Structuurverandering publiek domein

Jürgen Habermas

In dit klassieke werk uit 1962 en in het Nederlands uitgegeven in 2015 door Boom Uitgevers, ontwikkelt Duits filosoof en socioloog Jürgen Habermas* zijn theorie over het publieke domein. Volgens Habermas is dit een ruimte waarbinnen rationele discussies kunnen worden gevoerd, vrij van inmenging van de staat en andere dwingende machten.


Habermas beschrijft hoe deze sfeer zijn opgang deed in de bourgeoismaatschappij van de achttiende eeuw, toen koffiehuizen en salons het toneel werden van discussies over sociale en politieke vraagstukken.

De druk van het kapitalisme, massamedia en het totalitarisme op het publieke domein
In latere jaren kwam het publieke domein steeds verder onder druk te staan door de toegenomen rol van het kapitalisme en de daarbij horende nadruk op het eigenbelang. Vervolgens werd het steeds verder uitgehold door de massamedia, de opkomst van het totalitarisme de vervagende grenzen tussen het private en de staat.

Van pessimisme naar oplossing
Na het ontvouwen van dit pessimistische perspectief biedt Habermas de weg naar een oplossing: een machtsvrije wijze van communicatie. De structuurverandering van het publieke domein staat daarmee aan de basis van zijn latere, invloedrijke werk.

Bibliografie

Habermas, J. (2015) De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Boom Uitgevers (Oorspronkelijke titel: Strukturwandel der Öffentlichkeit. Vertaling: Jabik Veenbaas)

Afbeelding van de auteur: door Wolfram Huke, http://wolframhuke.de – Verplaatst vanaf en.wikipedia naar Commons door ojs., CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3546577

*Jürgen Habermas is een van de laatste nog levende grote filosofen van de twintigste eeuw. Hij is emeritus hoogleraar filosofie in Frankfurt en ontving vele prijzen, waaronder in 2013 de Erasmusprijs.

Zijn werk is internationaal van grote invloed en wordt door een breed publiek gelezen. Bij Uitgeverij Boom verschenen van zijn hand De nieuwe onoverzichtelijkheid (1989), Geloven en weten (2009). Een toekomst voor Europa (2013) en Over democratie (2020).

De ‘O’ van ‘Ontdekking’

Hans Redert en Jack Kruf

Zou het niet mooi zijn dat je als bestuurder, manager, medewerker ook in de gelegenheid zou zijn, in de modus mág staan, om gewoon te ontdekken hoe iets zit. Hoe bijvoorbeeld burgers tegen een vraagstuk aankijken, hoe zij zich voelen, hoe verbanden gelegd kunnen worden, wat de kern van het probleem is, de kwestie die voorligt, hoe leden van jouw team of college aankijken tegen een voorliggend plan of project, in alle openheid en eerlijkheid.

En dit alles uiteraard zonder door anderen een mogelijke onwetendheid te worden toegedicht (“Wist jij dat niet?”). O ja, dat is de achilleshiel voor ons bestuurders en managers. Wij kennen onszelf, dat vooral, maar hebben in de vele jaren van publieke dienst in het hart van het lokaal bestuur ervaren, dat deze eigenschap voor velen een dingetje is.

De ‘O’ van ‘Ontdekking’ mag wat ons betreft opnieuw op de borden als les 1 in het openbaar bestuur. Het willen weten. Nieuwsgierig mogen zijn, met open vizier kunnen kijken. Veilig, en altijd met een boei nabij. Dat zou mooi zijn. De ‘Ontdekking’ die daarmee zelf de reddingsboei voor goed bestuur wordt.

Een warm pleidooi van de Heren van Oranje voor de ‘Ontdekking’. Zij beschouwen dit als logisch onderdeel van het binnen het resilience-perspectief geroemde inclusieve denken en handelen. Toch komen wij het maar zelden tegen in de dagdagelijkse praktijk van politiek, bestuur en management.

Het begrip inclusief denken en handelen wordt door het internationale netwerk van resilient cities als basisfilosofie geduid om een stap te zetten in de kwaliteit van openbaar bestuur. Het wordt alom geroemd als dé weg voorwaarts. Het wordt beschreven als prioritise broad consultation to create a sense of shared ownership in decision making.

Ontdekken hoort daar volgens ons zeer bij, en is daarvan zelfs een kernonderdeel. Er valt nog zoveel te ontdekken! Dus? De paden op en de lanen in, denken wij. Ontdekken dus.

Climate Book

We still have time to change the world. From Greta Thunberg, the world’s leading climate activist, comes the essential handbook for making it happen. It is published by Allen Lane, Penguin Random House.

You might think it’s an impossible task: secure a safe future for life on Earth, at a scale and speed never seen, against all the odds. There is hope – but only if we listen to the science before it’s too late.

In The Climate Book, Greta Thunberg has gathered the wisdom of over one hundred experts – geophysicists, oceanographers and meteorologists; engineers, economists and mathematicians; historians, philosophers and indigenous leaders – to equip us all with the knowledge we need to combat climate disaster.

The crisis cannot be addressed, she writes, without talking about ‘morality, justice, shame, responsibility and guilt’

Alongside them, she shares her own stories of demonstrating and uncovering greenwashing around the world, revealing how much we have been kept in the dark. This is one of our biggest challenges, she shows, but also our greatest source of hope. Once we are given the full picture, how can we not act? And if a schoolchild’s strike could ignite a global protest, what could we do collectively if we tried?

We are alive at the most decisive time in the history of humanity. Together, we can do the seemingly impossible. But it has to be us, and it has to be now.

“One phrase from entomologist Dave Goulson seems to summarise all 464 pages: “It is not quite too late.” Emphasis on the quite.”

The last quote is from the Professor of Biology at University of Sussex, specializing in bee ecology, in the essay The Climate Book, created by Greta Thunberg review – an angry call for action by  for the Guardian.

My Word

Jack Kruf

This matrix links the internal and external drive to that of the language domain. It is often used in communication within politics and government. Of course, it also applies to the private and business worlds and the personal domains. Our words often share a light behind the scenes. This diagram brings drives and words together.

Bron: De Graaf en Kunst (2009). Design My Word (2020) ©Jack Kruf

The maximum of both worlds is want, and if the external drive is higher than the internal must is used, vice versa that is may. If both are low then can is used. In the middle of the matrix, the word dare is positioned to cross over or break through the boundaries of a quadrant. The matrix is often used in communication, co-creation and design sessions within groups.

The spoken language can tell us a lot about the internal drive of those who use the word in relation to the need to act. Many present policy plans use the word must. The context here is the need for change, innovation, development, transition, and transformation related to climate, energy, water, cyber, circular, social care, finance, resilience, and ecosystem protection. Migrating to want would give a lot of power. Is this possible, maybe seduction and education?

My word can be considered as an indicator of where I am in the diagram. From there, navigation can start.

Bibliography

Graaf, A. de en Kunst, K. (2009) Einstein en de kunst van het zeilen: Praktijkboek over leiderschap en communicatie. Amsterdam: Uitgeverij SWP. link