
Halsteren, gezien vanaf de Oude Beijmoerseweg. Een DNA-beeld van mijn jeugd in dit mooie dorp. Geen wolkje aan de lucht.
Bibliografie
Kruf, J. (2023) Zicht op Halsteren [fine art print]. Breda: privécollectie.

Halsteren, gezien vanaf de Oude Beijmoerseweg. Een DNA-beeld van mijn jeugd in dit mooie dorp. Geen wolkje aan de lucht.
Bibliografie
Kruf, J. (2023) Zicht op Halsteren [fine art print]. Breda: privécollectie.

Op deze koude dag (20 graden onder nul), Halsteren, 9 januari 2009, overleed mijn vader. Terug naar huis dus in het landschap van mijn jeugd, daar waar wij ooit in de zee zwommen, speelden en lachten. Ik probeer met alles wat ik heb de wind te vangen in mijn thuisland, maar alles lijkt bevroren. De wereld staat stil, volledig.
Bibliography
Kruf, J. (2009) Dimensie van het leven [fine art print]. Breda: Privécollectie.
De ochtend van deze dag zag er zo uit zoals op de foto hierboven. Grijs, de storm was gaan ‘liggen’ tot windkracht 8/9, erg lage gevoelstemperatuur, een waterig zonnetje, jagende wolken. Mijn vader stond nu op het land van zijn voorvaderen. Zij hadden hier gewoond en geleefd, in deze polder, de Auvergnepolder in Halsteren. Een polder als monument.
Het water was die nacht 5 meter hoog over de polder gestroomd en huizen en levens van mensen en dieren genomen. Nu staat hij hier op deze ochtend voor een eindeloze zee, met een sloep om uit te varen op zoek naar overlevenden. In de nacht is hij met anderen druk geweest om te doen wat mogelijk was.
Ik was toen nog niet geboren, maar weet door zijn verhalen dat in die nacht het grote verlies zich voordeed. Als onderdeel van het team dat de hele nacht in de weer was om te helpen. Er waren geen telefoons om te waarschuwen. Lopen naar de huizen (“door het water, tot aan de enkels, even later tot aan de knieën, en plots tot aan je middel”, “het water kwam snel, we moésten terug”), roepen, op deuren bonzen, “wakker worden, de dijken zijn doorgebroken!”.
Bij een aantal dorpsgenoten waren de redders op tijd, maar bij vele tientallen niet. Er is het drama in de nacht waarbij een deel van een gezin aan de ziedende storm en de zee moest worden gelaten. Er niet bij kunnen komen. “Windkracht 12 en ijskoud was het… Het was nog maar 50 meter… en daar kwam de golf.” Andere redders verloren het leven. Of moesten mensen loslaten omdat hun krachten op waren.
Ik word hier altijd weer stil van. Heel stil. De dorpen Halsteren en Lepelstraat, waar ik ben opgegroeid, hebben het grote verlies van de vele dorpsgenoten moedig gedragen. Vele jaren in stilte, voor zichzelf, achter de deuren en gordijnen. Bij de herdenking in 2003 kwamen collectief de tranen. De emoties kwamen los. Een trauma kreeg ruimte voor gezamenlijke verwerking, er ontstond een platform.
Nog steeds draagt mijn dorp dit verlies. Nog steeds vloeien er tranen. Samen erover praten helpt, een luisterend oor bieden ook, een schouder bieden. En als ik bij de herdenking ben, bij de fototentoonstelling in Halsteren, dan ben ik nergens meer thuis. Ik ben dan ook weer dicht bij mijn vader omdat zij die hem kenden over hem praten alsof het gisteren was, omdat ik hem weer zie op de foto’s en ik voel dat hij er was, die nacht, die dagen die volgden, 60 jaar geleden.
____
Foto boven: mijn vader (met witte pet van ANWB, wegenwachter van het eerste uur) met collega bij de sloep van de gemeente Roosendaal.


Vandaag was ik in de beslotenheid van dit mistige landschap. Wandelend met neef Walter. De ‘Halsterse Dijk’, een monument op zichzelf. Het gebied veranderde van het zoute getijdendeel van de Zeeuwse Delta in een zoetwatergebied. De Deltawerken spreken de taal van de vooruitgang en van veiligheid. De werken waren zo nodig na de overstroming van 1953.
Veel herinneringen liggen besloten in de harten van hen die ook hier hun geliefden verloren. Die verliezen zijn ingebed in de cultuur van de gemeenschap waar ik ben opgegroeid. De lijnen van oneindigheid tonen zich, wederom, op dit moment. Het is de dijk van oneindigheid.
Hier zie ik mijzelf ook weer met mijn moeder, samen genietend van de plek, van het ravotten in het zoute zeewater. Het zoute water maakte het zwemmen lichter. Mijn vader wist als docent wis- en natuurkunde uit te leggen hoe dit allemaal werkt.
Nu bedekt het mistige landschap de warme zomerdagen van weleer. Die verre vreugde is in deze vrieskou nauwelijks voelbaar. Maar het is er nog. Ik geniet nog steeds van de moederlijke warmte en geborgenheid. Zij was de getrainde zwemster, onverschrokken en dapper. Mijn heldin. Één met de zee, met alle respect voor het leven, dat zich hier afspeelde. Hier ligt de geboorte van mijn respect voor de natuur. Oneindige herinneringen. Het is de dijk van oneindigheid.
Het koor zingt de gierende wind
Bij de namen van hen die verdronken
De burgemeester spreekt uit zijn hart
– Het is plots doodstil nu –
Zo direct en verbindt de zielen
Van hen die zijn met hen die waren
Staat achterin de kerk
Het meisje dat alles verloor
Die nacht haar familie zag vergaan in de grijze golven
Dichtbij de foto van een vroeger thuis
De dijkgraaf duidt de oude dijken
De onzekere veiligheid van toen en
Nog steeds. Het verdriet reikt verder
Dan de witte bloemen op de grijze graven
Stil zijn zij, nog steeds, in de stromende regen
In de gestolde golven van die nacht
Rent nog steeds langs de huizen de jongen
Waarschuwend in de nacht
De brandweerman die toch na uren
Het kind uit zijn armen heeft moeten laten
In de stilte van een gedicht weerklinken
De angstige kreten in de gierende storm
In de verte de beelden ook
Van de redders die alles doen
Haast machteloos maar met man en macht
Vechten tegen de muur van water
En speuren over de eindeloze en angstig deinende vlakte
Van zestig jaar die samenvallen op deze dag
Halsteren, 1 februari 2013
Jack P. Kruf