spreken over 1848 – als volgt:

“Thorbecke beschouwde de staat als een levend, logisch functionerend organisme. De besturen van het land, de provincies en gemeenten waren ‘organen van het staatswezen’, ze waren vitale onderdelen van ‘het stelsel van één lichaam’. De natuur zelf liet zien hoe sterk zo’n stelsel was ‘De natuur is niet daarom zo rijk… maar omdat zij een oneindige verscheidenheid van wezens, ieder met eigen kracht, onder eene algemeene wet laat werken’.”

In de jaren daarna deed ook geleidelijk het woord ‘gemeenschap’ zijn intrede. Van der Woud (p. 171, we spreken over 1876):

“Voor hen was de maatschappij geen verzameling van individuen die allemaal hun persoonlijke doelen nastreefden. Ze vonden: ‘dat zij een organisme is, waarvan de deelen en leden met elkander een samenhangend geheel vormen. Zulk een organisme heeft zijn eigen bouw, zijne eigene ontwikkeling, en evenals de anatoom en de fysioloog het menschelijk lichaam onderzoeken, moet ook de beoeftenaar der wetenschap zijn studie wijden aan de anatomie en fysiologie der maatschappij. Aan de waarneming van ziekteverschijnselen zal het haar daarbij niet ontbreken, aldus vindt zij tevens voor de therapie een ruim veld.”

Klare taal. Werk aan de winkel! Ook voor nu en later goed bruikbaar, zo lijkt het. Eigenlijk bij alle voorliggende vraagstukken zoals klimaat, water, cyber, terrorisme, sociaal domein of privacy. Op veel punten zullen we het Huis van Thorbecke ook naar Europa moeten oprekken. De principes staan als een huis.

Met het huidige karakter van schuivende panelen op financiën, beleidsdoelen, informatiehuishouding, bemensing en besturing – zou het weleens kunnen zijn dat de grondslagen van Thorbecke zeer goed toepasbaar blijken. In een organisme of, zoals door Brian Walker van het Stockholm Resilience Institute geduide term, sociaal-ecologisch systeem wordt immers veel gecommuniceerd en afgestemd, alle kanten op, meervoudig complex. Daarin is ook sprake van een echelon aan goed werkende feedback-mechanismen. Dus niet alleen top-down opleggen van besluiten en klakkeloos uitvoeren, maar een systeem van volop schakelen, koppelen en terugkoppelen. Intelligentie wordt van onderaf opgebouwd.

Zo was het bedacht door Johan Rudolph voor zijn huis van rijk, provincie en gemeente. Kunnen we terug naar deze nobele basisprincipes. Of beter vooruit. Thorbecke… reinvented? En met hem op weg naar de door ons zo gewenste resilience van de samenleving met de ecologische principes op zak. Het vraagt erom dat de wetenschappen bestuurskunde en ecologie opnieuw naar elkaar toe bewegen, komen tot synergie en wellicht op onderdelen tot samenvloeiing in een nieuwe wetenschap.

*Het artikel is voor het eerst gepubliceerd op 29 oktober 2015 en nu op enkele punten aangepast.

Bibliografie
Auke van der Woud (2013), Een nieuwe wereld: het ontstaan van het moderne Nederland. Bert Bakker, Amsterdam.