De Oriënt Express

Orient Express
Poster van de Oriënt-Express 1888.

Door Jack Kruf

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Jack Kruf krijgt Koninklijke Onderscheiding

 

Burgemeester Paul Depla reikt de onderscheiding uit aan Jack Kruf.

BREDA – Bij zijn afscheidslezing als directeur PRIMO (Public Risk Management Organisation) Nederland heeft burgemeester Paul Depla van Breda vrijdag 19 maart een Koninklijke Onderscheiding uitgereikt aan Jack Kruf. Kruf is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Jack Kruf heeft zich meer dan twintig jaar ingezet voor het op de kaart zetten van risicomanagement binnen de publieke sector. Dat deed hij zowel in Europa als in Nederland. 

Aan het eind van de lezing roemde burgemeester Depla de inzet van Kruf als een verbindende factor binnen de stad: “Breda is een stad waar verbindingen tot stand worden gebracht, Jack is hier een voorbeeld van. Hij brengt wetenschap en praktijk bij elkaar.” Kruf reageerde verrast en ontroerd op zijn benoeming.

Centraal thema in zijn afscheidslezing van PRIMO Nederland was ‘Wat hebben wij geleerd van 2020? Over de herwaardering van publieke waarden’ De lezing was voor de leden van PRIMO te volgen via een livestream. De lezing is hieronder terug te zien.

Jack Kruf is ‘de founding father’ van PRIMO Europe en is medeoprichter en oud-directeur van PRIMO Nederland. PRIMO ondersteunt zowel Europees als in Nederland haar leden, zijnde publieke organisaties, op het gebied van risicomanagement. Dat doet ze door kennisdeling en een breed opgezet onderwijs programma.

25 jaar Risicomanagement

“Medio augustus publiceerden Eric Frank en Jack Kruf het e-book ‘Publiek Risico: Essays’, over de ontwikkeling van publiek risicomanagement in de afgelopen 25 jaar. Deze bloemlezing representeert de zoektocht naar meer kwaliteit van bestuur en management in ruim twee decennia, vanuit het perspectief van de samenstellers. 

De bundeling van 75 essays is geschreven door een keur aan auteurs; de twee curatoren zijn aanvullend in kennis en ervaring. In dit interview met Eric Frank en Jack Kruf gaan zij in op de achtergronden van het boek. Beiden benadrukken dat de auteurs van de essays het eigenlijke werk hebben gedaan.

Eric Frank heeft zijn basis liggen in het bankwezen, terwijl Jack Kruf is opgegroeid in het domein van gemeenten en provincies. Complementaire achtergronden dus. Zij beschikken over een aanvullend palet van kennis en ervaring. Frank heeft in het kader van public affairs in en rondom het bankwezen in de publieke sector en bij BNG Bank in het bijzonder veel van doen gehad met besturingsvraagstukken in het algemeen en risicomanagement in het bijzonder.

Hij constateerde dat risicomanagement verre van goed is georganiseerd. Kruf heeft als gemeentesecretaris en interimmanager bij gemeenten en provincies gemerkt dat het landschap van raamwerken, methoden en technieken die het bestuur en management kunnen helpen bij het scherp aan de wind zeilen, zeer versnipperd was en eigenlijk nog steeds is. De ervaringen en inzichten vormden in de vorm van het publieke domein, het management van de stad, een soort gemeenschappelijke deler. Waar zit die overlap precies? En wat drijft jullie beiden?

De gemeenschappelijke deler ligt in hun buitengewone interesse voor: goed bestuur, verantwoordelijkheid dragende bestuurders, beslissers en managers; met plannen die bijdragen aan goede uitvoering van publieke taken; en in gedegen verantwoording van bestuur aan de burger/belastingbetaler/kiezer.

Eric Frank: ‘De omgang, integriteit, visie, duurzaamheid en betrokkenheid inzake het publieke domein vind ik een zaak van het grootste belang.’ Jack Kruf: ‘Mijn drijfveer is bij te dragen aan het als van zelfsprekend besturen en managen – vanuit het perspectief van rentmeesterschap – van het maatschappelijk, sociaal en natuurlijk erfgoed.'” Lees meer

Openbaar bestuur en de overtuiging van een gedeputeerde

Hans Redert en Jack Kruf | 2015

Het interview met gedeputeerde Yves de Boer van de provincie Noord-Brabant biedt een open inkijk in de relevante trends en ontwikkelingen met betrekking tot het besturen van het publieke (provinciale) domein. Veel van de inzichten van deze gedeputeerde zijn anno 2023 nog steeds actueel. Het interview bevat lessen hoe te komen tot versterking van de kunde van het besturen.

Yves de Boer

Het gesprek met hem toont een bestuurder die by heart zicht verbindt met alle stakeholders in vaak complexe vraagstukken. Het is deze overtuiging inzake het willen verbinden, die in zijn binnenste is gegroeid – met de vele jaren van ervaring en wijsheid. De aandrijfsasjes om mensen bij elkaar te brengen zijn verankerd geraakt in zijn directe denken en handelen in het publieke domein van besturing. Een open gesprek met een echte verbinder en een scherp analyticus.

Grensvlak in beweging

Op het grensvlak van besturen en samenleving verandert veel en ook nog in een hoog tempo. Algemeen gesproken schakelt de samenleving veel sneller dan zeg 10 jaar geleden. De opkomst van social media (De Boer: “het nieuws reist razendsnel”) en het veel mondiger zijn van burgers/stakeholders hebben grote invloed op rol en plek van de overheid. Er is in zijn overtuiging sprake van een sterk groeiend besef dat de overheid deel uit moet maken van de netwerksamenleving in plaats van andersom.

Cohesie neemt af

De cohesie tussen de spelers in de samenleving lijkt af te nemen. Oude verbanden, zoals de koppeling met de eigen grond/gebied/streek, gaan geleidelijk aan verloren. Belangen zijn niet meer eenduidig en liggen soms in lagen over elkaar heen. Dat geeft voor belangengroepen het gevoel van driften. De verankering van belangen is immers niet meer eenduidig. Steeds vaker spelen er tegenstrijdige en moeilijk verenigbare belangen binnen vraagstukken. De afnemende cohesie maakt processen en uitkomsten minder voorspelbaar.

Verharding remt open dialoog

De Boer constateert dat er bij de dialoog – tussen de samenleving én de politiek – steeds vaker sprake is van verharding in stijl en taal. De belangen worden pregnanter en scherper tot uitdrukking gebracht. Vraagstukken vragen in zijn ogen te allen tijde om zorgvuldige afwegingen. Dialoog is daarvoor de weg, omdat het van de stakeholders vraagt zich in te leven in elkaars gezichtspunten, belangen, achtergronden en herkomsten. Dat begrip in elkaar vergroot het wederzijds begrip.

Als daarbij de financiële middelen schaars zijn – hetgeen steeds meer is – neemt de druk verder toe. Verharding in stijl en taal maken een optimale dialoog dan brozer en kwetsbaarder. De verharding is in zijn ogen een gevolg van afnemend wederzijds respect voor elkaar. Een ontwikkeling die open dialoog remt en belemmert.

GS verbinder tussen politiek en samenleving

Provinciale Staten (PS) zijn het eindverantwoordelijk debatterend forum van gekozen statenleden, een plek waar belangen ultiem worden gedeeld en besproken. Dit is de natuurlijke thuisbasis van Gedeputeerde Staten (GS). De buitenwereld evenwel ziet GS eerder als het sturend orgaan van de provincie, als hét bestuur van Brabant. Dit impliceert dat alle verwachtingen vanuit de ‘buitenwacht’ van burgers en bedrijven over afstemming en besluitvorming ook bij GS liggen.

Het is de natuurlijke taak van GS deze verwachtingen zodanig te managen dat een natuurlijke verbinding ontstaat tussen provinciale politiek, zichzelf en het publieke domein van provinciale belangen van burgers, bedrijven en instellingen.

De trend is dat GS steeds meer het kristallisatiepunt lijken te worden, de plek waar politiek en samenleving elkaar ontmoeten. Het is een duidelijke trend in de ogen van De Boer, dat het palet voor een adequate bestuurlijke aanpak – om politieke overtuigingen om te zetten in stuurkracht én om maatschappelijk belangen juist te adresseren binnen de politieke arena – zich aan het verbreden is. Het vraagt van bestuurders steeds meer creativiteit, vaardigheid en openheid om met alle betrokkenen binnen de kaders van rechtmatigheid tot oplossingen te komen. Als GS moet je voor dit palet veel oog hebben om de verbindende functie als het ware steeds weer opnieuw uit te vinden.

Gedeputeerde als homo universalis

De gedeputeerde wordt binnen GS door belangengroepen steeds vaker gezien als hét boegbeeld, ultiem soms zelfs. De gedeputeerde is de vlees geworden ‘plek’ waar het vormen van een direct aanspreekpunt voor burgers en bedrijven en het hebben van bestuurlijke macht samenkomen.

De samenleving verwacht steeds vaker dat gedeputeerde het wel (even) oplost. Dat hij/zij als het ware het machtswoord spreekt of zou moeten spreken om snel tot oplossingen te komen. De Boer denkt dat de samenleving zich steeds meer richt op een gezicht, een mens, die de gave heeft persoonlijk de binnen- en buitenwereld te verbinden.

De gedeputeerde wordt steeds vaker gezien als een homo universalis binnen het totale – voor veel mensen complexe -bestuurlijke systeem. Hij verbindt de systeemwereld van het bestuurlijke domein met de leefwereld van het publieke domein.

Empathie, drager van succes

Het geheel van verwachtingen van stakeholders, de zorgvuldigheid die betracht dient te worden in de besluitvorming, de positie van GS en daarmee van elke gedeputeerde leidt ertoe dat het provinciaal bestuur tot dé verbinder van de werelden wordt beschouwd.

Om deze rol waar te kunnen maken is empathie met mensen en hun belangen wezenlijk om succesvol te kunnen besturen. Dit naast uiteraard kennis van de  inhoud van vraagstukken en hun achtergrond, van nieuwe beleidslijnen die permanent ontwikkeld worden en van aard en rechtmatigheid van procedures. De empathie is basis om afspraken met stakeholders te kunnen maken en die uiteraard na te komen.

Empathie is dé factor voor succes geworden. Zonder dit is er geen echt begrip voor vraagstukken, geen oog voor de mensen en hun belangen en zijn effectieve oplossingen in zijn overtuiging onmogelijk. Empathie is de laatste 10 jaar een bestuurlijke competentie van de eerste orde geworden.

Besturen 2.0 is dé weg

De complexiteit van de besluitvorming inzake veelzijdige vraagstukken is enorm. Steeds meer vereisen zij een cascade van besluiten, die alle natuurlijk zorgvuldig en vooral rechtmatig genomen dienen te worden. Besturen is niet meer het aflopen van zuiver lineaire paden. Het is steeds meer meedenken op de verschillende onderdelen van het vraagstuk, partijen bijeenbrengen in een fluïde proces, waarbij flexibiliteit wordt gevraagd van alle spelers die daaraan deelnemen.

“Er is eigenlijk steeds meer sprake van overheidsparticipatie in plaats van burgerparticipatie”

Besturen 2.0 is een thema dat Yves de Boer sinds jaren uitdraagt. Hij spreekt over de “sociale innovatie van de ruimtelijke ordening”. Als voorzitter van het Jaar van de Ruimte 2015 merkt hij op dat de samenleving zich rap ontwikkelt en haar ruimte activeert langs de weg van individuele en collectieve initiatieven en dat de overheid daar steeds meer onderdeel van uit kan/mag maken. Er is eigenlijk steeds meer sprake van overheidsparticipatie in plaats van burgerparticipatie.

Het is in zijn overtuiging dat in het openbaar bestuur aan deze participatie werken in strategie, beleid en uitvoering dé weg voorwaarts is, Het toelaten van participatie is wellicht niet de gemakkelijkste vorm van besturen, weet hij. Het is intensief en vergt veel van politiek, bestuur en samenleving. Maar het is uitdagend, het doet veel meer recht aan belangen en leidt tot maatschappelijk gedragen en dus effectieve oplossingen.

Ten slotte

Wij concluderen uit het boeiende gesprek, dat Yves de Boer de trends die hij ziet direct omzet in een vernieuwde eigen aanpak van vraagstukken en in een interactieve en empathische stijl van besturen. Het lijkt erop alsof zijn nieuwe denken nog niet is afgerond en zich nog verder zal doorontwikkelen. Hij is een bestuurder in hart en ziel.