Daar ben je, Nine. Je bent vandaag geboren. Deze ochtend, bij het aanbreken van deze prachtige en zonnige dag, ben jij op de wereld gekomen. Morgen houd ik je in mijn armen.
Je komst gaat vergezeld met de waardige klanken van The Arrival of the Queen of Sheba, dit pareltje van Georg Friedrich Händel. Daar komt iemand binnen! Dit ben jij, zo rustig, zo in balans, zo gracieus. Welkom, Nine. Een ode aan jou.
Eadha is de naam. Het is oud Keltisch voor ratelpopulier (Populus tremula L.), in de Engelse taal geduid als Aspen. Het is de boomsoort met het grootste natuurlijke verspreidingsgebied op aarde.
Het is een mystieke boom, een boom die symbool staat voor volhardendheid, moed en het overwinnen van obstakels. In de Schotse Hooglanden wordt gezegd dat de boom is verbonden met het koninkrijk van de feeën. De unieke vorm van de bladeren maken bij al een zeer licht bijna niet voelbaar windje fluisteringen. Volgens de Kelten waren het de zielen van de voorouders die dan met ons communiceerden.
In het oud-Ierse Ogham alfabetEahda is de letter E. Elke letter van het alfabet is gekoppeld aan een boomsoort. De E aan de populier, in het bijzonder de ratelpopulier. Ogham is een Keltische schrijfmethode met een alfabet dat in de 5e en 6eeeuw werd gebruikt in Ierland. Voor barden een geheime taal, en mogelijk de taal van de druïden. In de Keltische mythologie wordt de boom beschouwd als bieder van spirituele bescherming.
De wijsheid, de fee, de bescherming, de veelzijdigheid en spiritualiteit komen samen bij Nine Jackie Pietersma, vandaag 11 augustus 2021 geboren om 8:37 uur te Utrecht. Zij is het die de de eigenschappen van de dame Eadha worden toegedicht. Ook Eadha ziet vandaag het licht. Haar kleuren bevatten de lessen van een grootvader.
Hoogtepunten uit de natuurlijke historie Vanaf de vroege zestiende eeuw verschenen er in Europa steeds meer studies waarin dieren en planten ‘naar het leven’ werden beschreven en verbeeld. In de daaropvolgende eeuwen werd het onderzoek naar de natuurlijke wereld verdiept en werd de kunst om die wonderbaarlijke natuur af te beelden geperfectioneerd.
In De ontdekking van de natuur vindt u twintig prachtige en rijk geïllustreerde verhalen over vogels, insecten, bacteriën, draken en nog veel meer. De beschreven ontdekkingen zijn doorspekt met anekdotes over de bijzondere mannen en vrouwen die er tussen 1500 en 1900 voor hebben gezorgd dat wij het leven om ons heen en dat van onszelf zoveel beter begrijpen. Lees over de draak die in 1572 op een akker bij Bologna werd verslagen, over Van Leeuwenhoek, die met behulp van de door hemzelf gemaakte microscoop bacteriën in zijn eigen tandplak ontdekte. Of over hoe de jonge Charles Darwin tijdens zijn reis met de Beagle inzichten kreeg die de basis legden voor zijn evolutieleer.
Hans Mulder is opgeleid als historicus en werkt als conservator natuurlijke historie van het Allard Pierson, de collecties van de Universiteit van Amsterdam. Hij publiceert over de geschiedenis van het boek en over hoe in de westerse samenleving de kijk op de natuur in de loop der tijd veranderde. Onderwerpen waarover hij ook doceert aan de UvA. Veel van de belangrijkste natuurhistorische handschriften, gedrukte boeken, tekeningen en aquarellen die Mulder in dit boek heeft gebruikt, zijn te vinden in de Artis Bibliotheek, onderdeel van het Allard Pierson.
De natuurkenner Jac. P. Thijsse (1865‒1945) geldt als een fenomeen. Behalve als voorvechter van de natuurbescherming in Nederland werd hij beroemd dankzij de Verkade-albums, die bedoeld waren het grote publiek de liefde voor de natuur bij te brengen. Dat Thijsse ook een dagboek bijhield, is echter nauwelijks bekend.
Nu ga ik er eens op uit bevat de twee oudste en boeiendste dagboekdelen, die de jaren 1884‒1887 en 1894‒1898 beslaan. Thijsse is dan als jonge onderwijzer werkzaam in Amsterdam en vult zijn vrije tijd met lange wandelingen, nabij en in de stad, de Kennemerduinen, maar ook tussen Amsterdam en het Gooi.
De dagboeken van Thijsse zijn echte natuurdagboeken. Anders dan een ‘gewoon’ dagboek, gaan ze niet over de dagelijkse beslommeringen, maar over allerlei planten en het doen en laten van de dieren die Thijsse observeerde tijdens zijn wandelingen. Zijn observaties vulde hij aan met prachtige schetsen en opmerkingen over het weer en het omringende landschap.
Met Nu ga ik er eens op uit verschijnen de oudste natuurdagboeken van Nederland voor het eerst. Deze uitgave is zeer rijk geïllustreerd met Thijsses eigen tekeningen, en met facsimile’s van schitterend kleurenmateriaal uit later werk, gedetailleerde kaarten van de Kennemerduinen, het Vondelpark en andere geliefde plekken.
Dit groepje bomen is over van wat eens een groot en vooral wijs bos was. Een verlaten groepje dat mijn aandacht trok. Zij zijn de laatst overgeblevenen, restanten en als zodanig onderdeel van een (zwaar uitgedund) bosberaad.
De bomen spraken over hoe zij nu toch definitief het pad wilden terugvinden naar waar zij thuishoorden, het bos, hun bos. Een verwoede poging, zo meende ik te ontwaren. Protest ook.
Ik liep even naast Frodo en Sam in het Oude Bos en droomde over de trots en gewortelde wijsheid van de bomen:
“As they listened, they began to understand the lives of the Forest, apart from themselves, indeed to feel themselves as the strangers where all other things were at home. […] Tom’s words laid bare the hearts of trees and their thoughts, which were dark and strange, and filled with a hatred of things that go free upon the earth, gnawing, biting, breaking, hacking, burning: destroyers and usurpers. It was not called the Old Forest without reason, for it was indeed ancient, a survivor of vast forgotten woods; and in there lived yet, ageing no quicker than the hills, the fathers of the fathers of trees, remembering times when they were lords. The countless years had filled them with pride and rooted wisdom, and with malice.”