The Forest and Sustainability

The European Commission.

The Commission welcomes the provisional political agreement just reached between the European Parliament and the Council on an EU Regulation on deforestation-free supply chains.

Once adopted and applied, the new law will ensure that a set of key goods placed on the EU market will no longer contribute to deforestation and forest degradation in the EU and elsewhere in the world. Since the EU is a major economy and consumer of these commodities, this step will help stop a significant share of global deforestation and forest degradation, in turn reducing greenhouse gas emissions and biodiversity loss. This major agreement comes just before the start of the milestone Conference on Biodiversity (COP15) which is set to define protection goals for nature for decades to come. Explanation Apart from timber, the products concerned are cocoa, coffee, soy, palm oil, beef and rubber. Derived products such as leather, chocolate, furniture, paper and charcoal will also be banned if they contribute to deforestation, the European Commission said in a statement. Products will be classified as banned if they come from land deforested after December 2020. Traders will have to start proving that the products are deforestation-free and legal. Importers must be able to provide “precise geographical information on agricultural land” to show where raw materials come from. If the rules are not followed, member states must impose sanctions. The commission says the list of goods covered by the directive is regularly reviewed and updated. This takes into account new data, such as changing deforestation patterns.

De ‘O’ van ‘Ontdekking’

Hans Redert en Jack Kruf

Zou het niet mooi zijn dat je als bestuurder, manager, medewerker ook in de gelegenheid zou zijn, in de modus mág staan, om gewoon te ontdekken hoe iets zit. Hoe bijvoorbeeld burgers tegen een vraagstuk aankijken, hoe zij zich voelen, hoe verbanden gelegd kunnen worden, wat de kern van het probleem is, de kwestie die voorligt, hoe leden van jouw team of college aankijken tegen een voorliggend plan of project, in alle openheid en eerlijkheid.

En dit alles uiteraard zonder door anderen een mogelijke onwetendheid te worden toegedicht (“Wist jij dat niet?”). O ja, dat is de achilleshiel voor ons bestuurders en managers. Wij kennen onszelf, dat vooral, maar hebben in de vele jaren van publieke dienst in het hart van het lokaal bestuur ervaren, dat deze eigenschap voor velen een dingetje is.

De ‘O’ van ‘Ontdekking’ mag wat ons betreft opnieuw op de borden als les 1 in het openbaar bestuur. Het willen weten. Nieuwsgierig mogen zijn, met open vizier kunnen kijken. Veilig, en altijd met een boei nabij. Dat zou mooi zijn. De ‘Ontdekking’ die daarmee zelf de reddingsboei voor goed bestuur wordt.

Een warm pleidooi van de Heren van Oranje voor de ‘Ontdekking’. Zij beschouwen dit als logisch onderdeel van het binnen het resilience-perspectief geroemde inclusieve denken en handelen. Toch komen wij het maar zelden tegen in de dagdagelijkse praktijk van politiek, bestuur en management.

Het begrip inclusief denken en handelen wordt door het internationale netwerk van resilient cities als basisfilosofie geduid om een stap te zetten in de kwaliteit van openbaar bestuur. Het wordt alom geroemd als dé weg voorwaarts. Het wordt beschreven als prioritise broad consultation to create a sense of shared ownership in decision making.

Ontdekken hoort daar volgens ons zeer bij, en is daarvan zelfs een kernonderdeel. Er valt nog zoveel te ontdekken! Dus? De paden op en de lanen in, denken wij. Ontdekken dus.

De mystiek van het woud

Jack Kruf

De mystiek van de 10 nachten, die ik in 1981 op mijn trektocht door het Zwarte Woud in het bos heb gebivakkeerd, heb ik figuurlijk maar eens ingelijst, omdat het verankerd is in mijn ziel. A once in a lifetime experience. Het was alsof ik oploste in het ecosysteem, werd ondergedompeld in de nachtelijke dynamiek van geluiden van het woud, rustend op de bedding (van mos) van Moeder Aarde.

Nee, angst heb ik niet gehad. Ik kende de bossen op mijn duimpje. Ik was er thuis en wist ook welke dieren er leefden. Wolven waren lang niet meer gespot… Spannend, dat zeker wel. Vele jaren later las ik het boek van John Muir, Journeys in the Wilderness. Dat was thuiskomen.

Het gevoel van de wildernis is zo weer op te roepen, en daarmee de ervaring om mijzelf één met de natuur, ja, één met het universum te voelen.

Heel ver weg, over de verre heuvels en verscholen onder het zachte suizen van de wind door de hoge sparren is er de bewoonde wereld, ergens, daar waar mensen wonen. Alsof ik even geen deel uitmaak van de samenleving, maar een bosbewoner ben.

Soms, als ik in mijn nette pak met das moet aantreden bij een formeel treffen of optreden op een dichtbevolkte conferentie – mijn vader wist mij in deze staat treffend te duiden (hij kende mij immers als zijn broekzak) met een vermomd als heer –  dan denk ik nog wel eens aan die momenten alleen in het diepe nachtelijke woud op de grens van Duitsland en Zwitserland.

Dan komen de woorden van John Muir zo weer binnen: “The clearest way into the Universe is through a forest wilderness.” Die helderheid relativeert altijd de drukte en de hectiek, verschaft het comfort van het inzicht en houdt beide voeten op de grond, altijd. Tja, vermomd als heer, dat is een goeie. Nog steeds.

Het belang van investerend vermogen

Jack Kruf

De vraag van onze burgers om meer te investeren in onze stad, Fort Auvergne, heeft geleid tot een stevige bestuurlijke reflectie. De heidagen waren intensief en confronterend. Veel ontwikkelingen inzake klimaat, water, energie, veiligheid nopen tot nieuwe investeringen, dit om de resilience van stad en samenleving op peil te houden, nu en in de nabije toekomst. En dat geld is er niet. Het investerend vermogen van de overheid is ver onder de maat: de reserves zijn leeg, de schuldposities zijn het laatste decennium toegenomen en de solvabiliteit is erg laag (12%).

Als bestuur van de stad kwamen wij plots tot het inzicht dat wij niet meer moeten denken in uitgewerkte masterplannen, blauwdrukken en talloos nieuw beleid met telkens weer die ambities. Dat laatste kenmerkt ons. Ineens werd ons duidelijk dat het denken in eindbeelden erg gedateerd is. Strategie en beleid maken is mooi maar levert meestal droombeelden, die toch morgen al beschouwd worden als bestuurlijke hallucinaties. Ambities hebben, het is bestuurlijk absoluut een doodlopende weg. Geen enkele burger gelooft ons meer: “Daar heb je ze weer”, horen wij ze denken.

Daarom hebben wij per direct onze eigen ambities afgelegd en ons opengesteld voor een geheel nieuwe houding en aanpak.

Uit de (intensieve) gesprekken, die wij inmiddels met onze bedrijven, instellingen en burgers hebben gevoerd, blijkt dat er veel investerend vermogen in de samenleving zit – veel meer dan wij dachten – en dat blijkt dat wij als bestuur van de stad ons beter kunnen richten op het losmaken c.q. aantrekken hiervan. Daar hoort volgens onze gesprekspartners wel een nieuwe vorm van bestuurlijke regie bij, die nergens anders kan worden belegd. Met lange lijnen en contracten én met bestuurlijke voorspelbaarheid. In een permanent politiek verschuivend landschap wordt dat een uitdaging.

Een nieuwe bestuurlijke koers dus voor ons: niet zelf met allerlei plannen komen en met ambities strooien, maar luisteren naar de samenleving, haar faciliteren, stimuleren, verbinden. Er is ook geen andere keuze eigenlijk. Doorberekening van de noodzakelijke omvang van het investerend vermogen voor onze stad leert ons dat wij als bestuur slechts 8% in kas hebben voor wat echt nodig is. Hm.

Het spel is inmiddels op de wagen om investeerders gericht te vinden, te verleiden en te contracteren. Als bestuur gaat bij ons nu het roer drastisch om. Van de zogenaamde eigen en autonome sturing naar werken in allerlei publiek-publieke en publiek-private samenwerkingen en ketens. Een totaal nieuw concept voor ons. Niet zélf investeren, maar werken langs de lijn van het bieden van stimulerende kaders teneinde bedrijven, burgers en instellingen hun kennis en kunde te kunnen laten inbrengen op de maatschappelijke transities, die voor ons liggen.

Wij moeten als bestuur ons transformeren van spender naar enabler

Wij moeten als bestuur ons transformeren van spender naar enabler, van op-het-pluche-zitter naar regisseur en verbinder, van bewaker-van-de (mazen van)-wet naar mogelijk-maker, van de overdreven focus op rechtmatigheid naar maatschappelijk ondernemerschap, van ambitiemannetjes en -vrouwtjes naar realisten, van de-wijsheid-in-pacht-hebben naar luisterrrrrren.

De lanen in, de paden op dus. Het bestuur van Fort Auvergne heeft in de spiegel gekeken en is veel wijzer geworden. Nieuwe koppelingen maken is het devies. Veranderen is noodzaak. Wij hebben het licht gezien.