Natural Magic

Emily Dickinson, Charles Darwin, and the Dawn of Modern Science

Renée Bergland | 2024, Princeton University Press

A captivating portrait of the poet and the scientist who shared an enchanted view of nature. Emily Dickinson and Charles Darwin were born at a time when the science of studying the natural world was known as natural philosophy, a pastime for poets, priests, and schoolgirls. 

The world began to change in the 1830s while Darwin explored the Pacific aboard the HMS Beagle and Dickinson was a student in Amherst, Massachusetts. Poetry and science started to grow apart, and modern thinkers challenged the old orthodoxies, offering thrilling new perspectives that suddenly felt radical—and too dangerous for women.

Natural Magic intertwines the stories of these two luminary nineteenth-century minds, whose thoughts and writings captured the incredible possibilities of the new sciences while strove to preserve the magic of nature.

Just as Darwin’s work was informed by his roots in natural philosophy and his belief in the interconnectedness of all life, Dickinson’s poetry was shaped by her education in botany, astronomy, and chemistry and by her fascination with the enchanting possibilities of Darwinian science.

Casting their two very different careers in an entirely fresh light, Renée Bergland brings to life a time when ideas about science rapidly evolved, reshaped by poets, scientists, philosophers, and theologians alike. She paints a colourful portrait of a remarkable century that transformed how we see the natural world.

Illuminating and insightful, Natural Magic explores how Dickinson and Darwin refused to accept the separation of art and science. Today, more than ever, we need to reclaim their shared sense of ecological wonder.

Clara, de eerste neushoorn in Nederland

door Agnita de Ranitz

Een roman op basis van gedegen historisch onderzoek. Het boek schetst een tijdsbeeld hoe de mensheid denkt over de natuur en de eerste stapjes zet in kennismaking met de soorten die er thuis zijn. Een ontdekkingsreis die eigenlijk nog maar net is begonnen, zo lijkt het. Het boek is uitgegeven door Uitgeverij de Brouwerij.

Als Douwe Mout in 1740 kapitein wordt op een VOC-schip en daarmee in Bengalen arriveert, verandert zijn leven op slag als hij oog in oog komt te staan met een jonge neushoorn. Hij besluit het dier mee te nemen naar De Nederlanden, maar heeft geen idee wat hij zich daarmee op de hals haalt.

Bij een bevriende drukker in Leiden laat hij affiches maken om betalende bezoekers naar kermissen en jaarmarkten te trekken. Nieuwsgierigen stromen toe om het in die tijd nog onbekende dier te bewonderen. Geleerden bestuderen haar nauwkeurig en kunstenaars raken gefascineerd door elke plooi.

Al gauw blijkt dit voor Douwe een lucratieve bezigheid en neemt hij ontslag bij de VOC. Dan wordt het ook tijd om de grens over te trekken. Behalve boeren en burgers maken ook bepruikte en geparfumeerde edellieden en vorsten hun opwachting bij het monstrueuze dier. Zo reist Douwe Mout zeventien jaar lang met Clara door Europa en wordt de neushoorn een hype, een fenomeen dat je gezien moet hebben.

_____

Schilderij door Jean-Baptiste Oudry, 1749.

Clara (1738 – 1758) was een vrouwelijke Indische neushoorn die in het midden van de achttiende eeuw vanwege een zeventien jaar durende tentoonstelling door heel Europa beroemd werd. Zij betrad in 1741 in Rotterdam het Europese land en werd hiermee de vijfde levende neushoorn in Europa sinds DĂŒrers Rhinocerus in 1515 (bron: Wikipedia)

Bibliografie

Ranitz, A. de (2022) Clara, de eerste neushoorn in Nederland. Maassluis: Uitgeverij de Brouwerij.

Simpler

Book by Cass R. Sunstein

How can government be more “user-friendly”, simple and efficient by streamlining and reforming government regulation and rule-making?

This book is about making things simpler, how governments can be much better, and do much better, if they make people’s lives easier and get rid of unnecessary complexity. “…simpler government can be found in new initiatives that save money and time, improve health, and lengthen lives” (Simon & Schuster).

In this book the author Cass R. Sunstein shares his experiences from 2009 to 2012 when he was Administrator of the White House Office of Information and Regulatory Affairs in the Obama Administration. His theories shaped the Obama administration and the American nation. In this interview (Brookings) Sunstein lines out his main findings and focus.

Published in 2013 by Simon & Schuster, Inc.

De gave van Gauguin

Wat hebben kunstenaars en bestuurders gemeen? Op het eerste gezicht niet zoveel, althans in de meeste gevallen. Maar bij het lezen van het boek Dat kan mijn kleine zusje ook door Will Gompertz (voormalig directeur Tate Gallery), dat handelt over begrip voor moderne kunst (met als startpunt de impressionisten), blijkt toch een verrassende parallel. Wij citeren (p. 89):

“Wat hij (Paul Gauguin, red.) wĂ©l bezat – en wat  alle grote kunstenaars bezitten – was het vermogen om op een unieke manier universele ideeĂ«n en gevoelens over te brengen. Om daartoe in staat te zijn moet het talent van het individu meestal de tijd krijgen om een eigen, herkenbare stijl te ontwikkelen. Als dat eenmaal gebeurd is en de schilder zijn of haar eigen stemgeluid gevonden heeft, kan er een gesprek met de toeschouwer plaatsvinden. Er worden dan aannames mogelijk en er kan een relatie ontstaan. Gauguin bereikte dat stijlkenmerk in een opmerkelijk korte tijd, en dat bewijst zijn vakbekwaamheid en intelligentie.”

De snelle oriĂ«ntatie, het ontwikkelen van de eigen stijl, het eigen authentieke stemgeluid vormgeven zijn de gaven van Gauguin. Zij komen overeen met wat goede bestuurders in de relatief korte bestuursperioden van vier jaar ook te doen hebben. Net als hebben zij beperkte tijd om te binden met hun omstanders, burgers, bedrijven en instellingen, eigenlijk met de samenleving. Wat Gompertz hier schrijft zou hij ook geschreven kunnen hebben voor bestuurders.

Waar ligt de kern van de gave van Gauguin? Gompertz licht op p.86 een tipje van de sluier op – een deel aan de hand van La Vision aprĂšs le sermon (1888), te zien op de afbeelding hierboven – wat het volgens Gauguin zelf was:

“Hij (Paul Gauguin, red.) was tot de conclusie gekomen dat het de impressionist aan intellectueel doorzettingsvermogen ontbrak. Ze konden niet verder kijken dan de werkelijkheid zich voor hun ogen ontrolde. Hun rationalistische kijk op het leven beroofde hun schilderijen van de belangrijkste ingrediĂ«nt: verbeeldingskracht.”

Paul Gauguin is een verrassende en inspirerende leermeester voor bestuurders en managers: verbeeldingskracht als gave en factor voor het leggen van verbindingen. Zeker met de grote maatschappelijke en infrastructurele veranderingen inzake klimaat, biodiversiteit, energie (et cetera) voor ons is dit een eigenschap met doorslaggevende betekenis. Het creëert stimulerende kaders en dus draagvlak voor verandering.

* Will Gompertz (2012), Dat kan mijn kleine zusje ook: Waarom moderne kunst kunst is. Meulenhoff, Amsterdam, 464 pp.

Identiteit

Paul Verhaeghe onderzoekt in Identiteit (2012) de effecten van dertig jaar neoliberalisme, vrijemarktwerking, privatisering en de relatie tussen de maakbare samenleving en onze identiteit. Wie wij zijn wordt zoals altijd bepaald door de context waarin wij leven. Die context bepaalt op dit moment: wie geen succes heeft zal ziek zijn.

Paul Verhaeghe: “Maatschappelijke veranderingen hebben gezorgd voor een veranderd ik-gevoel.

De dwang tot succes en geluk blijkt een keerzijde te hebben: het leidt tot verlies van zelfbesef, tot desoriĂ«ntatie en vertwijfeling. De mens is eenzamer dan ooit. De liefde is moeilijk te bereiken en betekenisvol leven is diepgaand problematisch geworden.”

“Ik doe een poging om het daarbij aansluitende mensbeeld, de spiegel die ons omringt, onder worden te brengen (p. 116):

Mensen zijn competitieve wezen die vooral uit zijn op hun eigen profijt. Op maatschappelijk vlak is dat in het voordeel van ons allemaal, want iedereen zal in die competitie zijn uiterste best doen om aan de top te geraken. Daardoor krijgen we betere en goedkopere producten in combinatie met een efficiëntere dienstverlening binnen een één gemaakte vrije markt, zonder inmenging door de overheid.

Dit is ethisch correct, want het slagen of mislukken van een individu in die competitie hangt volledig af van diens eigen inspanningen. Iedereen is bijgevolg zelf verantwoordelijk voor het eigen succes of falen. Vandaar het belang van onderwijs, want onze wereld is een razendsnel evoluerende kenniseconomie die om hoogopgeleide mensen met flexibele competenties vraagt. Eén hoger-onderwijsdiploma is goed, twee is beter en levenslang leren een must. Iedereen moet blijven groeien. Immers de competitie is bikkelhard. Vandaar ook de dwingende noodzaak aan functioneringsgesprekken en constante evaluaties, die alles geleid door de onzichtbare hand vanuit een centraal management.

Dit is de korte samenvatting van het grote verhaal dat vandaag de dag onze cultuur beheerst en dat bijgevolg onze identiteit vormt. Cultuur kunnen we het best begrijpen in de ruime betekenis, want dit verhaal heeft ondertussen alle sectoren ingenomen, van wetenschap via onderwijs tot de zorgsector en de media. Ik herinner er nog even aan dat identiteit ook onze normen en waarden bevat en bijgevolg de verhouding tegenover anderen bepaalt.”

“Loon naar werken in naam van de vrijheid (GC p. 118):

Het woord ‘meritocratie’, door Scott Belsky van Adobe deze week nog als thema centraal gesteld in hun nieuwe website Behance tijdens hun wereldwijde congres), was tot voor kort vrij onbekend, in tegenstelling tot de onderliggende gedachte waarmee zo ongeveer iedereen opgevoed is: loon naar werken; iedereen krijgt wat hij verdient; boontje komt om zijn loontje, zoals men zaait, zo zal men oogsten, enzovoort…

De macht (kratos) dankzij de inzet, de verdienste (merit)…

De versmelting van vrijheid en loon naar werken heeft gezorgd voor een kantelpunt, waarna we het beste kunnen spreken van een ‘neoliberale meritocratie’. Het belang van dat kantelpunt kunnen we afwegen aan de gevolgen. Binnen de kortste keren valt de sociale mobiliteit stil, ontstaat er een groeiende kloof tussen onder- en bovengroep en moeten vrijheid het veld ruimen voor een veralgemeende paranoia.”

Interview Paul Verhaeghe in Brands met Boeken.

Uitgegeven door De Bezige Bij, Amsterdam