Covid-19 en risico’s managen

Advertorial FD juli 2020

De risicomanager van nu valt op door durf, onbevangenheid, mensenkennis en verbindend vermogen. Juist in een COVID-19-pandemie stellen deze kwaliteiten hem in staat risico’s te managen en organisaties veerkrachtiger te maken.

Vijf risicoleiders – en leden van de Raad van Advies voor de executive deeltijdmaster Risicomanagement van Universiteit Twente – delen hun inzichten.

Ron de Wit, brandweercommandant en operationeel leider veiligheidsregio Twente: ‘Vooruitgang schept nieuwe risico’s. Door toenemende complexiteit en interconnectiviteit voldoen vaste protocollen niet meer. Risico- en crisismanagement smelten samen. Je koopt geen miljoenen mondkapjes in voor het geval dat. Wat wel vooraf kan is scenario’s beoordelen. Wat hebben we over voor welke maatregelen?’

Jack Kruf, directeur Public Risk Management Organisation Nederland: ‘De coronacrisis laat zien dat risicomanagement niet volwassen is: het risico van een pandemie was bekend, maar we negeerden het. Risicomanagers staan te boek als pessimisten. Gelukkig is er een rebranding gaande, met termen als succesmanagement, waardecreatie. Dat baant de weg voor meer durf om risicoscenario’s uit te werken. Opener discussies met méér stakeholders. Een dynamischersamenspel van controleren én innoveren. En minder kans op bestuurlijk falen als gevolg van wel weten, maar niet doen.’

Stef Hoffman, Chief Information Security Officer Philips:‘Voor succes zijn twee soorten mensen nodig: iemand die het doel aangeeft en iemand die obstakels verwijdert en de succeskans vergroot. De succesmanager moet eerlijk en open-minded het onmogelijke voor mogelijk houden en de organisatie of samenleving erop voorbereiden. Dáár liggen kansen – ook om een tweede golf coronabesmettingen het hoofd te bieden.’

Marlies Ypma, Executive Coach en Programmaleider Risicomanagement, Rijksoverheid: ‘In een organisatie met een heldere, gedeelde missie en waarden en een sterke teamgeest zijn tijdens een crisis de beslisvaardigheid en veerkracht – resilience –groot. Voor langdurige veerkracht hebben organisaties lef nodig om scenario’s te verkennen en tegenspraak te organiseren. Ontbreken die zaken, dan helpen de beste protocollen en de ruimste middelen niet.’

Gea Kolk, senior consultant ingenieursbureau Movares: ‘COVID-19 schept ook kansen. Minder verkeer betekende meer ruimte voor grote infrastructurele projecten. De beddenfabrikant ging mondkapjes maken. Risico’s managen is: die flexibiliteit creëren vóór de crisis. Investeer in buffers, brede inzetbaarheid, diversiteit aan kennis en vaardigheden. Beloon lef en creativiteit. Risicomanagers bouwen drempels, maar ook veerkracht en robuustheid.’

Ode aan Sebas

Daar ben je, Sebas. Ik ontmoet je voor het eerst vandaag, maandag 13 juli 2020. In de vroege ochtend, bij het krieken van de dag, ben jij op de wereld gekomen. Ik houd je in mijn armen. Stil, zonder woorden, met tranen. Jij, lief klein wonder. De Ouverture van de Water Music van Georg Friedrich Händel danst door mijn hoofd. De statige aanzet en later de prachtig dansende kracht zegt alles. Dit ben jij. Welkom, Sebas. Een ode aan jou.

George Floyd en sociale corrosie

Kruf, J.P. (2016) Corrosie. Léon, Spanje.

Welnu, ik dacht dat dit de eerste zou kunnen zijn van een set coachingskaarten voor publieke en politieke leiders om nader de diagnose te stellen wat er in de samenleving gebeurt. De dood van George Floyd toont zich als een pars pro toto voor racisme op wereldschaal. Het kan worden beschouwd als een vorm van sociale corrosie. Immers de toedracht van zijn dood verbindt de individuele politieman, met zijn teamgenoten die erbij waren, met zijn directe baas, met de baas van de baas, met de politie als bedrijf, met hun bestuurders, met de president van de Verenigde Staten, met het systeem en uiteindelijk met onszelf. Pars pro toto als begrip kan niet beter worden uitgelegd.

Het is een persoonlijke associatie van mij hoe het leven in steden wordt gedomineerd door demonstraties van mensen die vragen om liefde, gelijkheid en rechtvaardigheid. De stad – daar waar het weefsel van de samenleving zich toont – leeft en spreekt luid en duidelijk. Hun leiderschap staat op het spel en wanneer dit gebeurt. Een kantelpunt lijken wij te nader. Jimmy Carter raakt hier de essentie van: “We hebben een regering nodig die zo goed is als haar mensen (red. in de samenleving, de burger).” Een ontkoppeling van goed leiderschap lijkt zich aan te dienen, het mechanisme van corrosie lijkt in werking te treden.

Leiderschap in reflectie

Leiderschap wordt na elke crisis opnieuw gedefinieerd. Er zijn allerlei gedachten en bespiegelingen over wat er precies is gebeurd  en nog steeds gebeurt. Was Covid-19 een witte zwaan? Was het een zwarte zwaan? Wat had de rol van de C-Suite en van het publieke bestuur kunnen of moeten zijn? Schoten zij tekort? Hadden zij het kunnen weten? Wisten zij van de dreiging? De vragen en de antwoorden zijn talrijk. Honderden artikelen vinden dagelijks hun weg naar de media, social of niet.

Het is interessant, die vele reflecties over leiderschap in tijden van crisis. De bestuurlijke wetenschappen zoeken meer dan ooit wat goed leiderschap is, naar wat het zeker niet is of wat het had of zou moeten zijn. Wat zegt het huidig leiderschap over waar wij staan als samenleving. Zoals ecologen weten waarom madeliefjes bloeien en wat hun plek in het bosecosysteem is, zo willen bestuurskundigen weten hoe leiderschap (een bloem is een mooie metafoor) verbonden kan met de staat van de samenleving.

Wat leert deze crisis ons op dit punt? Hoe staat het eigenlijk met de natuurlijke selectie van onze leiders nu de omstandigheden in het grote bos veranderd zijn en nog gaan veranderingen? Zo’n zeperd als Covid-19 kunnen wij ons niet nog eens permitteren. En u weet met mij, wat op ons bordje ligt, wat komen gaat. Met het Global Risks Report 2020 voor ons, de Sustainable Development Goals in de achterzak en de Grondwet in de hand, is het zaak nog wat dieper te graven op het aspect van leiderschap. Is wijs. Is noodzaak. Leiderschap is in volle reflectie. Een nieuwe lente vraagt om een nieuw geluid.

The Lonely City: Adventures in the art of being alone.

What does it mean to be lonely? How do we live, if we’re not intimately engaged with another human being? How do we connect with other people? Does technology draw us closer together or trap us behind screens?

“Loneliness, I began to realise, was a populated place: a city in itself. And when one inhabits a city, even a city as rigorously and logically constructed as Manhattan, one starts by getting lost”

When Olivia Laing moved to New York City in her mid-thirties, she found herself inhabiting loneliness on a daily basis. Fascinated by this most shameful of experiences, she began to explore the lonely city by way of art. Moving fluidly between works and lives – from Hopper’s Nighthawks to Warhol’s Time Capsules, from Henry Darger’s hoarding to David Wojnarowicz’s AIDS activism – Laing conducts an electric, dazzling investigation into what it means to be alone.

“Loneliness is personal, and it is also political. Loneliness is collective; it is a city. As to how to inhabit it, there are no rules and nor is there any need to feel shame, only to remember that the pursuit of individual happiness does not trump or excuse our obligations to each another. We are in this together, this accumulation of scars, this world of objects, this physical and temporary heaven that so often takes on the countenance of hell. What matters is kindness; what matters is solidarity. What matters is staying alert, staying open, because if we know anything from what has gone before us, it is that the time for feeling will not last.” 

About the feeling many of us will know or recognise, that of being the individual, the citizen or the inhabitant, and seeking connection with the city, with that larger Ecosystem City®, Laing formulates precise:

“Imagine standing by a window at night, on the sixth or seventeenth or forty-third floor of a building. The city reveals itself as a set of cells, a hundred thousand windows, some darkened and some flooded with green or white or golden light. Inside, strangers swim to and fro, attending to the business of their private hours. You can see them, but you can’t reach them, and so this commonplace urban phenomenon, available in any city of the world on any night, conveys to even the most social a tremor of loneliness, its uneasy combination of separation and exposure.”

Humane, provocative and moving, The Lonely City is a celebration of a strange and lovely state, adrift from the larger continent of human experience, but intrinsic to the very act of being alive. Read more at Canongate Books.

Bibliography

Laing, Olivia (2016) The Lonely City: Adventures in the heart of being alone. Edinburgh: Canongate Books Ltd.