Het perspectief van de woestijn

Kruf, J.P. (2003). Het perspectief van de woestijn. Namibië, Sossusvlei.

Door Jack Kruf

Als het spannend wordt, worden de scenarioanalyses opnieuw van stal gehaald. Zij zijn zo oud als de weg naar Rome. De populariteit ervan indiceert dat er iets aan de hand is, dat de bestaande beleidscycli blijkbaar niet meer functioneren. Publieke organisaties en hun koepels, met een select clubje van adviesbureaus slaan thans de trom van dit ‘nieuwe’ denken met bijbehorende modellen, sessies en programma’s. Wij willen en moeten weer over de horizon kunnen heenkijken, verder en als het even kan in back to the future-stijl.

Er zijn twee mogelijkheden, wij gaan het zelf allemaal bedenken – elke gemeente en provincie voor zich -, of wij hanteren interpolaties van bestaande kennis en ervaringen die wereldwijd verzameld zijn. Het eerste is een te lange en daarmee te langzame weg, Er is niet veel tijd. De tweede is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Waar zijn deze exact te vinden? Zijn de data betrouwbaar, van wie zijn zij het eigendom, wat is het verdienmodel?

Is er ergens een kennisbank met hoogwaardige en gecureerde kennis over de staat van mijn stad?

Waar zijn de experts die iets zinnigs kunnen zeggen over wat mogelijke scenario’s kunnen zijn als wij zo doorgaan of ook als wij plotseling ons gedrag veranderen? Meteorologen? Zou kunnen. Controllers, accountants of auditors? Zeker niet, zij kijken met name naar waar wij vandaan komen en weten ook niet waar wij naar toegaan. Burgemeesters, wethouders, gemeentesecretarissen, ministers, gedeputeerden? Allemaal druk, druk, druk met de eigen portefeuille, positie of agenda. Of wetenschappers wellicht? Maar welke dan en welke zeker niet? Strategen en beleidsmakers. Ja, zou kunnen. Maar krijgen zij voldoende ruimte van hun politiek gestuurde of sturende bestuurders?

Dit wordt een zoektocht op zich, naar hoe het werkelijk is in de leefwereld, want kennis hoe het zou kunnen of moeten – vaak ontwikkeld in de systeemwereld – is in de praktijk niet echt bruikbaar. Waar vinden wij de kennis met betrekking tot perspectieven en scenario’s van buiten de kloostermuren, van buiten onze eigen stadswallen? Ik weet er één in elk geval: David Attenborough, die het aandurft om scenario’s te beschrijven.

Ik weet dat de Secretario del Ayuntamiento de València mij 12 jaar vertelde dat de zomers in zijn stad al decennialang warmer en warmer werden (“Muy caliente!”), dat de watervoorraden voor inwoners en bedrijven steeds meer onder druk kwamen, het leven in de stad daarom meer en meer precair aan het worden was, Hij vond, dat significante oprukking van de woestijn toch echt een scenario voor Valencia was, één om terdege rekening mee te houden en om op in te gaan spelen.

Sprekend over resilience van de stad Valencia: “Het is het aan de ingenieurs, sociologen, antropologen en bestuurskundigen om in een onderling hechte samenwerking daadwerkelijk dit scenario te vermijden”, zo was zijn betoog en hij vervolgde “alleen een integrale benadering zal succesvol kunnen zijn.” Ik denk wijze woorden, omdat regeren immers vooruitzien is. De woestijn is mooi, maar niet een gewild perspectief voor een prachtige stad als Valencia.

Ode aan het bosberaad

Kruf, J.P. (2014). Het Bosberaad.

Door Jack Kruf

Dit groepje bomen is over van wat eens een groot en vooral wijs bos was. Een verlaten groepje dat mijn aandacht trok. Zij zijn de laatst overgeblevenen, restanten en als zodanig onderdeel van een (zwaar uitgedund) bosberaad.

De bomen spraken over hoe zij nu toch definitief het pad wilden terugvinden naar waar zij thuishoorden, het bos, hun bos. Een verwoede poging, zo meende ik te ontwaren. Protest ook.

Ik liep even naast Frodo en Sam in het Oude Bos en droomde over de trots en gewortelde wijsheid van de bomen:

“As they listened, they began to understand the lives of the Forest, apart from themselves, indeed to feel themselves as the strangers where all other things were at home. […] Tom’s words laid bare the hearts of trees and their thoughts, which were dark and strange, and filled with a hatred of things that go free upon the earth, gnawing, biting, breaking, hacking, burning: destroyers and usurpers. It was not called the Old Forest without reason, for it was indeed ancient, a survivor of vast forgotten woods; and in there lived yet, ageing no quicker than the hills, the fathers of the fathers of trees, remembering times when they were lords. The countless years had filled them with pride and rooted wisdom, and with malice.” – Tolkien (1954).

Ik breng een stille ode aan dit bosberaad.

De kunst van samenwerken

Door Jack Kruf*

“Samenwerken was al de sleutel tot succes, maar met de huidige grote maatschappelijke veranderingen wordt het een strategische noodzaak, omdat ook het systeem van besturing zelf aan het veranderen is.”

De afgelopen jaren is onder mijn leiding door PRIMO Europe nauwgezet geïnvesteerd in dialoog, diagnose en didactiek om het kennisgoed op het gebied van samenwerken te beoefenen en te bevorderen. Het heeft geleid tot de ontwikkeling van een educatieprogramma voor de top van lokale en regionale publieke organisaties. Een programma waar inhoudelijke expertise, besturingskracht en organisatievermogen elkaar kunnen ontmoeten. Daarmee migreerde de vereniging van haar focus op risicomanagement naar dat van scenario-denken, co-creatie, design-denken en de architectuur van bestuur en navigatie met betrekking tot publieke waarden. Lees meer

*Een bijdrage in VIEWZ met als ondertitel: een strategische noodzaak in tijden van systeemverandering.

Vier stappen voor verbetering publieke organisaties

Bouko de Groot | Financieel Management

“Nieuwe vormen van financial engineering zijn harde noodzaak,” Jack Kruf, PRIMO, over strategie en aanpak van vraagstukken voor openbaar bestuur.

De grote transities die momenteel tegelijkertijd plaatsvinden vormen de grootste uitdaging voor CEO’s en CFO’s, zo bleek uit een recent onderzoek onder leden van PRIMO, de internationale Public Risk Management Organisation. Drie van die transities zijn digitale transformatie, klimaatverandering en circulaire economie. “Bij PRIMO richten we ons op publieke risico’s, dat zijn risico’s voor en in de samenleving. Daarom hebben wij een goed beeld hiervan, omdat wij intensief samenwerken met topmanagers vanuit de praktijk. Wij weten wat gemeenten bezighoudt en wat er speelt in de samenleving,” zegt Jack Kruf, directeur President PRIMO Europe.

Hij constateert dat de publieke risico’s van die grote transities aanzienlijk zijn. Om die te managen is geld nodig. Geld dat er niet is. Althans bij de overheid minder, omdat schulden toenemen, reserves niet of nauwelijks meer groeien, innovatie tot stilstand komt en steeds meer geld naar ‘gaten dichtlopen’ gaat. Nederlandse gemeenten moeten een ratio van weerstandsvermogen hebben van 1, maar landelijk bekeken en afgezet tegen wat nodig lijkt 0.25 , zo blijkt uit de discussie binnen de Denktank PRIMO/BNG Bank, waarbij de landelijk ingeschatte risico’s ten gevolge van komende transities zijn afgezet tegenover de beschikbare reserves en vermogens.

Financieel gaat het niet goed. “Het probleem is dat transities lange lijnen van 15 tot 30 jaar nodig hebben, terwijl politici komen en gaan in perioden van 4 jaar. Zij kijken vooral naar de korte termijn, bovendien verschuiven de bestuurlijke doelen steeds. Bedenk daarbij dat een gemeente eigenlijk meer dan 300 ‘producten’ heeft, dan snap je hoe groot de uitdaging is in het managen van publieke risico’s.” Te groot voor veel, want de solvabiliteit van een boel gemeenten is zo laag, dat zij niet meer kunnen investeren in de grote, noodzakelijke veranderingen, zoals de circulaire economie, de waterhuishouding of de stikstofcrisis.

“Groningen bijvoorbeeld zit maar rond de 10 procent, die staan financieel met de rug tegen de muur. Dat is eigenlijk onacceptabel bezien vanuit de opgaven die voor ons liggen. Als het een bedrijf zou zijn, zou het zo failliet zijn. Dat geldt voor veel gemeenten, die krapte.” De gemeenten zijn min of meer zelf mede-schuldig aan het veroorzaken van dit probleem. “Het rijk wilde bezuinigen en bracht tegelijkertijd het sociale domein naar de gemeenten. Dat hadden ze nooit moeten accepteren. De Rekenkamer gaf in 2014 nog aan dat de gemeenten er niet klaar voor waren. Toch gingen zij akkoord. Nu zitten velen met serieuze begrotingstekorten. En dan is er gewoon geen geld meer voor andere beleidsterreinen. “

Nieuwe aanpak voor gemeenten
Kruf roept daarom gemeenten op tot een nieuwe financiële investeringsaanpak. “We moeten de financiële strategie opnieuw uitlijnen en wel op basis van het eerlijke gesprek. Wat zijn de opgaven en wat de belangrijkste risico’s? En vooral, hoe gaan we die financieel aanpakken? Hun financieel management moet gemoderniseerd worden, nieuwe financieringscontstructen liggen voor de hand met vormen van co-creatie en co-engineering. Dat is de opgave voor de komende 10, 15 jaar. Financiering die nieuwe publieke waarde kan creëren en de sustainable goals kan borgen.

We moeten daarbij nieuwe elementen gaan toevoegen, en het vak financial engineering verbinden met de boeg van het schip. Werken van de machinekamer volstaat niet meer. Innovaties vragen om nieuwe allianties in financieel management. Het zal een omwenteling vragen in denken en handelen. Van rechtmatigheid en doelmatigheid als eerste zorg, naar doelgerichtheid en effectiviteit met ondernemerschap, goede contracten en vooral moderne vormen van financiering. Tijd voor vernieuwing.”

Kruf heeft vier hoofdpunten voor een verbeterde aanpak bij openbare organisaties:

  • De financieel verantwoordelijke wethouder is aan zet om de feiten op tafel te brengen. Met CEO, CFO en concerncontroller is hij of zij aan zet om een haalbare en implementeerbare strategie te ontwikkelen.
  • Daarbij moet open en transparant duidelijk gemaakt worden wat er echt nodig is voor de komende 10-15 jaar.
  • Vervolgens moet duidelijk worden met welke langlopende contracten, investeringen en partijen in de markt dat gerealiseerd kan worden.
  • En er moet inzicht komen welke partijen nodig zijn om dat te bereiken.

PRIMO definieert risico als de potentiële schade aan iets waar wij waarde aan hechten. Niet handelen leidt tot aantasting van publieke waarden zoals veiligheid en leefbaarheid. Het nieuws toont ons dat de publieke risico’s fors toenemen en gemeenten aan zet zijn zich financieel te herpakken.

Le Sacre du Printemps

Het Nationaal Ballet voerde 100 jaar na de première de Ouverture uit onder choregrafie van Shen Wei en David Dawson.

Door Jack Kruf

Het is lente. Hoewel, het sneeuwt al twee dagen. Het is vandaag 50 jaar geleden dat Igor Stravinsky is overleden. Ik luister deze altijd naar Le Sacre du Printemps (De Lentewijding, 1913). Het geldt als één van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw. De kracht van de ontwaking van de natuur kan niet beter worden uitgedrukt, zeker op 3′ 34″. De première vond plaats op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Élysées te Parijs. De zaal dacht: “Wat is dit?”.

Het muziekstuk is, in tegenstelling tot de westerse traditie tot dan toe, gebaseerd op een strakke en dominante ritmische complexiteit. Tot deze avond diende het ritme om de muziek meer vorm en body te geven en niet andersom.

Op deze dag introduceerde Igor Stravinsky nieuwe concepten en sloeg in harmonisch opzicht nieuwe wegen in. Zowel de dansers van het ballet als de orkestleden hadden moeite met de ongewone ritmische accenten en de vele maatwisselingen. Voor sommige instrumenten had Stravinsky de partituur in een ongebruikelijk register geschreven, waardoor sommige zelfs praktisch onherkenbaar waren. Het duidelijkst is dat bij de fagotsolo waar het stuk mee opent. Zelfs kenners van de fagot dachten dat het een klarinet was. Muzikaal dus vernieuwend in velerlei opzicht. Dat gold zeker ook voor het door de legendarische Russische balletdanser Vaslav Nijinsky gechoreografeerde ballet.

De première veroorzaakte in 1913 een enorme rel. De toeschouwers overstemden de atonale, dissonante en ongebruikelijk ritmische compositie die Stravinsky voor de choreografie maakte. Het orkest kon niet verder spelen en de voorstelling moest worden onderbroken.

Wat is het Le Sacre du Printemps van 2019? Wat is nu het monument dat we nog niet zien. Welke vernieuwing van nu wordt verworpen als extreem, vreemd of niet passend? En zal blijken over 100 jaar een innovatie van de eerste orde te zijn geweest. Het is altijd spannend dit onszelf af te vragen en het heden door de bril van straks te beschouwen. De tijdmachine van Professor Barabas is nog niet zó doorontwikkeld dat we vooruit in de tijd kunnen reizen om het beeld van nu te ontdekken.

The Bodmer Oak

Monet, C. (1865). The Bodmer Oak, Fontainebleau Forest [Oil on canvas]. New York City: The Metropolitan Museum of Art.

By Jack Kruf

It is painted by impressionist Claude Monet (1840–1926) in the year 1865. According to Plant Curator there is a strong possibility this tree is of the species Quercus petraea (Mattuschka) Lieblein (Sessile Oak, Chêne sessile, Wintereik, Traubeneiche), an emblematic tree of the French forest.

The Bodmer Oak was named after Swiss artist Karl Bodmer (1809–1893), who exhibited his painting of a tree in the heart of Fontainebleau Forest, La Forêt en Hiver, 15 years earlier at the Salon of 1850. The painting of Monet is in the collection of The Metropolitan Museum of Art, New York City.

Monet used bright yellows, greens, and oranges to depict sunlight filtering through the canopy of branches. The carpet of russet leaves signals that he painted this view just before he concluded a months-long visit to Fontainebleau in October 1865 (Source: MetMuseum.org).

What makes this painting so special that it feels you are actually standing in the middle of the forest, at the same level as the tree, at the same spot within the wide forest. It connects you to the tree. It is a great feeling. As if you feel being part of something far more bigger than you. Go into the forest and try it. It is a form of Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. Claude Monet painted this feeling in the Bodmer Oak.

De goede voorouder

Lange termijn denken voor een korte termijn wereld
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.

De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.

De originele editie The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World vind je terug op de website van de auteur en bevat achtergrondinformatie, indexes en videomateriaal.

Bibliografie
Krznaric, R. (2020) The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World. New York: The Experiment. Link

Krznaric, R. (2021) De goede voorouder: Lange termijn denken voor een korte termijn wereld. Utrecht: VBK Media | Uitgeverij Ten Have. Link

De Oriënt Express

Orient Express
Poster van de Oriënt-Express 1888.

Door Jack Kruf

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Een les van Cézanne

Interieur_de_foret_par_Paul_Cezanne_Yorck
Cézanne, P. (1898-1999) Intérieur de Forêt [Oil on canvas]. San Francisco: Fine Arts Museums of San Francisco.

Een blik op het interieur van een organisatie kan inzicht geven hoe zij er echt bijstaat. Zij dient in overheidsland de democratische principes van transparantie, rechtmatigheid, verantwoording en aansprakelijkheid richting de burger. Zij kan ex ante zijn, maar ook ex post als gelijk welk bestuur verantwoording aflegt aan haar burgers of klanten in bijvoorbeeld een jaarverslag. Het is een vak omdat je moet weten welke indicator iets zegt over wat. Het oog moet precies zijn, de kennis voor uitleg en interpretatie aanwezig.

Een voorbeeld van een voortreffelijke blik op een interieur, in dit geval van een bos in het Parc du Château Noir in de provincie Aix-en-Provence door Paul Cézanne – onderweg tussen impressionisme en kubisme. Het kan dienen als illustratie hoe essentieel en verfijnd die blik kan zijn.

Dit schilderij is één van de meesterwerken hier gemaakt. De serie wordt wereldwijd geroemd om haar precisie in sfeer, atmosfeer en kleurstelling. Het zijn als ware transecten, doorsneden, die ons vertellen in welke fase het bos zich bevindt, hoe oud het bos is, hoe haar structuur, welke boomsoorten er groeien en hoe de groeiomstandigheden zijn.

Kan het een inspiratie zijn om voortaan (naast een woordenpalet) een kleurenpalet toe te voegen aan elk jaarverslag? Met één blik het interieur vangen. Indien zo, laat dan Cézanne dé inspirators zijn, de meester van de diagnose.

Inside Views

104 Tokyo, ©Floriane de Lassée (2008). From her book ‘Inside Views‘.

This book Inside Views is noteworthy. It is an art impression and expression at the same time. A superb series of photographs – (with light written) night-scapes – by Floriane de Lassée. What this series makes so special is that she shows us how the personal living world of people seems to be connected and disconnected at the same time with the system world of the larger city. In fact, every photo catches two separate worlds in one single shot. Quite an achievement. Not only that: it is art. It is published by Nazraeii Press.

From public governance and city management perspective it is obvious that knowledge of habitats in the city and their layering is crucial in taking the right decisions in city architecture and planning. To connect the individual and personal habitat from the bottom of the ecosystem city with the top, being the larger habitat of the city, is the true challenge for every public leader. It is about the true understanding what city resilience actually is and how it ‘works’. The lockdown related to Coronavirus shows us how relevant this knowledge is, more than ever. It is the constraint to build trust of citizens in city leadership. And is not solitude what actually has to be managed? De Lassée guides us.

In the high insomnia megalopolis, splashed by stunning lights like so many islands of solitude, a heart beats, fragile, human… I do not photograph cities, but an imaginary City
that inhabits each megalopolis. It is the product of the Man’s excesses, his genius, his madness. The City exceeds the overflow. She is about to devour us.”

FLORIANE DE LASSÉE

During her time in New York, while studying at the International Center of Photography, New York, Floriane de Lassée began to explore the built environment and to document the cityscape at night. Post-graduation, as her career took off, de Lassée built on this early work, photographing night scenes in New York, Tokyo and Shanghai.

A selection of these photographs was brought together for the artist’s exhibition Night Views; featured at the Arles Photography Festival in 2006. Inside Views, de Lassee’s first monograph comprises 42 of the artist’s most powerful night cityscapes to date, and serves not only as a broader introduction of the work for which she is already known in Europe, but also as a bridge between her earliest work in the series, and the transformations it is currently undergoing.

Floriane de Lassée is an original force in contemporary photography. Inside Views is a stunning monograph.

Bibliography

Lassée, Florianne de (2008) Inside Views. Paso Robles: Nazraeli Press.

Wikipedia, ‘Floriane de Lassée’. https://fr.wikipedia.org/wiki/Floriane_de_Lassée

Through woven woods

Het gevoel in mijn zoektocht naar die elementen van besturing die openbaar bestuur effectief en succesvol maken, wordt het best verwoord door Tolkien in een passage uit The Lord of the Rings.

Ik heb de afgelopen jaren vele documenten en rapporten tot mij mogen nemen. In de ronde tafels die ik heb mogen leiden en de colleges die ik heb gegeven heb ik bijzondere gesprekken met mensen vanuit het gehele publieke domein gevoerd. Ik meen ik markante patronen te herkennen in de zoektocht naar de Heilige Graal van goede besturing.

Nu ben ik in het proces van verwerking, letterlijk en figuurlijk, en ben opnieuw gaan schrijven, om de gedachten, opgedane wijsheden en de punten nader te verbinden. Alsof ik, gelijk Frodo, in het ontzagwekkende bos van Elvenhome ben beland en de veelheid en rijkdom aan geluiden en beelden over mij heen laat komen om in te laten dalen op hun essentie.

Through woven woods in Elvenhome
She lightly fled on dancing feet,
And left him lonely still to roam
In the silent forest listening.
– J.R.R. Tolkien, The Lord of the Rings.

The Art and Science of Forest-Bathing

In a time when we’re constantly swamped with never-ending to-do lists, pausing to spend time in nature and soak up the restorative power of the natural world has never been more important

Shinrin-Yoku, or forest bathing, is the practice of spending time in the forest for greater health, a strengthened immune system, happiness and a sense of calm. A pillar of Japanese culture for decades, Shinrin-Yoku will help you slow down and reconnect with nature, from walking mindfully in the woods, to a break in your local park, to simply walking barefoot on your lawn.

Bibliography
Qing Li (2018) Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. London: Penguin Random House.