Een persoonlijke aansporing door David

Gisteren heb ik de documentaire A Life On Our Planet bekeken. Heldere taal van David Attenborough: “We must act.” De basis ligt bij ons als consument, kiezer, klant, inwoner. Het is aan ons.

Nu de handvatten van verankering vinden in bestuurlijke collegeprogramma’s en contracten. Er is nog steeds het gevoel van chronische onderschatting. In de gemeentehuizen en in de Tweede Kamer is er nog geen spoor van urgentie. Wij zijn met andere dingen bezig. De krantenkoppen zijn er ‘stille’ getuigen van.

Het lijkt erop dat filmmaker Attenborough met zijn statement de mediator is geworden tussen de mens en de natuur. Niet de politiek, niet de industrie, niet de banken, niet de overheid, maar David himself.

Ik heb het koraalrif – als kraamkamer van de zee -, als een permanente reminder boven ons bed gehangen. De bescherming ervan moet echt eerst, er is geen andere weg. Hier begint alle leven. Dit kan alleen door een radicale verandering, omslag en overtuiging. Nu toch maar eens een persoonlijke plan maken hoe het anders moet. David heeft mij aangespoord nu toch echt in actie te komen.

Het pad

Kruf, J.P. (2018). Het pad. Posbank.

In een tijd van grote dynamiek, waarin wij thans leven, lijkt het vinden van het eigen pad tevens dé tocht die wij moeten afleggen. Een pad van ontdekking naar de natuur, ook onze natuur, en vooral gebaseerd op de eigen waarneming en reflectie. Dit pittoresk plaatje, geschoten op de Posbank, past in de inspiratie van dit boek. Aan de horizon schijnt de zon. Een beeld uit de romantiek

Dit moment was aanleiding voor herlezing van de Filosofie van het landschap van cultuurfilosoof Ton Lemaire  (1970). Het heeft mij mede gevormd in het begrijpen hoe natuur en landschap om ons heen liggen, ook door de tijd heen.

Horizon

Kruf, J.P. (2015). Horizon.

Wij leven in een tijd, zo bedacht ik mij, waar de horizon wederom belangrijk wordt. Een renaissance van de einder, waar het leven is zoals wij dat ons voelen en bedenken. Varend met de veerpontjes door Nederland, de grote rivieren kruisend, weg van de gebaande paden, de virussen, het klimaat en de strakke kerven van social media. Weer terug in het landschap. Thuis. Met Marsman in de ziel.

Herinnering aan Holland

Denkend aan Holland
zie ik breede rivieren
traag door oneindig
laagland gaan,
rijen ondenkbaar
ijle populieren
als hooge pluimen
aan den einder staan;
en in de geweldige
ruimte verzonken
de boerderijen
verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen,
geknotte torens,
kerken en olmen
in een grootsch verband.
de lucht hangt er laag
en de zon wordt er langzaam
in grijze veelkleurige
dampen gesmoord,
en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

Hendrik Marsman, 1936.

Na een verkiezing georganiseerd door Poetry International en de Wereldomroep in 1999 uitgeroepen tot ‘Gedicht van de eeuw’.

Memory of Holland

Thinking of Holland
I picture broad rivers
meandering through
unending lowland:
rows of incredibly
lanky poplars, huge
plumes that linger
at the edge of the world;
in the astounding
distance small-holdings
that recede into space
throughout the country;
clumps of trees, town-lands,
stumpy towers, churches
and elms that contribute
to the grand design;
a low sky, and the sun
smothering slowly in mists, pearl-gray,
mother-of-pearl;
and in every county
the water ’s warning
of more catastrophes
heard and heeded.

Translated by Irish poet Michael Longley.

Beauty Power Mystery

Kruf, J.P. (2018). Beauty Power Mystery.Deze driehoek draag ik altijd op zak. Ik heb een oudere wetenschappelijke publicatie wat afgestoft. Ik kwam het tegen met het ordenen van mijn archief. Wouter van Sambeek en ik (Kruf et al. 1982) deden uitgebreid onderzoek naar de beleving en waardering van bossen. Het door ons uitgevoerde sociaal-psychologisch onderzoek met behulp van onder meer factoranalyse van diepte-interviews en belevingsscores leverde kort gezegd het beeld op dat er drie factoren bepalend zijn voor de mate van aantrekkelijkheid van een bos. Dat zijn: beauty (mooiheid, schoonheid), power (mate van kracht) en mystery (het onontdekte stimuleert en verhoogt betrokkenheid).

Nader literatuuronderzoek leerde, dat deze factoren ook terugkomen in onze beoordeling van mensen, van gebruiksvoorwerpen, van auto’s, van interieurs en van landschappen. Het is iets universeels. Het is een bekende driehoek in de wereld van design. Ik heb deze les, deze bevinding, wijsheid ook, altijd bij mij gedragen in het eigen doen en laten, in het uitvoeren van projecten, maken en presenteren van plannen, in het leiden van organisaties.

Deze driehoek is als het ware een geodriehoek: iets moet er goed uitzien (mooi vormgegeven in kleur, materiaal of styling) én moet intrinsieke kracht bezitten en uitstralen (authentiek zijn, staan als een huis) én het moet aanzetten om het onbekende verder te willen onderzoeken (niet voorspelbaar en saai zijn, maar aanzetten om meer te willen weten). Het laatst licht ik toe met een citaat uit Szolosi et al. (2014), omdat het zo helder is geformuleerd:

Mystery refers to those settings where a portion of the visual landscape is obstructed, enticing a person to go further (Hammitt, 1980; Kaplan and Kaplan, 1982). A bend in the trail, a view partially concealed by foliage, or a stream that meanders out of sight all possess attributes related to mystery (Gimblett et al., 1985). Scenes of this type often provide the prospect to acquire additional information. This in turn can engage a person’s interest and enhance one’s sense of involvement. – Szolosi et al. (2014)

Het is de match van de drie factoren beauty, power en mystery, die – mits tegelijkertijd en in voldoende mate aanwezig – de aantrekkelijkheid van iets of iemand bepalen. Het scherpt mij bij analyseren en inschatten der dingen om mij heen en helpt zeker om kritisch te zijn op de eigen stijl en performance en om direct in de spiegel te kijken. Waar een geodriehoek al niet goed voor is. Een driehoek die helpt bij het leren en verbeteren dus. De match is cruciaal.

Bibliografie
Gimblett, H. R., Itami, R. M., and Fitzgibbon, J. E. (1985). Mystery in an information processing model of landscape preference. Landscape Journal. 4, 87–95.

Hammitt, W. E. (1980). Designing mystery into trail-landscape experiences. J. Interpretation 5, 16–19.

Kaplan, S., and Kaplan, R. (1982). Cognition and Environment: Functioning in an Uncertain World. New York: Praeger.

Kruf, J.P., Sambeek, van W.F.A.M. (1982). Boswaardering en bosbeheer. Wageningen: Wageningen University Library.

Szolosi A.M, Watson J.M and Ruddell E.J. (2014). The benefits of mystery in nature on attention: assessing the impacts of presentation duration. Frontiers in Psychology. 5:1360. doi: 10.3389/fpsyg.2014.01360

Over de zeespiegelstijging

Kruf, J.P. (2013). Dijkpaal 992. Sint-Maartensdijk, Tholen.

Enige tijd geleden was ik op bezoek bij een directeur van een waterschap. Ik vroeg hem wat zijn grootste uitdaging was. “Draagvlak verkrijgen bij de bevolking voor dijkverzwaringen”, zei hij. Ik vroeg hem in hoeverre de feitelijke achterliggende reden om onze dijken te verzwaren, hierbij een rol speelden. Hij antwoordde: “Voor de direct aanwonenden is zo’n project natuurlijk zeer ingrijpend. Bij hen stuit het vaak op tal van bezwaren, begrijpelijk ook. Voor het geheel van bevolking achter de dijk betekent het echter bovenal meer veiligheid. Wat opvalt is dat de zeespiegelstijging als fenomeen niet echt aanwezig is in het debat. Het is toch abstract, weinig tastbaar, vooral niet zichtbaar en gevoelsmatig ver weg.”

Vanuit de eigen ervaring – als gemeentesecretaris, directeur stadsbeheer, interim-manager en strategisch adviseur – constateer ik, dat er diverse onderzoeken, rapporten, getallen en interpretaties rondzweven tussen wetenschappers, politici, bedrijven, burgers, non-profit-organisaties, gemeenten, provincies, ministeries, waterschappen en hun koepelorganisaties. Er is op dit punt echt sprake van verdeeldheid, segmentatie en fragmentatie.

Aan dit gesprek moest ik terugdenken, toen ik gisteren in de editie van 25 september 2020 van Nature de resultaten las van dit gezaghebbend onderzoek – over de gevolgen van de opwarming van de aarde voor de ijsmassa van Antarctica – door Garbe et al. (2020). Deze objectieve en feitelijke kennis zou voortaan een bijdrage kunnen en moeten spelen in de communicatie rondom dijkverzwaringsprojecten en in bredere zin bij de aanpak van watermanagement. Lijkt mij althans. Zonder paniek te zaaien, uiteraard. Duidelijkheid en vooral eerlijkheid duurt het langst.

Ik zeg het in mijn eigen woorden: de eerste 2 graden opwarming van de aarde (ten opzichte van het pre-industrieel tijdperk), leidt tot 1.3 meter/graad zeespiegelstijging. Vanaf 2 tot 6 graden opwarming is de stijging 2.4 meter/graad en daarboven 10 meter/graad. Tot dat alles gesmolten is uiteraard. Antarctica heeft equivalent aan ijsmassa dat overeenkomt met 58 meter zeespiegelstijging. Als dit zo is dan is Groenland al lang gesmolten. Ik meen dat de equivalent van de ijsmassa van Groenland 17 meter is. Dus samen 75 meter. Goed om te weten wat wij moeten conserveren en herstellen.

We staan nu op 1.1 graad opwarming, overeenkomend met circa 1.5 meter zeespiegelstijging. Ook 1.5 meter, net als bij Covid-19. Maar zal toeval zijn. Wat bijzonder is dat de onderzoekers stellen dat het opnieuw aangroeien van het ijs vraagt om een temperatuur van de aarde, die tenminste 1 graad lager ligt dan vóór het pre-industriële tijdperk. En dat lijkt buiten het bereik van de mens te liggen. Alleen de zon kan ons helpen door minder te stralen, liefs tijdelijk. Of wij maken machines die dit kunnen.

Het is goed om te weten wat komen gaat, zeker voor mijn kleinkinderen en hun kleinkinderen. Immers “regeren is vooruitzien”. Niet alleen de reductie van CO2 door een succesvolle energietransitie is wat voorligt als opgave, maar bij de veel besproken en waarschijnlijke scenario’s van 3 à 4 graden opwarming is een zeespiegel die de komende generaties zo’n 8 meter hoger ligt een uitdaging voor onze steden, badplaatsen en havens. Niet alleen bescherming door, maar ook innovatie in ruimtelijke planning en infrastructuur zijn de grote uitdagingen die voorliggen. Bij dijkpaal 992 houd ik voorlopig de wacht.

Bibliografie

Garbe, J., Albrecht, T., Levermann, A. et al. (2020) The hysteresis of the Antarctic Ice Sheet. Nature 585, 538–544. https://doi.org/10.1038/s41586-020-2727-5