De Mystiek van het Woud

Jack Kruf

De mystiek van de zeven nachten, die ik op mijn trektocht door het Zwarte Woud in het bos heb gebivakkeerd, heb ik ingelijst, misschien wel verankerd in mijn geest of zelfs in mijn ziel. Het was alsof ik oploste in het ecosysteem, werd ondergedompeld in de nachtelijke dynamiek van geluiden van het woud, rustend op de bedding (van mos) van Moeder Aarde. Nee, angst heb ik niet gehad. Ik kende de bossen op mijn duimpje. Ik was er thuis en wist ook welke dieren er leefden. Wolven waren lang niet meer gespot… Spannend, dat zeker wel.

De wildernis

Vele jaren later las ik het boek van John Muir, Journeys in the Wilderness. Dat was thuiskomen.

Het gevoel van de wildernis is zo weer op te roepen, en daarmee de ervaring om mij één met de natuur, ja, één met het universum te voelen.

Heel ver weg, over de verre heuvels en verscholen onder het zachte suizen van de wind door de hoge sparren is er de bewoonde wereld, ergens, daar waar mensen wonen. Alsof ik even geen deel uitmaak van de samenleving, maar een bosbewoner ben.

Vermomd als Heer

Soms, als ik in mijn nette pak met das moet aantreden bij een formeel treffen of optreden op een dichtbevolkte conferentie – mijn vader wist mij in deze staat treffend te duiden (hij kende mij immers als zijn broekzak) met vermomd als heer –  dan denk ik nog wel eens aan die momenten alleen in het diepe nachtelijke woud op de grens van Duitsland en Zwitserland.

Dan komen de woorden van John Muir zo weer binnen: “The clearest way into the Universe is through a forest wilderness.” Die helderheid relativeert altijd de drukte en de hectiek, verschaft het comfort van het inzicht en houdt beide voeten op de grond, altijd. Tja, vermomd als heer, dat is een goeie. Nog steeds.

Het Gevoel van Volvo

Dit meesterwerkje van Volvo – Jag vill leva, jag vill dö i Sverige – bevat de essenties van het leven. De naam ís in feite (zo ook bedoeld door de oprichters) de eerste naamval van het Latijnse volvere, hetgeen rollen betekent, letterlijk dus ik rol. Artistiek en erg kundig geadresseerd.

Hoe een automerk erin slaagt om de verbinding te leggen tussen het persoonlijke avontuur in ons, het eigen professionalisme, de liefde, de warmte en basis van thuis, de Alleingang van elk mens, de kracht van één zijn met de natuur, de schoonheid van reflectie en het gevoel van vrijheid. Wat een combinatie. De match met Zlatan Ibrahimović is perfect.

Elke ochtend als ik in mijn auto stap krijg ik dit gevoel. Cool. Dat is de kracht van marketing en branding. Dan vergeet ik daadwerkelijk even dat ik te veel fijnstof en CO2 produceer en niet goed bezig ben voor het milieu. Hm. Het wachten is nu op de elektrisch of waterstof aangedreven Volvo. Zowaar en mooi perspectief. En natuurlijk ben ik straks voor Zweden op het WK Voetbal in Rusland. I want to live, I want to die in Sweden.

Even stil voor de Witte Neushoorn

Jack Kruf

Met het heengaan van het laatste mannetje van de noordelijke witte neushoorn was ik toch even stil. De ene diersoort homo sapiens die een andere diersoort doet uitsterven. De wereld draait gewoon door, het is een berichtje op de vele websites, fotootje erbij van een eenzame neushoorn in een dierentuin. Social media zijn even hot. Ontstentenis of hype? De vraag van de interviewster op de radio aan een expert of we zonder kunnen, snijdt door mijn ziel. Verkeerde vraag.

30 miljoen jaar bestaat dit bijzonder dier, een periode die gelijk is aan 1 miljoen generaties mensen (die er in de huidige vorm niet eens waren overigens). De laatste generatie daarvan krijgt het voor elkaar om de soort van de aardbodem te laten verdwijnen. Door hebzucht en handel gedreven. In de oorverdovende verkiezingsretoriek van de laatste weken – veelal over mensen, over hun behoeften, over nog meer huizen en over de tsunami aan data die op ons afkomt, maar nauwelijks meer informatie oplevert, vormt dit bericht een eiland van stilte in mijn ziel.

Ik bedacht mij, als de tijd van de witte neushoorn op aarde gelijk gesteld zou worden aan de omtrek van de aarde, dan begint  het op de laatste 40 meter (de laatste generatie, 30 jaar) mis te gaan, wordt er gewaarschuwd en zijn er vele bezorgde berichten, maatregelen, onderzoeken, petities en beleidsplannen. De laatste meter gaat het helemaal mis. Hm. Ik zoek naar het woord wat mijn gevoel het beste beschrijft. ‘Respectloos’ komt toch het dichtst bij, denk ik. De aarde is vandaag de spiegel waarin de mensheid zichzelf ziet: een killer.

View on Delft: ecosystem ‘city’

Vermeer, Johannes (1660-1661) View on Delft [oil on canvas]. The Hague: Mauritshuis.

This painting of the city of Delft, made around 1660, is from the master hand of Johannes Vermeer. More than inspiring. I would like to live there if I am honest. In the time machine of Professor Barabas. Boom. 360 years back in time. Feels this way. As a huge fan of Vermeer I gave myself the book Vermeer by Karl Schütz as a gift. The XL version. Last week I bought one of the last copies of this first edition. Happiness can be so simple and be found so easily.

With View of Delft Vermeer created an iconic image of the city for me: the city as an entity, as the ecosystem city. The overwhelming and overarching cloudy sky gives the city of Delft the dimension that it is part of a larger whole, nature. It puts Delft in perspective. It humbles. At the same time, the citizens in the foreground remind you as watcher that the painting is also about everyday life. It creates the image that the city itself is comprehensive and offers a higher dimension to its inhabitants. That of a place where you belong, where you can live, love, meet and work.

View of Delft is for me a holistic image in which Vermeer shows us the multiple layers of the ecosystem ‘city’: citizen, group, street, neighbourhood and city. In ecological terms he shows organism, group, niche, habitat and system at the same time. And that under the clouds of a much larger dimension, the sky, the world. A Masterpiece. It leads to the needand the want of further exploration of the city as an ecosystem.

“Risicomanagement als een doorlopend proces”

Jack Kruf & Roel van den Bersselaar | Essay in boek ‘Adlasz voor de slimme gemeente’

In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het toepassen van risicomanagement in de gemeente. De titel spreekt over risicomanagement als een doorlopend proces, maar klopt dat wel? Ja, risicomanagement is, in tegenstelling hoe het in de praktijk vaak wordt ingevuld, een continu proces dat ondersteunend is aan de realisatie van doelen, van de bestuurlijk geformuleerde doelen tot en met de uitvoeringsdoelstelling op de werkvloer van een onderdeel van de gemeentelijke organisatie. Het management van risico’s vraagt daarom de inzet van alle functies en niveaus binnen de gemeente. Risicomanagement gaat over financiële en niet-financiële risico’s. Risicomanagement is wel een systematisch proces, met een aantal vaste stappen om tot het gewenste effect te komen.

Belangrijke stappen daarin zijn het formuleren van een antwoord op de vraag welk risico de gemeente bereid is te lopen, het bepalen van de kans en de gevolgen van het optreden van risico’s en de bepaling van welke beheersingsmaatregelen nuttig en nodig zijn.

Veel voorkomende praktijk van toegepast risicomanagement
Risicomanagement is binnen overheidsland een begrip. Elke organisatie bij de overheid heeft een systeem van risicomanagement, getuige de vele kadernota’s, beleidsnota’s en dergelijke met de naam Risicomanagement. Of een variatie daarop. Maar wordt risicomanagement wel op de juiste wijze ingevuld? Met andere woorden, doen we niet alleen de dingen goed, maar doen we ook de goede dingen?

Het systematisch nadenken over risico’s kwam bij de invoering van de rechtmatigheidscontrole pas echt goed onder de aandacht. Het college diende te zorgen dat er voldoende maatregelen van interne controle voor het management van niet-financiële risico’s aanwezig waren. Inmiddels is risicomanagement een ingeburgerd begrip. In veel organisaties komt het risicomanagement alleen niet verder dan het opsommen van zoveel mogelijk risico’s, die al of niet financieel te vertalen zijn.

De meeste organisaties zijn inmiddels ook zover dat waar mogelijk een bruto- en een nettolijst van risico’s wordt opgesteld. Vervolgens worden er door de organisatie zelf ingeschatte kansen aan de risico’s gekoppeld waarmee de waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis zich zal gaan voordoen wordt uitgedrukt. De optelling van kans maal financieel effect kan vervolgens worden gebruikt als maatstaf voor het weerstandsvermogen. En ziehier, we hebben een systeem van risicomanagement. Of niet? Nee dus. Want waarom of waarvoor is iets dan een risico? En wat is eigenlijk een risico?

Adlasz Handboek 2018 Jack Kruf

The confirmation bias in us

Kruf, L.G.S. (2012) Twist.

Some things are remarkable and for most leaders and managers hidden or simply unnoticed. One of them is confirmation bias. Within science and literature, it is described, researched and elaborated over and over again, throughout history in fact, beginning with the Greek historian Thucydides (c. 460 BC – c. 395 BC). He wrote: “… for it is a habit of mankind to entrust to careless hope what they long for, and to use sovereign reason to thrust aside what they do not fancy.”

This steering mechanism in our brains can be defined according to Cambridge Dictionary as the way a particular person understands events, facts, and other people, which is based on their own particular set of beliefs and experiences and may not be reasonable or accurate.

Wikipedia cites the definition of Haselton et al. (2005): a systematic pattern of deviation from norm or rationality in judgment. It ads to this the interpretation: Individuals create their own “subjective reality” from their perception of the input. An individual’s construction of reality, not the objective input, may dictate their behavior in the world. Thus, cognitive biases may sometimes lead to perceptual distortion, inaccurate judgment, illogical interpretation, or what is broadly called irrationality.

Generally spoken we, humans, have some ’embedded heuristics’ which Daniel Kahneman and Amos Tversky described as ‘highly economical and usually effective but lead to systematic and predictable errors’. It is an aspect to be aware of when chairing or participating in a meeting. It is mentioned as a key driver in risk management theories. It can creep into the discussion and decision making process, staying unnoticed and dressed as humor, good-spirit, support, collegiality and optimism.

Confirmation bias is also about the internal “yes man“, echoing back a person’s beliefs like Charles Dickens‘ character Uriah Heep in his book David Copperfield. Uriah, the clerk is “cloying humility, obsequiousness, and insincerity, making frequent references to his own ‘humbleness’” (Wikipedia).

In a short but excellent video Jason Zweig (2009) explains how this mechanism is related to the handling of our own stocks and investments, this in addition to his article. Confirmation bias is all over the place in the stock-market. It is studied extensively. Zweig gives advice on how to ignore the yes-man in our heads.

Social psychologist Richard Stanley Crutchfield discovered that 1/3 of the people ignored what they saw and went with the consensus. People within a research experiment (and this has been done over and over again) al agreed on a certain question when they were not exposed to the answers of others. But when they heard that every one of their group disagreed (before they gave their judgment), 31 to 37 percent said they did not agree!

Solomon Asch (Gardner, 2009) also concluded later in new experiments,  that “overall, people conformed to an obviously false group consensus one-third of the time”. Inline with what Crutchfield discovered earlier. Gardner concludes:“We are social animals and what others think matters deeply to us… we want to agree with the group” and “it certainly is disturbing to see people set aside what they clearly know to be true and say what they know to be false.”

From the evolutionary perspective there the human tendency to conform is not so strange. We are gregarious after all. It is the survival perspective to best to follow the herd. Gardner: “We also remain social animals who care about what other people think. And if we aren’t sure whether we should worry about a certain risk, it matters where other people are worried about seem to make a huge difference.”

The other way around though is that also the government is sensitive for anchoring. Governments anchor on popular opinions. It influences the way they respond. And this mechanism could be at the basis of the rising populistic wave on which political parties surf their campaigns and public leaders base their decisions upon. Reading the news and following the political debates, it becomes clear that scientists have found and described realistic and fundamental mechanisms of us. We know how predictable we are, but often do not want to know about this.

Cas Sunstein (Gardner, 2009) elaborated the consequence of this mechanism on an individual level when information is coming in. He concluded that belief causes confirmation bias, and therefor in-coming information is screened thoroughly. If it supports the own conviction the incoming information is readily accepted. If not, it is ignored, scrutinized carefully or flatly rejected. Isn’t this recognisable in the debates we share, attend and see in the media by some leaders (in fact the wrong word). And isn’t this a mechanism we recognise in ourselves. Let us be honest.

Being aware of this bias, as Kahneman and Tversky stated, could contribute to improved public governance: “understanding of these heuristics and of the biases to which they lead could improve judgments and decisions in situations of uncertainty’. For me is knowing that 1/3 of the people in a meeting could have an interesting view – which is not shared due to confirmation bias (or possible group consensus, which actually can develop in every meeting –  a true eye-opener. And a personal conviction to find a way to get the best out of each meeting by creating an open mind setting and safety within the group. It can and may not be that precious knowledge, enriching experiences or clear views are getting lost in the melee of the groups dynamic.”

So, creating space for each individual in the battle of the group process is crucial. It is a challenging task. More than that, a renaissance for the individual.

Bibliography & Artography

Cambridge Online Dictionary.

Dickens, C. (1850) The Personal History, Adventures, Experience and Observation of David Copperfield the Younger of Blunderstone Rookery. London: Bradbury & Evans.

Gardner, Dan (2009) Risk: The Science and Politic of Fear. London: Virgin Books, 422 pp.

Haselton MG, Nettle D, Andrews PW (2005) The evolution of cognitive bias. In Buss DM (ed.). The Handbook of Evolutionary Psychology (PDF). Hoboken, NJ, US: John Wiley & Sons Inc. pp. 724–746.

Kahneman, Daniel & Amos Tversky (1974) Jugdement under Uncertainty: Heuristics and Biases. Science, Volume 185, pp. 1124-1131

Kahneman, Daniel & Amos Tversky (1974) Jugdement under Uncertainty: Heuristics and Biases. Science, Volume 185, pp. 1124-1131

Sunstein, C.R. (2005) Laws of Fear: Beyond the Precautionary Principle Principle. Cambridge: Cambridge University Press.

Dent, J. M. (1910) Thucydides. The Peloponnesian War. London, New York: E. P. Dutton.

Wikipedia, Uriah Heep. https://en.wikipedia.org/wiki/Uriah_Heep

Wikipedia. Cognitive bias. https://en.wikipedia.org/wiki/Cognitive_bias

Zweig, Jason (2009) How to ignore the yes-man in your head, Wall Street Journal. New York:  Dow Jones & Company.

Pleidooi voor Besturingsparagraaf

ir. Jack P. Kruf tijdens zijn keynote op het provinciehuis in Utrecht.

Door Michel Klompmaker

Tijdens het RiskCongres Lokaal Bestuur, 17 januari 2018 op het provinciehuis in Utrecht, spreekt een groep experts over de kernpunten van governance en control, betrekking hebbend op gemeentelijke organisaties.

PRIMO bepleitte In haar keynote, gegeven door ir. Jack P. Kruf, een veel sterkere verbinding tussen de inhoud en de sturing van beleid. Door de veelheid aan belangen en belanghouders, de segmentatie van vakmanschap en overheidslagen, alsmede de fragmentatie van kennis rondom vraagstukken, doen gemeenten volgens Kruf er wijs aan meer tijd te nemen voor een ex ante besturingsparagraaf.

Welk college wil nu niet dat haar programma optimaal en daadwerkelijk kan worden uitgevoerd? Dat vraagt volgens hem wel om echte dialoog en betrokkenheid aan de voorkant, met alle spelers. Dus niet alleen meer programma’s vaststelling die louter over de inhoud gaan, maar ook nadrukkelijk de besturing ervan belichten. Hij noemt in zijn presentatie  – gebaseerd op onderzoek en ervaring van PRIMO in de afgelopen 10 jaar – diverse achtergronden en voorbeelden waar inhoud en besturing ontkoppeld zijn geraakt en die hebben geleid tot omvangrijke publieke risico’s voor burgers, bedrijven, samenleving en de ons omringende ecosystemen. Politiek, bestuur en besturing zijn zelfs onderdeel geworden van de oorzaken van die publieke risico’s, zo ook concludeert het World Economic Forum. Dat is nogal wat. Besturing op zichzelf – bij programma’s en akkoorden door raden en besturen – vereist dus al onze aandacht. De kwaliteit van de publieke sturing is onderdeel van de kwaliteit van het publieke domein en daarmee van de maatschappelijke discussie geworden. We kunnen er niet langer omheen besturing dus expliciet ex ante te adresseren en te verankeren.

Volgens Kruf is deze besturingsparagraaf veel meer dan de huidige paragraaf ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. De laatste licht slechts een tipje van de sluier op en dan nog alleen maar financieel. Niet onbelangrijk, maar het weerstandsvermogen is niet meer exclusief, zij is vaak louter financieel gericht, is geschreven vanuit een verdedigend en borgend perspectief en gaat eigenlijk niet in op andere relevante sturingsvariabelen, relaties en verbanden die een rol spelen bij echte beheer en management van de stad, haar innovatie en ontwikkeling. Weerstandsvermogen is goed, maar niet inspirerend genoeg en tevens technisch volstrekt onvoldoende om nieuwe wegen te kunnen en durven ontdekken en deze in te kunnen slaan. Hij citeert een raadslid en een burgemeester uit het netwerk:

“Het weerstandsvermogen is een theoretische excercitie, die een schijnwerkelijkheid schetst. Ik snap er nooit iets van. Het is meer dan eens een dekmantel geweest waaronder een project werd verkocht.” – Raadslid.

“Het weerstandsvermogen dient ervoor om je als bestuur op hoofdlijnen te verantwoorden, veel minder om te sturen. In de praktijk werken andere – ook politieke – krachten die bepalen of een project wel of niet haalbaar is of zou moeten zijn.” – Burgemeester.

Het congres werd georganiseerd door Risk & Compliance.

De nieuwe, veel bredere besturingsparagraaf zou volgens PRIMO moeten beschrijven en (bestuurlijk) vastleggen hoe het collegeprogramma zelf kan wordt gestuurd en bestuurd en welke rollen raad, college en ambtelijke organisatie daarin specifiek innemen naast de maatschappelijke spelers en instellingen. De paragraaf zou alle elementen van sturing moeten belichten, die nodig zijn voor performance, resultaat en succes. Dit zijn volgens Kruf vijf elementen die wel tegelijkertijd aanwezig moeten zijn, wil het effect sorteren. Deze vijf zijn:

  1. Gedegen financieel ontwerp en compliancy, hand in hand en vooral realistisch.
  2. Gerichtheid van bestuur en topmanagement op het object (de burger, de wijk, de jongere), op de bedoeling en op de daadwerkelijke levering van producten en diensten.
  3. Publiek leiderschap en rentmeesterschap, dat verbindt en voor haar zaak staat.
  4. Instrumentarium en organisatiekracht om tot realisatie van plannen te komen.
  5. Gerichtheid op de omgeving, horizontaal naar collega-overheden, marktpartijen en relevante belangenorganisaties, verticaal naar hogere overheden, naar onderdelen van de samenleving en op het natuurlijk milieu en haar draagkracht.

Een college zou bij een nieuw programma haar gemeentesecretaris en concerncontroller kunnen vragen te komen met een voorstel voor deze besturingsparagraaf. Zij kunnen als eerste adviseurs op het gebied van command en control het college hierover zeer adequaat adviseren. Misschien wel beter, omdat zij inzicht hebben in het gehele krachtenveld. In deze paragraaf worden de bovengenoemde vijf punten gekoppeld aan de inhoud van het collegeprogramma.

Het ligt daarbij voor de hand dat besturing zelve ook om investeringen vraagt. De wereld verandert, de spelers, dus ook de sturing. Soms is dit de adequate inrichting van een project, proces of programma, maar het kan ook gaan om nieuwe rolontwikkeling, het denken in nieuwe scenario’s, het herinrichten van organisatieonderdelen, het aangaan van andere vormen van samenwerkingen of contractvormen, het anders communiceren met burgers en bedrijven. Ook besturing zelve zal dan gebudgetteerd, als kritische succesfactor beschouwd en verankerd dienen te worden. Kwaliteit van besturing kost geld, maar levert ook meer op en kan eigenlijk niet langer als bijwagen van de inhoud worden beschouwd.

De besturingsparagraaf is, vooruitlopend op het in de nabije toekomst door het college af te geven eigen in-control-statement, eigenlijk een logische gedachte. Besturing zelf wordt daarmee een volwaardige factor van het politieke en bestuurlijke domein. Iets dat hard nodig was, hoe tegenstrijdig dit ook klinkt. Sturing blijkt te vaak een stiefkindje, met omvangrijke publieke risico’s tot gevolg. Kruf noemt enkele voorbeelden in zijn betoog. Hij citeert daarbij ook uit het dezelfde dag uitgekomen Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum. De besturingsparagraaf zou de basis kunnen verbreden voor het rechtmatig handelen, bestuurlijk en ambtelijk. Met elke euro belastinggeld moet immers zorgvuldig worden omgesprongen. En good governance helpt daarbij, zo is zijn overtuiging.

Een collegeprogramma met een gedegen en gedragen besturingsparagraaf is in de ogen van Kruf een inspiratie voor het succes van niet alleen de gemeente als organisatie, haar bestuur of raad, maar ook dat van de gemeente als gemeenschap van burgers, bedrijven en instellingen alsmede de gemeente als geografisch gebied. Het is in zijn ogen evident dat daarbij ‘control’ een veel  proactievere rol krijgt of pakt dan die het nu heeft. De reactieve rol is ‘uit’, de proactieve rol is ‘in’. Control zou die rol moeten kunnen en moeten mogen spelen. Het vakgebied control zou zich daarbij de komende jaren kunnen doorontwikkelen tot dat van de architectuur van besturing.

Dit vraagt om een nieuwe grondhouding van bestuurders, namelijk de bereidheid om deze kennis toe laten aan de voorkant van het proces. Dat is nu niet zo. Het benutten van kennis, inzichten, expertise en vaardigheden van (concern)controllers en algemeen directeuren kan voor het ontwikkelen van de benodigde besturingskracht wel eens essentieel zijn. De koppeling van inhoud en integrale bedrijfsvoering dus. Meer dus dan alleen financiën en compliance. Dat is niet alleen uitdagend te noemen, maar vraagt in feite om een brede herijking van het vakmanschap van zowel command als control.

De wereld is in een nieuwe dynamiek terecht gekomen. En wij weten – zoals Herman Gorter in 1889 zijn boek ‘Mei’ opende: “Een nieuwe lente en een nieuw geluid…”. In deze nieuwe lente dienen inhoud en besturing veel beter gekoppeld te worden. De integrale besturingsparagraaf kan daarbij helpen.

“Mijn onbegrijpelijke overheid”

Jack Kruf

Enkele passages uit het Jaarverslag 2012 van de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer. “Voor mijn jaarverslag over 2012 wilde ik graag weten tegen welke problemen burgers in hun contacten met de overheid aanlopen. Deze vraag heb ik daarom aan een brede kring van mensen uit de praktijk voorgelegd: advocaten, sociaal raadslieden, belastingadviseurs en een ruime groep van andere intermediairs.

De drie belangrijkste oorzaken bleken een slecht werkende bureaucratie, complexe wetgeving en een gebrek aan inlevingsvermogen. Deze en andere oorzaken maken dat burgers de overheid vaak als onbegrijpelijk ervaren. Dit werd dan ook het thema van het jaarverslag: Mijn onbegrijpelijke overheid.”

“Tussen de overheid en burgers bestaat een voortdurende spanning waarvan de betekenis door de overheid vaak miskend wordt. Deze spanning wordt veroorzaakt doordat de overheid voor een belangrijk deel van andere waarden uitgaat dan burgers. Voor de overheid staan «systeemwaarden» voorop, terwijl voor burgers menselijke waarden vaak zwaarder wegen. De overheid, die is opgebouwd uit talloze organisaties, streeft ernaar om in al haar onderdelen haar taken binnen de wettelijke en financiële kaders efficiënt uit te voeren. Rechtmatig, financieel verantwoord en efficiënt zijn kernwaarden voor de overheid.”

“Voor de overheid vormt een laat antwoord op een verzoek van een burger bijvoorbeeld een managementprobleem; een probleem van een niet-optimaal werkende bureaucratie. En welke bureaucratie werkt zonder fouten? Voor burgers vormt een laat antwoord een bron van zorg, van ergernis en uiteindelijk een teken van onachtzaamheid van de kant van de overheid. De spanning tussen mens en systeem is een kernthema voor de Nationale ombudsman. Deze spanning heeft meerdere oorzaken:

  • De overheid heeft voor het uitvoeren van haar taken de medewerking van de burger nodig, maar deze snapt op zijn beurt niet waarom, waardoor zij elkaar vaak moeilijk kunnen vinden.
  • De papieren werkelijkheid van wetten en regels verhoudt zich moeilijk tot de werkelijkheid van de uitvoering.
  • De overheid maakt gebruik van systemen die moeilijk passen bij de grote verscheidenheid van individuele burgers.”

“De complexiteit van de overheid maakt het voor de burger, zeker voor de laagopgeleide, lastig om onze bureaucratie te begrijpen en ermee om te kunnen gaan. Maar zelfs hoger opgeleide burgers en ambtenaren zelf hebben moeite om de overheid te begrijpen. Dit knelt, zeker in tijden van bezuinigingen en economische crisis waarin het beroep van de burger op de overheid toeneemt.

  • 67% van de ondervraagde intermediairs geeft aan dat de belangrijkste bron van problemen voor hun cliënten te maken heeft met werk en inkomen.
  • En dat deze problemen volgens 82% van hen in de afgelopen twee jaar zijn toegenomen. De behoefte van burgers in crisistijd aan financiële ondersteuning is merkbaar toegenomen.
  • Op de vraag of de bezuinigingen van invloed zijn op de kwaliteit van de dienstverlening, gaf 77% aan dat die kwaliteit bij de overheid is afgenomen.”

“De belangrijkste oorzaken samengevat van de spanning tussen de overheid – als systeem – en de leefwereld van de burger.

  • De overheidssystemen zijn zelf complex en regelmatig zijn meerdere overheidsorganisaties tegelijk betrokken bij één onderwerp dat de burger raakt. Vaak zijn het slechts specialisten op een bepaald onderwerp die precies weten hoe het beleid in elkaar zit en in de praktijk moet worden toegepast.
  • Bureaucratie.
  • Onvoldoende inlevingsvermogen.
  • Wet- en regelgeving zijn complex en daarbij verandert wetgeving steeds. Op de levensdomeinen als wonen, werken en familieleven, waar bijna alle burgers wel mee te maken hebben, is een aantal complexen van wet- en regelgeving van toepassing dat slechts door een groep experts goed begrepen wordt.”

Download hier Ombudslezing Mijn Onbegrijpelijke Overheid door Alex Brenninkmeijer, 31 mei 2013

De golven van 1953

Het koor zingt de gierende wind
Bij de namen van hen die verdronken
De burgemeester spreekt uit zijn hart
– Het is plots doodstil nu –
Zo direct en verbindt de zielen
Van hen die zijn met hen die waren

Staat achterin de kerk
Het meisje dat alles verloor
Die nacht haar familie zag vergaan in de grijze golven
Dichtbij de foto van een vroeger thuis

De dijkgraaf duidt de oude dijken
De onzekere veiligheid van toen en
Nog steeds. Het verdriet reikt verder
Dan de witte bloemen op de grijze graven
Stil zijn zij, nog steeds, in de stromende regen

In de gestolde golven van die nacht
Rent nog steeds langs de huizen de jongen
Waarschuwend in de nacht
De brandweerman die toch na uren
Het kind uit zijn armen heeft moeten laten

In de stilte van een gedicht weerklinken
De angstige kreten in de gierende storm
In de verte de beelden ook
Van de redders die alles doen

Haast machteloos maar met man en macht
Vechten tegen de muur van water
En speuren over de eindeloze en angstig deinende vlakte
Van zestig jaar die samenvallen op deze dag

Halsteren, 1 februari 2013
Jack P. Kruf

De Kloof

Door Jan Breyne*

Dit komt niet van mij. Het komt uit de Memoires van Jean-Luc Dehaene. Maar het is zeker het overwegen waard:

“Aan de basis van de zogenaamde kloof tussen kiezer en politicus ligt een groot misverstand over de opdracht van de politiek. Deze moet niet het eigen belang maar het algemeen belang dienen: haar opdracht is de organisatie en de regeling van het samenleven van burgers. En daarom is de politiek meer op het wijdan op hetikgericht. Maar zo ervaart de geïndividualiseerde burger het niet. En ik geef toe, de politicus heeft dit misverstand mee in de hand gewerkt, onder meer door een uitgebreid dienstbetoon. Maar politici worden daarnaast al te gemakkelijk, ook in de media, afgeschilderd als profiteurs en zakkenvullers, als mensen die bezig zijn met hun eigen problemen, knoeien en verantwoordelijk zijn voor de torenhoge schulden. De burger voelt zich in de steek gelaten, een gevoel dat nog versterkt wordt door de angst die de snel veranderende samenleving bij sommigen oproept. Heel wat zekerheden komen op de helling te staan. Proteststemmen vertolken dat onbehagen. De protestkiezer stemt niet voor maar tegen iets”.

Een wijze tekst, die politici, toekomstige politici en wouldbe politici oproept tot bescheidenheid. De politiek lost niet alles op, en hoeft ook niet de schuld op zich te nemen van alles wat verkeerd gaat in de samenleving.

Maar politici hebben wel als opdracht om te luisteren naar de medeburger, naar wat hem bezighoudt en drijft en om hieraan te verhelpen, niet via hand-en-spandienst, maar via regels en beschikkingen, die het leven beter maken. Het maakt weinig verschil uit of men nu premier is of lokaal raadslid. De basisregels blijven dezelfde. Wanneer de “burger” zich goed voelt in zijn biotoop, zal de befaamde kloof verkleinen. En daar zijn duizenden middelen voor: de zwaksten sterker maken, de stemlozen een stem geven, …. En vooral luisteren naar de mensen. Dat ze voelen dat ze niet in de steek worden gelaten. Dat ze merken dat er mensen met verantwoordelijkheidszin zijn, die om hen geven.

Maar de burger is geen “klant” van de politiek, hij maakt er deel van uit, is “participant”. Gemeentelijk beleid is geen winkel, waar de inwoner zijn grieven neerlegt en zich de koopwaar aanschaft, die hij op dat ogenblik nodig heeft. Politiek – ook lokale politiek – is er niet om het eigen, individuele probleem van de individuele burger op te lossen. Politiek is er om collectieve oplossingen te vinden voor problemen, die door de burger worden aangevoeld en door hem gesignaleerd.

Inwoners moeten meer zeggingschap krijgen over hun eigen leefomgeving, maar ze doen dat niet vrijblijvend. Er is wederkerigheid nodig. Waarom zouden burgers niet door het stadsbestuur kunnen aangesproken worden op wat ze doen en laten. Waarom zou het stadsbestuur de burgers niet dichter inschakelen in de uitvoering van hun beslissingen ? Of zoals de Franse hoogleraar Antoine Bévort het formuleert:

“Politiek is geen sport voor toeschouwers. De burgers willen hun eigen lot in handen nemen: ze zoeken nieuwe vormen om tussen te komen, ze bekommeren zich om het algemeen belang… kortom: ze vinden de stad opnieuw uit” (uit “Pour une démocratie participative”).

Pas dan zullen de burgers zich betrokken weten met het beleid, dat over hén gaat en over hùn belangen. En misschien – of droom ik? – misschien zal hierdoor die fameuze kloof tussen politiek en burger iets kleiner worden.

* Jan Breyne is Ere-Stadssecretaris van de gemeente Ieper, België.