Lange termijn denken voor een korte termijn wereld Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.
De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.
Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.
This book Inside Views is noteworthy. It is an art impression and expression at the same time. A superb series of photographs – (with light written) night-scapes – by Floriane de Lassée. What this series makes so special is that she shows us how the personal living world of people seems to be connected and disconnected at the same time with the system world of the larger city. In fact, every photo catches two separate worlds in one single shot. Quite an achievement. Not only that: it is art. It is published by Nazraeii Press.
From public governance and city management perspective it is obvious that knowledge of habitats in the city and their layering is crucial in taking the right decisions in city architecture and planning. To connect the individual and personal habitat from the bottom of the ecosystem city with the top, being the larger habitat of the city, is the true challenge for every public leader. It is about the true understanding what city resilience actually is and how it ‘works’. The lockdown related to Coronavirus shows us how relevant this knowledge is, more than ever. It is the constraint to build trust of citizens in city leadership. And is not solitude what actually has to be managed? De Lassée guides us.
In the high insomnia megalopolis, splashed by stunning lights like so many islands of solitude, a heart beats, fragile, human… I do not photograph cities, but an imaginary City that inhabits each megalopolis. It is the product of the Man’s excesses, his genius, his madness. The City exceeds the overflow. She is about to devour us.”
FLORIANE DE LASSÉE
During her time in New York, while studying at the International Center of Photography, New York, Floriane de Lassée began to explore the built environment and to document the cityscape at night. Post-graduation, as her career took off, de Lassée built on this early work, photographing night scenes in New York, Tokyo and Shanghai.
A selection of these photographs was brought together for the artist’s exhibition Night Views; featured at the Arles Photography Festival in 2006. Inside Views, de Lassee’s first monograph comprises 42 of the artist’s most powerful night cityscapes to date, and serves not only as a broader introduction of the work for which she is already known in Europe, but also as a bridge between her earliest work in the series, and the transformations it is currently undergoing.
Floriane de Lassée is an original force in contemporary photography. Inside Views is a stunning monograph.
Bibliography
Lassée, Florianne de (2008) Inside Views. Paso Robles: Nazraeli Press.
In a time when we’re constantly swamped with never-ending to-do lists, pausing to spend time in nature and soak up the restorative power of the natural world has never been more important.
Shinrin-Yoku, or forest bathing, is the practice of spending time in the forest for greater health, a strengthened immune system, happiness and a sense of calm. A pillar of Japanese culture for decades, Shinrin-Yoku will help you slow down and reconnect with nature, from walking mindfully in the woods, to a break in your local park, to simply walking barefoot on your lawn.
Bibliography Qing Li (2018) Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. London: Penguin Random House.
Breda, 16 augustus 2020. Dit e-boek Publieke Risico Essays bevat een collectie van 75 essays, geschreven door publieke leiders, managers, adviseurs, experts en wetenschappers. Selectie en curatie door Eric Frank en Jack Kruf. Dank aan alle auteurs, organisaties en uitgevers voor het beschikbaar stellen van deze essays.
Een boek om uw kennis te verrijken en uw inzichten te verdiepen. Het telt 723 pagina’s lezenswaardig materiaal met betrekking tot de publieke besturing van waarden en risico’s.
Het boek bevat een caleidoscopisch overzicht en bestrijkt de periode 1995-2020. Beoogd wordt om de ontwikkeling van het vakgebied ‘publiek risicomanagement’ – als relatief nieuw vakgebied binnen het bredere perspectief van publieke (be)sturing -nader te duiden en de zoektocht naar acceptatie ervan door bestuur en management – als logische bijdrage aan resultaat en succes – in beeld te brengen.
Deze collectie wordt uitgebracht voor bestuurders, managers, adviseurs, wetenschappers, docenten en studenten. Het wordt gebruikt voor onderwijsdoeleinden.
Inleiding De beginselen van risicomanagement liggen besloten in elk ecosysteem en zijn voor wat de mens betreft zo’n 300.000 jaar oud. Elk mens heeft in zijn hersenen de vroege ontwikkelingsstadia nog opgeslagen. Om te overleven als groep of als individu. Het kwam ons voor dat deze basisprincipes voelbaar zijn in de gedachten verwoord in deze selectie van essays. Veel ervan is wezenlijk.
Nu, anno 2020, kijken wij slechts een stukje terug. Gedurende 15 jaar (periode 2006- 2020) zijn wij afwisselend verantwoordelijk geweest voor de oprichting, besturing en management van de Nederlandse tak van PRIMO, de Public Risk Management Organisation. Een mooi moment om een selectie van essays te presenteren, dat een beeld geeft van het ontstaan, de werking en de ontwikkeling van het vak risicomanagement.
Het is een persoonlijke selectie, waarbij in onze ogen de diverse invalshoeken van het vakgebied het sterkst worden geëtaleerd. Het is een selectie, waarvan wij weten dat wij mensen tekort doen, natuurlijk. Maar de keuze voor een beperkte set van essays en pagina’s dwingt om te kiezen. Het zijn 75 essays en 723 pagina’s. Gebundeld in dit e-boek.
Risicomanagement is als vak zo oud als de weg naar Rome (en eigenlijk veel ouder zoals hierboven reeds geduid), maar het startpunt voor Nederland wordt gelegd in 1995, in de aanloop naar het proces waarbij de rijksoverheid in Nederland de eerste zaadjes plantte. Niet echt voor zichzelf, nee niet echt, maar om een construct te bedenken waarbij zij taken kon decentraliseren naar lagere overheden en vervolgens om toezicht op de uitoefening af te dwingen. Afstoten dus en erop toezien dat het goed gaat. Een bijzondere reden dus, die niet zozeer de publieke zaak vooropstelt maar eerder het mechanisme van controle. Dat is het eerste dat opvalt. 25 jaar risicomanagement.
De selectie van artikelen geeft de duiding van deze aanpak weer, laat ook zien dat vele experts en wetenschappers er veel nieuwe ideeën op hebben ingebracht, maar de rijksoverheid is qua standpunt en aanpak in die 25 jaar eigenlijk niet van gedachten veranderd. Er is eigenlijk de paragraaf weerstandsvermogen als enig echte kader. Daar wordt weliswaar wettelijk aan voldaan, maar veel gemeenten passen het nauwelijks toe als echt sturingsinstrument.
Wat opvalt is ook dat de gemeenten, provincies en waterschappen eigenlijk in het geheel nog niet georganiseerd zijn op dit punt, ook niet na 25 jaar. Iedereen werkt met een eigen aanpak, met eigen raamwerken, modellen, adviseurs en zelfs eigen wetenschappers. Er is nauwelijks sprake van een corporate kader waarmee door gemeenten, provincies en waterschappen wordt gewerkt.
Pas 25 jaar nadat het rijk de beslissing nam om zo te gaan werken, tonen de koepelorganisaties, zij het mondjesmaat – incidenteel, op projectbasis en meestal facilitair – een teken van leven op dit punt. Dat is merkbaar in de selectie. Essays hiervan ontbreken. De essays komen met name van enkele front runners in het publieke domein, wetenschappers of extern adviseurs.
Eigenlijk, concluderen wij, is er na 25 jaar weinig nieuws onder de zon. Veel boeken, artikelen, software, debatten, diversificatie en eigen winkels, maar in de kern draait alles nog steeds om dat ene principe van toezicht. De enige echte beleidslijn in al die jaren is het weerstandsvermogen. Er zijn gelukkig pogingen van experts om corporate risk governance op een hoger planniveau te krijgen. Een zoektocht van het openbaar bestuur zelve kent een zeer matig resultaat. Risicomanagement is niet geland, het is voor veel bestuurders en topmanagers een fremdkörper. Het is geen sturingsinstrument geworden om scherp aan de wind te zeilen, te innoveren, vooruit te zien. Het is een moetje, ja soms zelfs een wassen neus.
Risicomanagement is nog steeds een duwmodel, eigenlijk een ongewenst kindje van de overheid, waarin adviseurs en commerciële partijen natuurlijk voor een frisse wind hebben gezorgd, maar ook waarin zij met bijzondere ideeën, benaderingen en modellen kwamen aanzetten. En vooral de diversiteit aan begripsduiding en -uitleg is enorm. Het lijkt een vervuild begrip geworden, een container. Dit zorgt voor grote verwarring en hap-snap business. Daar wringt hem de schoen met betrekking tot publiek risicomanagement. Het speelveld is verdeeld en er is geen eenduidige taal.
Onze selectie van artikelen is een oproep om de handschoen nu echt eens op te pakken en voorliggende rijkdom aan kennis en ideeën opnieuw te wegen, te benutten en vooral aan de slag te gaan. Bestuur en topmanagement zijn daarbij aan zet. Daarvoor is wel gezag nodig en vooral draagvlak en consistentie vanuit de top van de ministeries.
Na 25 jaar zijn wij nog steeds een beetje waar wij 25 jaar geleden waren: de meeste bestuurders en topmanagers voelen er helemaal niets voor om dit vak professioneel te adopteren. Hun uitleg is dat het negatief is, remmend, niet motiverend, mijdend. Natuurlijk is dit onzin, maar goed de beleving is soms sterker dan de werkelijkheid. De kern van het vak wordt willens en wetens niet begrepen. Er is werk aan de winkel, veel, jawel heel veel. Deze selectie bevat daarvoor de ingrediënten.
Voor u ligt een reis van meer dan 25 jaar, die ook laat zien dat goede ideeën zijn gelanceerd en dat vele pogingen zijn ondernomen om het vak te verbreden en om het volwassen te laten worden. Een deel daarvan is in onze ogen het waard om gedeeld te worden en verdient om op de tekentafel te brengen bij de doorontwikkeling van het vak. Wij wensen u leesplezier én inspiratie.