Dit groepje bomen is over van wat eens een groot en vooral wijs bos was. Een verlaten groepje dat mijn aandacht trok. Zij zijn de laatst overgeblevenen, restanten en als zodanig onderdeel van een (zwaar uitgedund) bosberaad.
De bomen spraken over hoe zij nu toch definitief het pad wilden terugvinden naar waar zij thuishoorden, het bos, hun bos. Een verwoede poging, zo meende ik te ontwaren. Protest ook.
Ik liep even naast Frodo en Sam in het Oude Bos en droomde over de trots en gewortelde wijsheid van de bomen:
“As they listened, they began to understand the lives of the Forest, apart from themselves, indeed to feel themselves as the strangers where all other things were at home. […] Tom’s words laid bare the hearts of trees and their thoughts, which were dark and strange, and filled with a hatred of things that go free upon the earth, gnawing, biting, breaking, hacking, burning: destroyers and usurpers. It was not called the Old Forest without reason, for it was indeed ancient, a survivor of vast forgotten woods; and in there lived yet, ageing no quicker than the hills, the fathers of the fathers of trees, remembering times when they were lords. The countless years had filled them with pride and rooted wisdom, and with malice.”
De New City Governance, so to speak, ligt eigenlijk al jaren voor als thema. Als gemeentesecretaris was er permanent de insteek om belangen van de stad zelve, haar burgers, doelgroepen, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en ministeries (bolwerken van segmentatie) af te stemmen en te koppelen.
De benadering vanuit de concepten zoals smart city en city resilience in de afgelopen decennia zijn voorlopers, maar missen de harde componenten van governance, sturing en navigatie. Het is veel inhoud dat voorbij komt. De kern van de overall sturing wordt niet of nauwelijks aangeraakt. De huidige segmentatie en fragmentatie van die sturing vraagt om nieuwe wegen, willen wij verder komen. Er is een doorbraak in het denken nodig.
Deze nieuwe benadering is er dus nog niet, zeker politiek niet, omdat vanuit het perspectief van macht en invloed (cfr. Machiavelli) de feiten inzake kwaliteit en focus van het openbaar bestuur zich anders dan integraal tonen in mijn ogen. Ook wetenschappelijk zijn wij nog niet zover. Het landschap hier is ernstig versnipperd. Er is geen wetenschap die luistert naar de naam civitologie (mijn gedachte, ben ik nu een bedenker?).
De New City Governance van het ecosysteem stad – Ecosystem City® en Civitas Naturalis – staat in de kinderschoenen en is in mijn ogen de grootste uitdaging voor de komend decennia. De toegepaste wetenschap en gedachtenontwikkelingen met betrekking tot de Sustainable Development Goals – met name noem ik SDG 11 (Sustainable Cities and Communities), SDG 16 (Peace, Justice and Strong Institutions) en SDG 17 (Partnerships for the Goals) -bieden uitgangspunten, drivers en handvatten. Het is een proces in ontwikkeling. Het wordt een boeiende ontdekkingstocht.
De implementatie van New City Governance vraagt om de keuze om niet het systeem centraal te stellen, maar de doelgroep, de kwestie c.q. het voorliggend vraagstuk. En dat is een spannende. Het vraagt om een paradigma-shift in governance, om een systeemsprong.
Ik moest denken aan de blootgelegde lessen van Machu Picchu, waar dit alles al aanwezig was, maar door de tijd in vergetelheid is geraakt. Ons bezoek in 2006 was werkelijk overweldigend. Als gemeentesecretaris Roosendaal en voormalig directeur Stedelijke Buitenruimte Breda was dit smullen. Ik was er niet meer weg te slaan, om het maar simpel te zeggen. Heb menig boek erover verslonden. Vooral de Lost City of the Incas. The Story of Machu Picchu and its Builders ging er in als koek. Deze stad kende integrale sturing. Machu Picchu, een voorbeeld, een rolmodel.
Is er nog publieke waarde? Of is dit fake dan wel onderdeel van een complot geworden? De stroom van feiten over dat laatste zwelt aan. Dat dan weer wel. Alertheid geboden. Voeten op de grond, samen. John Benington en Mark Moore helpen met hun wijze woorden en gedegen analyses.
Zij definiëren in 2011 publieke waarde als volgt, vertaald: “De waarde die de overheid creëert door haar burgers en die burgers zelf waarderen, welbegrepen niet simpel als wat het publiek het meest waardeert maar wat de meeste waarde toevoegt aan het publieke domein”.
Dat laatste, onze gezamenlijke leefruimte, straat, plein, park, stad of natuur met daarin liefde, geborgenheid, geluk en veiligheid is wat ons allen bindt. Pak het vast en kijk ernaar. Adem in, adem uit. En laat het niet vallen! Anders komt publiek risico (Kruf, 2012) in beeld, evident, gedefinieerd als mogelijke schade aan of afwijking van beoogde publieke waarde.
Bedenk de woorden van dichter Lucebert (1974) in zijn gedicht ‘De zeer oude zingt’: “Alles van waarde is weerloos”. Een zin die meer betekenis heeft gekregen door zijn in 2018 ontdekte (en door velen zeer bekritiseerde) eigen denken en handelen.
Bibliografie
Benington, J. and Moore, Mark H. (2011). Public Value: Theory & Practice. Palgrave MacMillan. Link
Kruf, J.P. (2012). Publieke waarden en risico’s: over definities en Robin Hood. Uit: Publiek Risico: Essays: pp.116-122. Breda: Governance Connect. Link
Lucebert (1974). Verzamelde gedichten. Amsterdam: De Bezige Bij. Link editie 2018
Het moet gezegd. De stroom aan berichten, artikelen en boeken over ‘de toestand in de wereld’ is immens. Een brandkraan die wagenwijd openstaat, 24/7. Oriëntatie lijkt een kunst op zich te worden. Waar staan wij? Waar sta ik? Wat is er gaande? Wat is waardevol? Wat niet? Hoe bepaal ik mijn positie? Hoe kan ik groeien, overleven, liefhebben?
Het voelde, rondlopend in deze immense wereldbibliotheek, even alsof ik was losgelaten in het gebouw op bovenstaande foto. Een gebouw waar ik geblinddoekt was heen gevoerd, blinddoek af en de oriëntatie-vraag kreeg voorgelegd. Tja… een gebouw, waar hard wordt gewerkt, zo lijkt het, de metalen klanken in de verte klinken, vreemd en onbestemd. Hier wordt iets bijzonders geproduceerd, dacht ik, maar wat? Geen geuren die helpen. Met een dergelijk fantastisch construct moet het wel over kwaliteit gaan, maar welke en waarvan?` Waarvoor en met welk doel zijn deze ruimten ontworpen? Ik weet niet waar ik ben, elke oriëntatie op plaats en tijd is weg. Het licht kan helpen, dacht ik, maar het is praktisch ontdaan van elke kleur.
Het was even of Franz Kafka naast mij stond of dat ik op reis was met Isaac Asimov op één van zijn avonturen. Het was alsof ik in een kelder van een gebouw was beland, waarvan ik de functie niet weet, alsof ik mij ergens in een grote draaiende motor van een auto bevond, waarvan ik niet weet welke richting de bestuurder in gedachten heeft, wie de bestuurder is, waar de reis heengaat en wie er in de auto zitten.
Dat was ook het gevoel vannacht én vanmiddag. De behoefte aan oriëntatie. Enerzijds het debat tussen twee presidentskandidaten. Het toonde twee totaal verschillende wereldopvattingen, met geheel andere netwerken van mensen, belangen, principes, verdienmodellen en organisaties erachter en eronder. Het duel op leven en dood tussen twee volksstammen. Anderzijds het gevoel van het EU-besluit vandaag vóór het nieuwe landbouwbeleid met veel van de commerciële waarden van de oude economie in tact, waarbij natuurontwrichting niet wordt ontzien of is gezekerd, waarbij innovatie zo zacht is als boter. Er waren toch de nobele en strakke gedachten van de Green Deal! Of was er toch geen deal? Of niet? Kraakt de democratie – gebaseerd op individuele belangen, voorkeuren en keuzes van burgers – nu in haar voegen als het mogelijk is en relatief eenvoudig om grondwaarden en grondrechten – in constitutionele zin – te schenden? Of is dit het? Oriëntatie is het woord.
Ik laat mijn intuïtie, mijn binnenste ik spreken bij de oriëntatie op de voorliggende standpunten en gemaakte keuzes. De aarde is toch echt de enige weg. Piketpaal. Publiek is als het erop aankomt beter dan privaat. Of beter: publiek-inclusief privaat, publiek als kader voor privaat. De ziel is de basis voor oriëntatie.