Vier stappen voor verbetering publieke organisaties

Bouko de Groot | Financieel Management

“Nieuwe vormen van financial engineering zijn harde noodzaak,” Jack Kruf, PRIMO, over strategie en aanpak van vraagstukken voor openbaar bestuur.

De grote transities die momenteel tegelijkertijd plaatsvinden vormen de grootste uitdaging voor CEO’s en CFO’s, zo bleek uit een recent onderzoek onder leden van PRIMO, de internationale Public Risk Management Organisation. Drie van die transities zijn digitale transformatie, klimaatverandering en circulaire economie. “Bij PRIMO richten we ons op publieke risico’s, dat zijn risico’s voor en in de samenleving. Daarom hebben wij een goed beeld hiervan, omdat wij intensief samenwerken met topmanagers vanuit de praktijk. Wij weten wat gemeenten bezighoudt en wat er speelt in de samenleving,” zegt Jack Kruf, directeur President PRIMO Europe.

Hij constateert dat de publieke risico’s van die grote transities aanzienlijk zijn. Om die te managen is geld nodig. Geld dat er niet is. Althans bij de overheid minder, omdat schulden toenemen, reserves niet of nauwelijks meer groeien, innovatie tot stilstand komt en steeds meer geld naar ‘gaten dichtlopen’ gaat. Nederlandse gemeenten moeten een ratio van weerstandsvermogen hebben van 1, maar landelijk bekeken en afgezet tegen wat nodig lijkt 0.25 , zo blijkt uit de discussie binnen de Denktank PRIMO/BNG Bank, waarbij de landelijk ingeschatte risico’s ten gevolge van komende transities zijn afgezet tegenover de beschikbare reserves en vermogens.

Financieel gaat het niet goed. “Het probleem is dat transities lange lijnen van 15 tot 30 jaar nodig hebben, terwijl politici komen en gaan in perioden van 4 jaar. Zij kijken vooral naar de korte termijn, bovendien verschuiven de bestuurlijke doelen steeds. Bedenk daarbij dat een gemeente eigenlijk meer dan 300 ‘producten’ heeft, dan snap je hoe groot de uitdaging is in het managen van publieke risico’s.” Te groot voor veel, want de solvabiliteit van een boel gemeenten is zo laag, dat zij niet meer kunnen investeren in de grote, noodzakelijke veranderingen, zoals de circulaire economie, de waterhuishouding of de stikstofcrisis.

“Groningen bijvoorbeeld zit maar rond de 10 procent, die staan financieel met de rug tegen de muur. Dat is eigenlijk onacceptabel bezien vanuit de opgaven die voor ons liggen. Als het een bedrijf zou zijn, zou het zo failliet zijn. Dat geldt voor veel gemeenten, die krapte.” De gemeenten zijn min of meer zelf mede-schuldig aan het veroorzaken van dit probleem. “Het rijk wilde bezuinigen en bracht tegelijkertijd het sociale domein naar de gemeenten. Dat hadden ze nooit moeten accepteren. De Rekenkamer gaf in 2014 nog aan dat de gemeenten er niet klaar voor waren. Toch gingen zij akkoord. Nu zitten velen met serieuze begrotingstekorten. En dan is er gewoon geen geld meer voor andere beleidsterreinen. “

Nieuwe aanpak voor gemeenten
Kruf roept daarom gemeenten op tot een nieuwe financiële investeringsaanpak. “We moeten de financiële strategie opnieuw uitlijnen en wel op basis van het eerlijke gesprek. Wat zijn de opgaven en wat de belangrijkste risico’s? En vooral, hoe gaan we die financieel aanpakken? Hun financieel management moet gemoderniseerd worden, nieuwe financieringscontstructen liggen voor de hand met vormen van co-creatie en co-engineering. Dat is de opgave voor de komende 10, 15 jaar. Financiering die nieuwe publieke waarde kan creëren en de sustainable goals kan borgen.

We moeten daarbij nieuwe elementen gaan toevoegen, en het vak financial engineering verbinden met de boeg van het schip. Werken van de machinekamer volstaat niet meer. Innovaties vragen om nieuwe allianties in financieel management. Het zal een omwenteling vragen in denken en handelen. Van rechtmatigheid en doelmatigheid als eerste zorg, naar doelgerichtheid en effectiviteit met ondernemerschap, goede contracten en vooral moderne vormen van financiering. Tijd voor vernieuwing.”

Kruf heeft vier hoofdpunten voor een verbeterde aanpak bij openbare organisaties:

  • De financieel verantwoordelijke wethouder is aan zet om de feiten op tafel te brengen. Met CEO, CFO en concerncontroller is hij of zij aan zet om een haalbare en implementeerbare strategie te ontwikkelen.
  • Daarbij moet open en transparant duidelijk gemaakt worden wat er echt nodig is voor de komende 10-15 jaar.
  • Vervolgens moet duidelijk worden met welke langlopende contracten, investeringen en partijen in de markt dat gerealiseerd kan worden.
  • En er moet inzicht komen welke partijen nodig zijn om dat te bereiken.

PRIMO definieert risico als de potentiële schade aan iets waar wij waarde aan hechten. Niet handelen leidt tot aantasting van publieke waarden zoals veiligheid en leefbaarheid. Het nieuws toont ons dat de publieke risico’s fors toenemen en gemeenten aan zet zijn zich financieel te herpakken.

Le Sacre du Printemps

Het Nationaal Ballet voerde 100 jaar na de première de Ouverture uit onder choregrafie van Shen Wei en David Dawson.

Door Jack Kruf

Het is lente. Hoewel, het sneeuwt al twee dagen. Het is vandaag 50 jaar geleden dat Igor Stravinsky is overleden. Ik luister deze altijd naar Le Sacre du Printemps (De Lentewijding, 1913). Het geldt als één van de meest revolutionaire werken van de 20e eeuw. De kracht van de ontwaking van de natuur kan niet beter worden uitgedrukt, zeker op 3′ 34″. De première vond plaats op 29 mei 1913 in het Théâtre des Champs-Élysées te Parijs. De zaal dacht: “Wat is dit?”.

Het muziekstuk is, in tegenstelling tot de westerse traditie tot dan toe, gebaseerd op een strakke en dominante ritmische complexiteit. Tot deze avond diende het ritme om de muziek meer vorm en body te geven en niet andersom.

Op deze dag introduceerde Igor Stravinsky nieuwe concepten en sloeg in harmonisch opzicht nieuwe wegen in. Zowel de dansers van het ballet als de orkestleden hadden moeite met de ongewone ritmische accenten en de vele maatwisselingen. Voor sommige instrumenten had Stravinsky de partituur in een ongebruikelijk register geschreven, waardoor sommige zelfs praktisch onherkenbaar waren. Het duidelijkst is dat bij de fagotsolo waar het stuk mee opent. Zelfs kenners van de fagot dachten dat het een klarinet was. Muzikaal dus vernieuwend in velerlei opzicht. Dat gold zeker ook voor het door de legendarische Russische balletdanser Vaslav Nijinsky gechoreografeerde ballet.

De première veroorzaakte in 1913 een enorme rel. De toeschouwers overstemden de atonale, dissonante en ongebruikelijk ritmische compositie die Stravinsky voor de choreografie maakte. Het orkest kon niet verder spelen en de voorstelling moest worden onderbroken.

Wat is het Le Sacre du Printemps van 2019? Wat is nu het monument dat we nog niet zien. Welke vernieuwing van nu wordt verworpen als extreem, vreemd of niet passend? En zal blijken over 100 jaar een innovatie van de eerste orde te zijn geweest. Het is altijd spannend dit onszelf af te vragen en het heden door de bril van straks te beschouwen. De tijdmachine van Professor Barabas is nog niet zó doorontwikkeld dat we vooruit in de tijd kunnen reizen om het beeld van nu te ontdekken.

The Bodmer Oak

Monet, C. (1865). The Bodmer Oak, Fontainebleau Forest [Oil on canvas]. New York City: The Metropolitan Museum of Art.

By Jack Kruf

It is painted by impressionist Claude Monet (1840–1926) in the year 1865. According to Plant Curator there is a strong possibility this tree is of the species Quercus petraea (Mattuschka) Lieblein (Sessile Oak, Chêne sessile, Wintereik, Traubeneiche), an emblematic tree of the French forest.

The Bodmer Oak was named after Swiss artist Karl Bodmer (1809–1893), who exhibited his painting of a tree in the heart of Fontainebleau Forest, La Forêt en Hiver, 15 years earlier at the Salon of 1850. The painting of Monet is in the collection of The Metropolitan Museum of Art, New York City.

Monet used bright yellows, greens, and oranges to depict sunlight filtering through the canopy of branches. The carpet of russet leaves signals that he painted this view just before he concluded a months-long visit to Fontainebleau in October 1865 (Source: MetMuseum.org).

What makes this painting so special that it feels you are actually standing in the middle of the forest, at the same level as the tree, at the same spot within the wide forest. It connects you to the tree. It is a great feeling. As if you feel being part of something far more bigger than you. Go into the forest and try it. It is a form of Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. Claude Monet painted this feeling in the Bodmer Oak.

De goede voorouder

Lange termijn denken voor een korte termijn wereld
Onder alle grote problemen waar de wereld mee worstelt, ligt één kraakheldere oorzaak: we denken alleen aan de korte termijn. In dit urgente en praktische filosofieboek De goede voorouder breekt bestsellerauteur Roman Krznaric het debat hierover open. Hij beschrijft de geschiedenis van dit kortetermijndenken en schetst hoe we verder kunnen kijken dan onze eigen generatie lang is. Krznaric beschrijft een nieuwe manier.

De grote problemen van onze tijd gaan allemaal terug op één ding: we denken alleen aan de korte termijn. Dat denken koloniseert de toekomst. Je ziet het in het bedrijfsleven, de politiek en het persoonlijk leven. Zo ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen en nemen existentiële dreigingen toe. We staan aan de rand van de afgrond.

Toch is er hoop, volgens Roman Krznaric. Om goede voorouders te worden moeten we onder meer onze economie en politiek radicaal omvormen – een enorme opgave. Maar onder die ambitieuze doelen ligt iets wat we zelf kunnen doen: onze kortzichtigheid inruilen voor langetermijndenken. Krznaric onthult zes praktische manieren om onze hersenen hierin bij te scholen. Dan verschuiven we de loyaliteit van onze eigen generatie naar de hele mensheid, en kunnen we onze planeet en onze toekomst redden. De belangrijkste vraag die we onszelf moeten stellen is: ‘Zijn we een goede voorouder?’.

De originele editie The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World vind je terug op de website van de auteur en bevat achtergrondinformatie, indexes en videomateriaal.

Bibliografie
Krznaric, R. (2020) The Good Ancestor: How to Think Long-Term in a Short-Term World. New York: The Experiment. Link

Krznaric, R. (2021) De goede voorouder: Lange termijn denken voor een korte termijn wereld. Utrecht: VBK Media | Uitgeverij Ten Have. Link

De Oriënt Express

Orient Express
Poster van de Oriënt-Express 1888.

Door Jack Kruf

Het verhaal van de Oriënt Express*. Zij kan dienen als een krachtige beeldspraak voor de nieuwe architectuur van publiek risicomanagement, zeker als het gaat om het ontwerp, de inrichting en het management van majeure vraagstukken.

Het concept blinkt uit in eenvoud en verbinding. Het is een all-in one: trein, reis, prijs én tracé. Bovendien met unique selling points: “Service Rapide,  Sans Changement de Voitures et Sans Passeport entre…”

Het is mijn gedachte: elk van de grote opgaven die begin 2021 voor ons liggen te gaan beschouwen als een Oriënt Express is de idee. De eerste trein reed in 1883 tussen London en Istanboel en was het initiatief van een ingenieur George Nagelmackers. Een baanbrekend concept, dat nu ook van toepassing kan zijn voor de lange reizen.

Hij had er de Nobelprijs voor Governance voor kunnen krijgen, maar die bestond toen nog niet. In het versnipperd Europa met staatjes en koninkrijken was elke kilometer van dat traject uit-onderhandeld met overheden, grondeigenaren, treinmaatschappijen, banken, beleggers en particuliere bedrijven.

Dat éne treinkaartje was administratief opgeknipt met toeslagen, verrekeningen en verdienmodellen voor elke kilometer. Een halve kapel vol met contracten, financieringsconstructen en overeenkomsten was nodig om deze reis mogelijk te maken.  Ook de locomotieven, de stations die aangedaan moesten worden, de diversiteit aan spoorbreedtes, landschappen, bergen, rivieren en dalen en de te verwachten weersomstandigheden.

Welnu in 2021 stappen wij opnieuw op. Een reis tussen nu (fossiele energie) naar 2050 (duurzame energie). Een reis van een generatie. Op weg naar een leefbare wereld voor mijn kleinkinderen Sam, Sebas en Equoia. Zo concreet en simpel is het. Ik heb mijn eerste Legotrein al gekocht, om te oefenen… met hen natuurlijk…

Wie wordt de nieuwe George Nagelmackers van de Energietransitie of van de Circulaire Economie? Allemaal en tegelijkertijd verkennen, sleuren, sleutelen, bouwen en onderhandelen kan niet. Coördinatie is nodig. 

In het concept van de Oriënt Express liggen de verbindingen naar de nieuwe zo gewenste systeemsturing besloten. Het herbergt de contouren van een nieuwe aanpak.

*Deel afscheidslezing te Breda op 19 maart 2021 door Jack Kruf.

Een les van Cézanne

Interieur_de_foret_par_Paul_Cezanne_Yorck
Cézanne, P. (1898-1999) Intérieur de Forêt [Oil on canvas]. San Francisco: Fine Arts Museums of San Francisco.

Een blik op het interieur van een organisatie kan inzicht geven hoe zij er echt bijstaat. Zij dient in overheidsland de democratische principes van transparantie, rechtmatigheid, verantwoording en aansprakelijkheid richting de burger. Zij kan ex ante zijn, maar ook ex post als gelijk welk bestuur verantwoording aflegt aan haar burgers of klanten in bijvoorbeeld een jaarverslag. Het is een vak omdat je moet weten welke indicator iets zegt over wat. Het oog moet precies zijn, de kennis voor uitleg en interpretatie aanwezig.

Een voorbeeld van een voortreffelijke blik op een interieur, in dit geval van een bos in het Parc du Château Noir in de provincie Aix-en-Provence door Paul Cézanne – onderweg tussen impressionisme en kubisme. Het kan dienen als illustratie hoe essentieel en verfijnd die blik kan zijn.

Dit schilderij is één van de meesterwerken hier gemaakt. De serie wordt wereldwijd geroemd om haar precisie in sfeer, atmosfeer en kleurstelling. Het zijn als ware transecten, doorsneden, die ons vertellen in welke fase het bos zich bevindt, hoe oud het bos is, hoe haar structuur, welke boomsoorten er groeien en hoe de groeiomstandigheden zijn.

Kan het een inspiratie zijn om voortaan (naast een woordenpalet) een kleurenpalet toe te voegen aan elk jaarverslag? Met één blik het interieur vangen. Indien zo, laat dan Cézanne dé inspirators zijn, de meester van de diagnose.

Inside Views

104 Tokyo, ©Floriane de Lassée (2008). From her book ‘Inside Views‘.

This book Inside Views is noteworthy. It is an art impression and expression at the same time. A superb series of photographs – (with light written) night-scapes – by Floriane de Lassée. What this series makes so special is that she shows us how the personal living world of people seems to be connected and disconnected at the same time with the system world of the larger city. In fact, every photo catches two separate worlds in one single shot. Quite an achievement. Not only that: it is art. It is published by Nazraeii Press.

From public governance and city management perspective it is obvious that knowledge of habitats in the city and their layering is crucial in taking the right decisions in city architecture and planning. To connect the individual and personal habitat from the bottom of the ecosystem city with the top, being the larger habitat of the city, is the true challenge for every public leader. It is about the true understanding what city resilience actually is and how it ‘works’. The lockdown related to Coronavirus shows us how relevant this knowledge is, more than ever. It is the constraint to build trust of citizens in city leadership. And is not solitude what actually has to be managed? De Lassée guides us.

In the high insomnia megalopolis, splashed by stunning lights like so many islands of solitude, a heart beats, fragile, human… I do not photograph cities, but an imaginary City
that inhabits each megalopolis. It is the product of the Man’s excesses, his genius, his madness. The City exceeds the overflow. She is about to devour us.”

FLORIANE DE LASSÉE

During her time in New York, while studying at the International Center of Photography, New York, Floriane de Lassée began to explore the built environment and to document the cityscape at night. Post-graduation, as her career took off, de Lassée built on this early work, photographing night scenes in New York, Tokyo and Shanghai.

A selection of these photographs was brought together for the artist’s exhibition Night Views; featured at the Arles Photography Festival in 2006. Inside Views, de Lassee’s first monograph comprises 42 of the artist’s most powerful night cityscapes to date, and serves not only as a broader introduction of the work for which she is already known in Europe, but also as a bridge between her earliest work in the series, and the transformations it is currently undergoing.

Floriane de Lassée is an original force in contemporary photography. Inside Views is a stunning monograph.

Bibliography

Lassée, Florianne de (2008) Inside Views. Paso Robles: Nazraeli Press.

Wikipedia, ‘Floriane de Lassée’. https://fr.wikipedia.org/wiki/Floriane_de_Lassée

The Art and Science of Forest-Bathing

In a time when we’re constantly swamped with never-ending to-do lists, pausing to spend time in nature and soak up the restorative power of the natural world has never been more important

Shinrin-Yoku, or forest bathing, is the practice of spending time in the forest for greater health, a strengthened immune system, happiness and a sense of calm. A pillar of Japanese culture for decades, Shinrin-Yoku will help you slow down and reconnect with nature, from walking mindfully in the woods, to a break in your local park, to simply walking barefoot on your lawn.

Bibliography
Qing Li (2018) Shinrin-Yoku: The Art and Science of Forest Bathing. London: Penguin Random House.

25 jaar Risicomanagement

“Medio augustus publiceerden Eric Frank en Jack Kruf het e-book ‘Publiek Risico: Essays’, over de ontwikkeling van publiek risicomanagement in de afgelopen 25 jaar. Deze bloemlezing representeert de zoektocht naar meer kwaliteit van bestuur en management in ruim twee decennia, vanuit het perspectief van de samenstellers. 

De bundeling van 75 essays is geschreven door een keur aan auteurs; de twee curatoren zijn aanvullend in kennis en ervaring. In dit interview met Eric Frank en Jack Kruf gaan zij in op de achtergronden van het boek. Beiden benadrukken dat de auteurs van de essays het eigenlijke werk hebben gedaan.

Eric Frank heeft zijn basis liggen in het bankwezen, terwijl Jack Kruf is opgegroeid in het domein van gemeenten en provincies. Complementaire achtergronden dus. Zij beschikken over een aanvullend palet van kennis en ervaring. Frank heeft in het kader van public affairs in en rondom het bankwezen in de publieke sector en bij BNG Bank in het bijzonder veel van doen gehad met besturingsvraagstukken in het algemeen en risicomanagement in het bijzonder.

Hij constateerde dat risicomanagement verre van goed is georganiseerd. Kruf heeft als gemeentesecretaris en interimmanager bij gemeenten en provincies gemerkt dat het landschap van raamwerken, methoden en technieken die het bestuur en management kunnen helpen bij het scherp aan de wind zeilen, zeer versnipperd was en eigenlijk nog steeds is. De ervaringen en inzichten vormden in de vorm van het publieke domein, het management van de stad, een soort gemeenschappelijke deler. Waar zit die overlap precies? En wat drijft jullie beiden?

De gemeenschappelijke deler ligt in hun buitengewone interesse voor: goed bestuur, verantwoordelijkheid dragende bestuurders, beslissers en managers; met plannen die bijdragen aan goede uitvoering van publieke taken; en in gedegen verantwoording van bestuur aan de burger/belastingbetaler/kiezer.

Eric Frank: ‘De omgang, integriteit, visie, duurzaamheid en betrokkenheid inzake het publieke domein vind ik een zaak van het grootste belang.’ Jack Kruf: ‘Mijn drijfveer is bij te dragen aan het als van zelfsprekend besturen en managen – vanuit het perspectief van rentmeesterschap – van het maatschappelijk, sociaal en natuurlijk erfgoed.'” Lees meer

De Dag van de Stad

Machu
Kruf, J.P. (2006). Smart City, Peru, Machu Picchu.

Volgende week maandag is De Dag van de Stad. Lijnen worden samengebracht, publieke waarden en uitdagingen belicht vanuit diverse functies, perspectieven en lagen van de stad. De dag gaat in mijn ogen over de behoefte aan en de zoektocht naar een meer Integrale en holistische benadering van stedelijke sturing. Ik noem die voor het gemak New City Governance. Een mooie dag in het vooruitzicht.

De New City Governance, so to speak, ligt eigenlijk al jaren voor als thema. Als gemeentesecretaris was er permanent de insteek om belangen van de stad zelve, haar burgers, doelgroepen, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en ministeries (bolwerken van segmentatie) af te stemmen en te koppelen.

De benadering vanuit de concepten zoals smart city en city resilience in de afgelopen decennia zijn voorlopers, maar missen de harde componenten van governance, sturing en navigatie. Het is veel inhoud dat voorbij komt. De kern van de overall sturing wordt niet of nauwelijks aangeraakt. De huidige segmentatie en fragmentatie van die sturing vraagt om nieuwe wegen, willen wij verder komen. Er is een doorbraak in het denken nodig.

Deze nieuwe benadering is er dus nog niet, zeker politiek niet, omdat vanuit het perspectief van macht en invloed (cfr. Machiavelli) de feiten inzake kwaliteit en focus van het openbaar bestuur zich anders dan integraal tonen in mijn ogen. Ook wetenschappelijk zijn wij nog niet zover. Het landschap hier is ernstig versnipperd. Er is geen wetenschap die luistert naar de naam civitologie (mijn gedachte, ben ik nu een bedenker?).

De New City Governance van het ecosysteem stad – Ecosystem City® en Civitas Naturalis – staat in de kinderschoenen en is in mijn ogen de grootste uitdaging voor de komend decennia. De toegepaste wetenschap en gedachtenontwikkelingen met betrekking tot de Sustainable Development Goals – met name noem ik SDG 11 (Sustainable Cities and Communities), SDG 16 (Peace, Justice and Strong Institutions) en SDG 17 (Partnerships for the Goals) -bieden uitgangspunten, drivers en handvatten. Het is een proces in ontwikkeling. Het wordt een boeiende ontdekkingstocht.

De implementatie van New City Governance vraagt om de keuze om niet het systeem centraal te stellen, maar de doelgroep, de  kwestie  c.q. het voorliggend vraagstuk. En dat is een spannende. Het vraagt om een paradigma-shift in governance, om een systeemsprong.

Ik moest denken aan de blootgelegde lessen van Machu Picchu, waar dit alles al aanwezig was, maar door de tijd in vergetelheid is geraakt. Ons bezoek in 2006 was werkelijk overweldigend. Als gemeentesecretaris Roosendaal en voormalig directeur Stedelijke Buitenruimte Breda was dit smullen. Ik was er niet meer weg te slaan, om het maar simpel te zeggen. Heb menig boek erover verslonden. Vooral de Lost City of the Incas. The Story of Machu Picchu and its Builders ging er in als koek. Deze stad kende integrale sturing. Machu Picchu, een voorbeeld, een rolmodel.

Van Ruisdael dag

ruisdael_d-scaled
Jacob van Ruisdael (1670). Wheat Fields [Oil on canvas, 100 x 130.2 cm]. New York: Metropolitan Museum of Art.
Een luchtje scheppen is goed, zeker na een week CNN #ElectionDay. Ik moest denken aan mijn laatste bezoek aan New York, toen ik oog in oog stond met deze Van Ruisdael (met daarna een rondje Central Park). Het is vandaag de combinatie van het gevoel van deel zijn van een veel groter geheel, uitwaaien, op adem komen, een frisse neus halen en reflectie. Het is vandaag, zondag ook, een echte Van Ruisdael-dag.

Ridder Equoi

“Ik ben Equoi. Vandaag ben ik ridder en verdedig ik de goede zaak van democratie. Ik sta voor besturen (Governance) in verbinding (Connect).”